Vijftig jaar geleden/ een dagklapper uit 1969
Rita Peckelbeen
Willy Desmedt met zijn kerkdagboek.
Met dank aan Willy Desmedt en Giselle Van Deursen
Andre D’Hont (31 juli 1918 - 26 September 2008) o.m. ere-onderwijzer en medestichter en bestuurslid Cnoc Is Ier was plaatselijk perscorrespondent van 1944 tot 2000. Toen eind jaren ‘60 het Brugsch Handelsblad bij ons in de Boslaan werd afgegeven (door de vader van Ronny Willems), zochten wij altijd eerst naar zijn Dagklapper uit Knokke om te lezen.
Meester D’Hont had kennis van de plaatselijke geschiedenis en kon er vele Knokkenaars mee boeien. Zijn luisterend oor bij oudere Knokkenaars heeft herinneringen en hun geschiedenis bewaard. Vooral aan de hand van hun mondelinge getuigenissen, vulden die artikels de kroniek van Knokke aan.
En in 2016 wou het gemeentebestuur in samenwerking met de Sincfala het initiatief van meester D’Hont nieuw leven inblazen. Sindsdien wordt er jaarlijks met tien echte Knokke-Heistenaren gepraat voor het erfgoedproject. En zo kom je ook bij geboren en getogen Knokkenaars (tussen 75 en 100 jaar) die ons met plezier vertellen over hun jeugdjaren, de oorlog 40-45, maar altijd over Knokke-Heist, hoe het was en veranderd is.
In februari 2017 is de ploeg van Sincfala (Dominiek Segaert, Chris Vyaene en ikzelf) te gast bij ere- bestuurslid van Cnocke Is Hier Willy Desmedt, een vlotte, boeiende, sappige verteller. Al wie aanwezig was op 4 december 2019 in het cultuurcentrum heeft dit kunnen ervaren. De lachsalvo’s bij zijn verhalen waren niet van de lucht. In aanloop naar VEDAY 8 mei 2020 komt er vanaf maandag 30 maart een korte VRT reeks De Bevrijding van Vlaanderen. Arnout Hauben (maker van de reeksen Ten Oorlog, Rond de Noordzee, Leve de Zoo...) is op speurtocht geweest in Knokke en Willy Desmedt is o.m. ook gehoord (te zien in aflevering 2).
Volksmens Willy vertelt alsof hij het alles opnieuw beleeft: het kattenkwaad als kind, de fratsen van een jonge puber, de nieuwsgierige blik van een liefhebber van vrouwelijk schoon... maar ook de emotionele verhalen van ontmoetingen met mensen die hem geraakt hebben. En zo komt het dat ik wel eens vaker langs ging bij Willy en Giselle.
Giselle doet niet onder voor haar man: oude foto’s, dierbare herinneringen, ... waarbij zoveel namen van oude Knokkenaars me het noorden doen verliezen.
Bij een van die bezoeken haalt Willy iets uit ‘zijn archief’. Een kerkdagboek van 1908 tot 1910 gevonden bij de afbraak van het oude Margaretakerkje in 1958.
“Het kerkdagboek dat tussen de afbraak in de regen lag. Weggesmeten. Ik heb het netjes gedroogd en hier is het nu, met zeker heel wat bijzonderheden over de parochie van 1908 tot 1910 en ik heb hier nog iets liggen” zegt Willy. Ditmaal een krantenartikel. Het formaat lijkt me bekend. Inderdaad. In de reeks Dagklapper van Knokke in het Brugsch Handelsblad verscheen op zaterdag 08/02/1969 een tekst Vanop de preekstoel gezien in 1908.
Andre D’hont (2018-2008)
Hier past een eerbetoon aan medestichter Cnocke Is Hier, meester Andre D’Hont en zijn onnavolgbare stijl.
In 1970 werden de Dagklappers verzameld in een eerste uitgave onder de auspicien van de Stedelijke Culturele Raad van Knokke. In 1976 volgde nog een tweede boekdeel. Het hierboven geciteerde artikel is nooit opgenomen in die Dagklappers.
En het artikel in het Brugsch Handelsblad gaat verder met een aantal andere parochiale gebeurtenissen van 1908. Maar Willy en Giselle gaven me de kans om het Kerkdagboek helemaal te lezen. En het (niet intieme) dagboek van een dorpsherder bevat informatie over het reilen en zeilen van het landelijke leven. Een bloemlezing
Uittreksel ‘Brugsch Handelsblad’
Vanaf de preekstoel gezien in 1908
Op nieuwjaarsdag kunnen de leden van de H. Familie, tegen de gewone voorwaarden, een volle aflaat verdienen. Dit liet pastoor Frederik Ronse op de laatste dag van het jaar 1907, een zondag weten vanop de preekstoel. Hij was pas in dit jaar te Knokke gekomen als zielenherder van de parochianen en in z’n kerkdagboek tekende hij ook de statistieken van 1907 op, zoals hij ze meteen voorlas:
Uittreksel Kerkdagboek

Bevolking t’einden 1906: 2611; t’einden 1907: 2801, dus 190 meer. Huizen t’einden 1907: 694 waarvan 510 het jaar door bewoond. Sterfgevallen in 1906: 43; in 1907: 38. Huwelijken ingezegendin 1906: 43; in 1907: 38. In 1907 werden 20.120 communien uitgereikt.
1908 was het jaar waarin een nieuwe gemeenteraad werd gei'nstalleerd, met de liberal en in de meerderheid, het jaar dat het Zoute als badplaats startte en er de 1e steen aan de dijk werd gelegd, terwijl het seizoen meer dan 36000 baden opleverde voor de 15 Knokse badkarhouders. Maar de pastoor bleef het jaar rond de situatie meester, van de geboorte tot de dood, van het doopsel tot het zielenheil.
Het jaar begon met de wettelijke vergadering van de Kerkraad: Vriendelijk verzoek de rekeningen van jaargebed, stoelen en confrerie te willen vereffenen. Missen werden geregeld opgedragen “met brooddeel voor de armed", solemneel jaargetijde voor Sebastiaan Nachtegaele, geregeld een dienst voor de vrouw van Jacobus Fincent. En iedere week was er ‘s zaterdags een vroege ochtendmis van het Frans Klooster, waar Opdedrinck fungeerde als pastoor.
Rond pastoor Ronse schaarde zich zijn naaste hulp, met de Kleine Congregatie, de zondagsschool en Berchmansgilde. Op het feest van de H. Familie half-januari heette het: De leden van de St.- Josephgilde en Vrouwengilde kunnen aan gewone voorwaarden een volle aflaat winnen ”. Na de vespers en het lof was er “grote Congregatie der jonge dochters”. Niet iedereen was zo paraat want op zondag 9 februari werd openbaar gezegd: “nog zijn er ten achter om hunne stoel te betalen. Ze worden vriendelijk verzocht het aanstonds te doen om de kerkrekeningen te kunnen sluiten..
Missen in alle soorten, voor vele intenties... en met een prijskaartje?
Een gelezen of gezongen mis, een plechtige hoogmis (al dan niet met koorzang) of een jaargetijde: we kennen het (misschien) nog. Maar weten we nu nog wat een gelezen mis met kort onderricht, een fondatiemis of een mis al dan niet met libera toen betekende? Tegenwoordig biedt het internet wel een of meerdere verklaringen. Een libera zou een stuk uit een Requiem zijn en zou zoiets als “vrijlaten” betekenen. Maar wat hield het toen juist in?
Diversiteit aan missen voor afgestorvenen
Berchmansgilde, Confrerie van O.L.V, Confrerie van het H. Hart, Genootschap van S. Vincentius a Paulo, Grote Congregatie der Jonge Dochters, Kleine Congregatie, Sacramentsgilde, St. Josephsgilde, Vrouwengilde, de H. Familie, Werk der Voortplanting van het Geloof, Werk van de H. Kindsheid, Zorgers der Sacramentsgilde,.... Aan katholieke verenigingen of gilden geen gebrek 100 jaar geleden. Allemaal zorgden ze ervoor dat gelovigen kans kregen om na hun dood de hemel te verdienen. Veel missen voor afgestorvenen doet de pastoor op verzoek van die gilden en genootschappen.
Maar niet altijd. In 1909 is er een mis voor Adolf Maertens, gewezen lid van het pompierkorps, misse door het pompierkorps gevraagd en waarop de leden moeten tegenwoordig zijn. Jaarlijks wordt een mis opgedragen voor de afgestorvene leden der maatschappijen van de Zestig jarigen.
24 september1907: Viering van een diamanten en vier gouden jubilia. De geestelijkheid met centraal E.H. Ronse, het kerkbestuur en gildes in de Lippenslaan ter hoogte van de kerk (links niet zichtbaar op de foto).
Een speciale fondatie
Een fondatie of een jaargetijde voor een afgestorvene heeft soms zijn oorsprong in langer vervlogen tijden. We vonden zowel in 1908, 1909 als 1910 een mis voor Marie Fagel (of Taghel zoals in het kerkdagboek) en overleden familie. Deze dame komt ter sprake zowel in Rond de Poldertorens als in Knokke hoe het groeide en bloeide van Andre D’Hont. Zij was de weduwe van Marinus van Halsinghe, eigenaars van de boerderij Witten Hof (Graaf Jansdijk naar Vrede, nu eigendom in verbouwing van Joris Ide).
Marie Anne Fagel werd weduwe in 1743 op 48-jarige leeftijd en had twee zoons en 1 dochter (volkstelling 1748). Marie hertrouwde nooit maar baatte de hoeve verder uit met hoofdknecht Philippe Schepens. In 1766 schonk zij hem lijfrente op haar deel van Witten Hof Philippe moest daarvoor ieder jaar op haar sterfdag (21 augustus 1771) een zielelafenismis laten celebreren. Zoals nog gebeurde begin 20e eeuw. Nog een weetje: haar kleindochter huwde Sebastiaan Nachtegaele die hoofdman was van de parochie in 1780. Een naamgenoot van de latere burgemeester!
Speciale intenties
Missen voor bijzondere intenties zijn er vaak voor bepaalde heiligen. O.m. ter eer van O.L.V. van Gedurige Bijstand, O.L.V. van de VII Weeen, S. Antonius abt, S. Barbara, H. Cornelis, H. Gerardus, S. Livinus, S. Margarita, Parochianen smeken niet enkel, doch zijn ook dankbaar. Dan is er een mis voor een al dan niet bekomen weldaad ter eer van O.L.V, S. Antonius , S. Cornelius,...
In 1909 en 1910 zijn er priesterwijdingen. De pastoor deelt vooraf aan zijn parochianen mee: zaterdag is er priesterwijding. Men wordt dringend verzocht te willen bidden voor degenen die zullen gewijd worden. In 1910 worden de gelovigen gevraagd ook te willen bidden opdat het God believe goede priesters te geven.
In 1910 was er in oktober een mis voor de milicianen die op deze dag hun dienst beginnen. In 1909 werd het systeem van de lotelingen afgeschaft. Van 1910 tot 1913 was de dienstplicht voor een zoon per gezin voorzien. In 1913 werd de algemene dienstplicht ingevoerd.
Op zondag 10 juli 1910 wordt met verlof van Z.H. den Bisschop zullen wij van heden af onder al de missen alsook onder het lof bijzondere gebeden doen om schoon weder te bekomen. De geloovigen zijn verzocht hunne gebeden te voegen bij deze der geestelijkheid. Of dat mooi weer nu voor het zomerseizoen belangrijk is of voor de landbouwactiviteiten?
Te Deum
Op zondag 26 juli wordt de patroonheilige S. Margareta gevierd. Het is wel een combinatie van viering van de patroonheilige en een ‘Te Deum’. We hebben een zeer duidelijk beeld van hoe die optocht naar de kerk eruitziet.
Uitstelling van het Hoogweerdige en Te Deum ter gelegenheid der verjaring der inhuldiging van Leopold I en waarop uitgenodigd zijn de heren der Gemeenteraad en der openbare besturen, de onderwijzers, de brigade der douanen, het pompierkorps, de oud-soldaten gilde en de gedecoreerden, met het muziek waarmede zij allen stoetsgewijze ter Kerke komen. Vergadering ten gemeentehuize te 9 C ure.
Na de hoogmisse geschiedt gezamenlijk de plechtige ommegang ter ere van de H. Margaretha. Deze zal opgeluisterd worden door den Gistfabriekengroep onzer Patrones. De O.L.V.-maagden zijn vriendelijk verzocht het beeld van de H. Margaretha te willen dragen.
Op 15 november is een identieke viering en optocht. Vergis u niet: het gemeentehuis is in 1908 in Hotel Communal (anno 2018 het gebouw Agaat hoek Gemeenteplein/ Edward Verheyestraat).
Op de Feestdag van de Zoete Naam van Maria zijn er vier missen. Niets speciaal maar... om 10 ure Plechtige Hoogmisse waarna solemnele Te Deum ter gelegenheid van het jubelfeest van Z.H. den Paus Pius X die zijn vijftigjarig priesterschap viert. De geloovigen worden vurig aangemaand om den Te Deum en de hoogmisse zeer talrijk en godvruchtig bij te wonen, alsook op dezen dag ter H. Tafel te naderen om God te bedanken voor het goed bewaren van Z.H. den Paus en over Hem de hemelsche gunsten in te roepen.
Diezelfde paus kan ook voor verrassingen zorgen. In 1909 wordt de vastendag ter gelegenheid van den Feest der H.H. Apostelen Petrus en Paulus bestaande, is bij bijzondere vergunning van E.H. de Paus in ons land afgeschaft. En op 28 november is er na de hoogmis een plechtig Te Deum ter gelegenheid van Z.H. Paus Pius X, die op 16 november 1909 25 jaar bisschop was.
Congoland
En dit willen we u zeker niet onthouden. We schrijven 15 november 1908: de biechtvaders hebben ter gelegenheid van het patroonsfeest van Z.M. Leopold II Koning van Belgen- en Congoland waartoe een vaderlandse oproep wordt gedaan, deze jare groter dan gewoonlijk, omdat het op vandaag is dat Congoland werkelijk aan Belgie wordt ingelijfd en dezelfde bestuur wordt overgenomen door Belgenland. Die historie hebben we in de VRT Canvasreeks Kinderen van de kolonie in het najaar 2018, horen vertellen. Omhalingen voor de Afrikaansche Missien, ontbreken evenmin in onze parochiekerk in 1908 en 1909.
Nog in verband met Congo wordt in 1909 ook gevraagd te bidden voor Prins Alberts reize naar Congoland. Albert gaat als koninklijke prins voor het eerst naar Congo. Deze eerste Congoreis van de koninklijke prins is toch een belangrijk feit. Congo was pas sinds 15 november 1908 aan Belgie geschonken door Leopold II. Albert maakte een heel bewuste keuze om vanuit Kaapstad dwars door Zuid-Afrika naar de ertsrijke provincie Katanga te reizen. Hij koos niet voor de toen traditionele tocht van Banana naar Boma. Hij had zich grondig laten voorlichten door Emile Wangermee. Hoe we dat allemaal weten? Albert hield van zijn reis een uitvoerig reisdagboek bij dat hij zelfs een titel gaf Voyage au Congo-Belge par Cape Town. Dit dagboek en het reisdagboek Sejour au Congo juin- aout 1928 zijn beiden bewaard. De tweede meer officiele reis maakte hij wel als Koning Albert I van Belgie. Een derde reis zou nog volgen in 1932. Of de gelovigen dan ook nog moesten bidden voor zijne reizen?
Geemigreerd naar Amerika
Vooraleer naar Amerika (of Canada) te vertrekken zijn er gelovigen die de zegen vragen over dit verre reisavontuur. Meteen danken ze ook voor de bekomen weldaden. Emigranten vergeten hun familie zeker niet. Maar als in de vreemde iemand sterft, worden ze ook in hun thuisland herdacht. Zo vinden we vanaf 5 februari 1908 verschillende missen voor de huisvrouwe van Frans De Brock,
overleden in Amerika. In 1909 leren we dat deze vrouw Mathilde De Munter heette. In 1910 verzoeken zowel Leopold als Joseph De Munter in Amerika voor haar missen op te dragen.
Om een mis te lezen of te zingen wordt zelfs geld uit Amerika toegezonden. Zo is er op donderdag 20 februari 1908 om 7 L> ure een gezongen mis voor de overleden ouders Jan Biljou en overleden broeders van wegens Jan Biljou uit Amerika.
Hier volgen de andere missen voor en/of door emigranten aangevraagd:
- voor Jacobus Amandels en zijnen vader, van wegens Leopold Dhont uit Ameri
- voor Jan Reubens, van wegens zijn zoon Louis (Reubens) uit Amerika (ook in 1909).
- voor Basile Devroe, vrouw en dochter, ten verzoeke van Leopold Devroe, uit Amerika.
- voor overleden ouders Donatius Viaene, van wegens hun zoon Donatius (Viaene) in Amerika
- voor Petrus Vandevelde en zijn vrouw Amelie De Backer, op verzoek van Jan Vandevelde uit Amerika.
- Voor Joannes Boutens (in 1909 en 1910 Boudens), ten verzoeke van Leopold Boutens in Amerika
- voor Louis De Groote, echtgenoot van Maria Janssens na een kortstondige ziekte den 8 September 1908 overleden te Obries in Amerika, in den ouderdom van 34 jaar.
En blijkbaar is in 1910 Leopold Stockx in Amerika overleden.
Broodbedeling voor de armen
Op de dinsdagen 14 en 21 januari 1908 is er een solemneel jaargetijde voor M. Sebastiaan Nachtegaele, met brooddeling voor de armen. Een broodbedeling was een vast gebruik in vroegere tijden om na de begrafenis van voorname en rijke mensen brood uit te delen aan de armen. Sebastiaan Nachtegaele was als vroegere burgemeester van Knokke (1872-1895) zeker een voornaam persoon. Ook in 1909 en 1910 wordt voor de oud-burgemeester een mis opgedragen met een brooddeel voor de armen. Op 6 januari 1910 is de eerste mis met broodbedeling voor de ouders van Louis De Klerck en deze zijner vrouw en man van zuster, met brooddeel aan de armen als nieuwjaargift. Louis De Klerck (uitbater van het ‘Hotel de Bruges’, de overbuur van de pastoor) wordt in 1912 burgemeester van Knokke.
Zowel in 1908, 1909 als 1910 nog broodbedelingen na missen voor de overleden ouders van Constant Johan Van Assel (uitbater Hazegrashoeve) en zijn vrouw Marie Dieryckx, voor Frans Galle en zijn huisvrouw, ter gelegenheid van een mis voor Joanna Berton, echtgenote van Jacobus Fincent en voor Ch. Fevery, man van Stephanie Declerck. Er is zelfs een mis voor een bijzondere intentie voor Sint-Antonius Abt met een brooddeel voor de armen.
Het gebeurde ook dat de overledene (of zijn erfgenamen) voorzien hadden, dat dit moest gebeuren na missen die in zijn gedachtenis werden gehouden. Na de mis voor de overleden leden van de Sint- Sebastiaansgilde gebeurde dit ook. De eeuwenoude gilde was door schepen Parmentier in 1890 nieuw leven ingeblazen.
Op dinsdag 26 april 1910 wordt om 8u een mis opgedragen door den nieuwen Z.E.H. Pastoor dezer parochie, voor het geestelijk en tijdelijk welzijn der parochianen. Na de mis brooddeeling aan de armen. Pastoor Joannes Loosveldt (de opvolger van pastoor Ronse) is meteen bij de parochianen bekend. Hij bleef te Knokke pastoor tot 1918.
Medailles, bougies en het onderhoud van de kerk
Elke mogelijke gebeurtenis wordt aangegrepen om aan te dringen op een of andere financiele bijdrage. Zo wordt op het feest van Sint-Benedictus zijn wonderdoende medalie aanbevolen tot bescherming van menschen, dieren en stallen. Maart is de St-Josephmaand, binst dew elke er alle woensdagen lof is ten 6 ure, en met de relikwie van den Heilige gezegend wordt na alle diensten. Men beveelt de bougies aan ter eer van den grote Heilige.
Op 19 maart op het feest van Sint Joseph, patroon van Vaderland en Kerk, wordt om 8 uur een plechtige gezongen mis gecelebreerd voor de S. Josephsschool tot welzijn der leerlingen en hunne ouders, die verzocht worden in de mis tegenwoordig te zijn en ten offer te gaan.
In 1909 is de pastoor toch wat gebiedender: Ter gelegenheid van den feestdag van O.L.V van het Scapulier wordt gij allen vermaand uw scapulier met godvruchtig betrouwen te dragen en nooit zonder te wezen.
‘And last but not least’: de behoeften van de kerk mogen evenmin vergeten worden. Men kan de schaal spijzen bij inzamelingen voor het onderhoud of de verfraaiing van de kerk. Uit wat pastoor Ronse schrijft weten we dat eind augustus 1908 men de geschilderde vensters steekt boven het altaar en aan de zijaltaren. Als de winter op komst is wordt een omhaling aangekondigd voor de verwarming van de kerk. De pastoor dringt regelmatig aan op was en of kaarsen, die blijkbaar ook moeten aangeleverd worden door de parochianen.
Honderd jaar geleden met Madame aan zee?
Het parochiekerkje wordt ook bezocht door de vreemdelingen die hier verblijven. En zo nu en dan wordt een mis gelezen voor overleden toeristen of hun familieleden. En bij die toeristen zijn er zeker Franstaligen. Er wordt een Frans sermoen voorzien in de tweede mis om 8 'A u op zondag vanaf de meimaand.
In 1909 wordt daar geen expliciete vermelding van gemaakt. Misschien al een ingeburgerde gewoonte? Of had het toen te maken met onderpastoor De Smet? Die was een groot voorstander van het Algemeen Beschaafd Nederlands en vriend van Vlaamsgezinden in Knokke en omstreken.
Verlenging Zeedijk
Aanvang juli 1908 moeten de missen vroeger gesteld worden bij gelegenheid van de komst van de Gouverneur en de Ministers. De eerste mis wordt gelezen om 5 1/2u, de volgende om 6 1/2u daarna om 8 1/2u en een hoogmis om 9 1/2u. Inderdaad op 5 juli 1908 is de plechtige eerstesteenlegging voor de verlenging van de stenen zeedijk met 1 km voorzien. Even ter info: op 1 mei 1908 was S.A. Compagnie Immobilize Le Zoute gesticht.
Goed en kleren voor de armen
De pastoor doet ook verschillende malen (en bijna wekelijks in september) volgende bede:
Vriendelijk worden de vreemdelingen verzocht de armen onzer parochie te willen gedenken, en goed en klederen die zij kunnen afstaan, aan de pastorij te willen zenden.
Een jaar later verwijst hij ook naar de vestiaire der armen (pastorie) en in juli is er zelfs een omhaling voor de armen. In september van dat jaar wordt de vreemdelingen gevraagd om aalmoezen voor de armen en arme schoolkinderen te bezorgen. In de pastorie worden alle giften met dankbaarheid ontvangen. Onder de kerktoren huist nu het initiatief Mama’s voor kinderen. Spijtig genoeg dus niets nieuw.
Gevonden en verloren voorwerpen in de parochiekerk
De pastoor maakt op de kansel ook melding van de voorwerpen die gevonden en/of verloren zijn in de kerk. Een bloemlezing van zulke aankondigingen:
Verloren een schone fourure. Verzoek ze naar de pastorij te brengen, men zal ervoor beloond worden.
Gevonden een kleine fourure. Zij is in de pastorij te bekomen.
Iemand heeft een bankbriefje van f. 100 verloren. Men wordt dringend verzocht het naar de pastorij te willen weerbrengen. Het is plicht van rechtveerdigheid voor die het gevonden heeft.
Gevonden in de kerk een paar zwarte handschoenen en twee paternosters. .. paternoster wierden gevonden 1. een armband, 2. een halsband, 3. paternoster. Deze zijn in de pastorij te bekomen.
Er werd in de kerk een schone vrouwenparapluie gevonden, die in de pastorij weergehaald kan worden.
Gevonden 1. een kerkboek, 2. een kleine portemonnaie
Wierden verloren 2 porte-monnaie’s en 1 schoone fourure. Men wordt verzocht die naar de pastorij te willen brengen
Er werd gevonden: een monter - een manchetteknop - een paternosteretui. Wierden verloren 1. een porte-monnaie (geldbeugel) met geld, sleutel, diamantsteen in 2. een zilveren portemonnaie met geld in 3. twee lederen tasschen (caba’s) metporte-monnaie er in met andere voorwerpen 4. een zilveren bracelet - krijgt belooning die hem weerbrengt 5. een kerkboek.
Dringend wordt degene die iets zou gevonden hebben, verzocht de voorwerpen naar de pastorij te willen brengen opdat zij zouden kunnen weergegeven worden aan degenen wier goed het is.
Verloren een goude (bague) (gespecifieerd maar onleesbaar) ring met familiewapen op.
Krijgt belooning die hem terugbrengt ten pastorij.
Er wierd een pak linnengoed verloren. Goede beloonng voor degenen die hem ter pastorij kan brengen.
Gevonden in de kerk: 1. een vrouwenparapluie 2. paternosterkruis met medalie aan.Verloren: een gouden ronde broche met diamantsteenen. Belooning voor wien ze brengt ter pastorij.
Verleden woensdag is hier een regenscherm in de kerk gevonden. Zich te bevragen in de pastorij en Geldbeugel verloren in 7u mis
En om af te sluiten begin december 1910: in de kerk is een zilveren roozenhoedjen (paternoster?) verloren met 3 zilveren medaillies. Ookgevonden een regenscherm. En wie is de coffre-forts
sleutels kwijt?
Wat wordt er het vaakst verloren?
Een paternoster (of een rozenkrans of een rozenhoedje) kregen we vroeger als standaard cadeau bij een Eerste Communie. Meestal verpakt in een klein leren etuitje. Voor de jongeren
onder ons die dit niet kennen: het is eigenlijk een kabel met grote en kleine kralen. De kabelsluiting bestaat uit een kruisje dat aan de gesloten ketting hangt. De gesloten ketting bevat 5
maal een grote kraal (voor het bidden van het Onze Vader) gevolgd door telkens 10 kleine kralen. Bij elke kleine kraal werd een Wees Gegroet gebeden.
Een paternoster bestaat dus uit 5 Onze Vaders en 50 Weesgegroetjes. Maar om correct te zijn moet je dit driemaal herhalen! Een gebedssnoer of mindfulness?
Belangrijke personen
Op 22 juni 1908 is er een solemnele dienst voor weledele mevrouw van Ockerhout, echtgenote van den heer Senator van Ockerhout, groote weldoener alhier (1). Met blijdschap zouden wij zien dat menigeen in de dienst tegenwoordig ware. Zo nu en dan werden de parochianen duidelijk aangespoord om talrijk op te komen. Er zijn zeker ook nog andere weldoeners voor het parochiekerkje want in november 1910 is er een jaargetijde voor overleden priesters en weldoeners der parochie en ‘t bisdom.
In de zomer vragen ook toeristen/tweede verblijvers om missen te celebreren voor een dierbare overledene. En die missen worden dan ook in het Frans of Duits meegedeeld. In de zomermaanden 1908 is er bv. mass for Mother Borgia Magerney, messe chantee pour le repos de Tame du docteur Louis Dharveng, Messe fur Maria Schneider und Carl Strothenk aus Koln, messe chantee pour les ames purgatoire (intention particuliere), voor jufrouw Kiki Kosakowska, Sophie Kosakowska, Louise Kosakowska en gravin Kosakowska.
In de zomer van 1909 is er messe chantee pour le repos de l’ame de M. Emile Deville, messe chantee pour le repos de l’ame de Thomas Ford, dankmisse voor M. Ossendorf, messe chantee pour le repos de l’ame de M. Felix Herinckx en messe pour le repos de l’ame de Madame De Keersmaecker. Sommige van die aankondigingen komen ook in 1910 terug.
Een bewijs dat het badseizoen nog in september werd verder gezet vinden we in 1910. Op maandag 12 september is er messe fur die gestorbene Frau Lutzenkirchen aus Koln.
Ondanks het ontbreken van een anderstalige aankondiging worden toch missen gelezen voor Maurice d’Audrimont, Charles Keersmaecker, Madame Decloedt en gravin Anna de Huart.
De pastoor beveelt in de gebeden van zijn parochianen ook de ziel aan van sommige bezoekers die in hun thuisland of -stad overleden zijn. Zo is dit in 1908 het geval voor Juffrouw Maria Klaes, te Keulen in Duitschland godvruchtig overleden na eenen langdurige en pijnlijke ziekte en versterkt door de gerechten O. Moeder de H.Kerk.
In 1909 is dit zeker het geval voor twee dames: op donderdag 12 augustus is er een mis voor Madame Alfred De Clerck den 26 juli tot Brugge overleden na pijnlijke ziekte, beklaagd door iedereen. Vriendelijk worden de parochianen en de vreemdelingen verzocht er op te willen tegenwoordig zijn. Zo ook Madame Eugene Vande Putte, die op 34-jarige ouderdom godvruchtig overleed tot Ixelles op 25 ll.
In 1910 kunnen we het enkel met zekerheid stellen dat dit is gebeurd voor Madame Rosalie Dierick weduwe van Ludovicus de Letter, geboren te Zuiddorpe en aldaar overleden na ontvangen te hebben de gerechten onzer Moeder de H. Kerk
Jullie hebben alvast een aflaat verdiend bij het lezen van dit artikel. Andere mogelijke verhalen uit het Kerkdagboek over de tijd toen er nog vroegmis, over communicanten, processies, een nalatenschap van Pastoor Ronse, oude rituelen, van de preekstoel stoelen, de loop van de bevolking....
Maar ook de verhalen van Willy en Giselle Desmedt-Van Deursen kunnen een nieuwe Dagklapper vullen. Een idee?
(Vervolg in tijdschrift 57 B)
Nota
(1) Senator Leon Van Ockerhout (Brugge 11.10.1829/ Loppem 11.02.1919) bekleedde dit ambt van 1864 tot 1874 en van 1878 tot zijn overlijden. Zetelde ook in de gemeenteraad van Brugge vanaf 1872. Hij was een mecenas en lid van diverse confreries. Hij was ook eigenaar van de Gazette van Brugge en voorvechter voor de haven.
