☰ Extra

Willy Vincke, 1 ste Pastoor van de Heilig Hartkerk

Voorgeschiedenis

Toen het Consortium (Verwee- Van Bunnen- Dumortier) hun verkavelingsplan uittekende in 1887 was een terrein voorzien om er ooit een kerk op te richten.

Alles hing natuurlijk af van de verkoop van de gronden. De nabestaanden van de verkavelaars met vooral weduwe Van Bunnen-De Vos zouden blijven ijveren voor de bouw van een kerk. Zij wendde zich tot de bisschop Mgr. Waffelaert en later Mgr. Lamiroy en met zijn steun kon gewerkt worden aan een dossier. De leden van de parochieraad van de Margarethakerk met pastoor Leo Bonte stonden niet achter dit voorstel.

Een akte van grondafstand werd opgemaakt op 27/12/24 bij notaris Tanger van Stalhille.

Ondertussen was er in het Zoute op 27 juni 1925 het Dominicanenkerkje ingewijd.

2026 01 27 112249Mevr. Van Bunnen bleef niet bij de pakken zitten. Ze contacteerde bouwmeester Jos Viérin die reeds een voorontwerp liggen had. In 1931 werd de planning weeral eens uitgesteld ....de inrichting dezer nieuwe parochie voorbarig zou zijn en het bestaan van en pastor ontoereikend....schreef pastoor Bonte aan de bisschop.

Juffrouw Malou, bewoonster en vriendin van Maria De Vos, was een nicht van Mgr. J.B. Malou (bisschop 1848-1864) en zou haar invloed laten gelden bij het bisdom. Ze verzamelde 350 handtekeningen ten voordele van de bouw van een kerk.

De parochiekerk in het dorp was te klein. In een rekwest stond te lezen: er zijn 800 zielen en binst de zomer overschrijdt dat getal soms de veertigduizend. De nieuwe parochie zou zekerlijk 600 families bevatten met een bevolking van ongeveer 3000 zielen.....

Willy Vincke, op dit ogenblik onderpastoor benoemd te Knokke sedert 20 juni 1931 werd door de bisschop aangesteld om zich actief met de zaak te bemoeien. In mei 1932 waren er te Brussel 158 loten verkocht van de verkaveling in Knokke. Dit was weeral een motivatie en bewijs dat de badplaats nog steeds zou uitgroeien in dit deel van de gemeente.

2026 01 27 112303De duinvlakte waar centraal de Heilig Hart Kerk zou gebouwd worden.

In 1933 werd een aanvraag ingediend aan het Ministerie van Justitie om een nieuwe hulpkerk op te richten. De gemeenteraad van Knokke gaf een ongunstig advies (5 stemmen voor/ 4 tegen/ 1 onthouding) voor de bouw van een kerk. Burgemeester Frans Desmidt had zich onthouden om het ongunstig advies van de meerderheid te motiveren: Steeds wordt ervoor geijverd om alle openbare diensten, zoals stadhuis, gro(o)te verkeerswegen, enz. in de kom van Knocke saam te trekken, teneinde het dorp, dat door de plotselinge en geweldige uitbreiding langs de zeekant, scheen verlaten te moeten worden, te laten genieten van de voorde(e)len van het Zomerseizoen. Het uitbreiden van de bestaande dorpskerk was een alternatief volgens de burgemeester.

Toch werd de kerkfabriek gemachtigd de gift van Mevr. Van Bunnen te aanvaarden (15/09/1933). Op 26 november 1933 kwam de kerkraad samen met deze bijzondere machtiging van de bisschop zodat de plannen van Viérin werden goedgekeurd en het oprichten van een openbare bidplaats een feit werd. Koning Albert I en de Minister van Justitie J. Janson keurden de oprichting goed van een kapelanie dat afhing van de hulpparochie van de H. Margareta op de wijk Van Bunnenlaan - Dumortierlaan onder de aanroeping van het 'Heilig Hart'.

In 1934-35 werd de barak als noodkerk in gebruik genomen langs de Dumortierlaan. Ondertussen was aannemer Werner Decuypere uit Knokke gestart met de bouwwerken. De bouwmeesters Jos en Luc Viérin hadden gekozen voor een neo-romaanse kerk met rondbogen. Er werd ook een woonst voorzien voor de kapelaan (later pastoor).

Het proces-verbaal van de voorlopige overname van de werken werd op 30 januari 1936 opgemaakt; de definitieve oplevering greep plaats op 3 december 1937. Ondertussen was de kerk plechtig ingewijd op 24 juni 1935 met tal van plechtigheden (zie bijgaande foto's).

Willy Vincke

2026 01 27 112324Seminarist Willem Vincke

Willem Maria Ferdinand werd geboren te Bredene op 8 augustus 1894 als zoon van Eugène Vincke (°Brugge 1860 / † Brugge 1935) en Maria Vandewater (°Oostende 1865 / †1956). De familie was afkomstig uit Brugge, zowel langs vaders als moeders kant.

Het gezin telde 13 kinderen (van twee huwelijken). Vader was er schepen en baatte een tuinbouwbedrijf uit, na zijn overlijden overgenomen door zoon Robert.

Zoon Fritz, die in 1922 de tuinbouwschool te Vilvoorde beëindigde, huwde met Sérafine Zoete (St. Andries 1904) en startte in Klemskerke een eigen bloemenzaak.

2026 01 27 112340Het kroostrijk gezin Vincke-Vandewater; tweede van links Willem.

Willy groeide op in een diep christelijk huisgezin. Zijn zuster Marguerite (°1895) stelde haar leven in dienst bij de Zwarte Zusters van Bethel in Brugge en stierf er op heel oude leeftijd, blind, op 8 september 1981.

In 1914 deed Willy Vincke zijn intrede bij de Paters Augustijnen en op 23 december 1922 werd hij priester gewijd te Brugge door Mgr. Waffelaert na zijn opleiding in het Seminarie. Traditioneel ging dit gepaard met een eremis in de parochiekerk van Molendorp te Bredene (3/01/33).

Het kroostrijk gezin Vincke-Vandewater; tweede van links Willem.

Vanaf september 1922 werd Willy Vincke subregent in het College van Veurne tot hij in 1931 overgeplaatst werd naar Knokke om er onder-pastoor te worden van de Margaretaparochie.

In Knokke werd hij sterk gewaardeerd voor zijn werkzaamheid en veelzijdige begaafdheid. (Hij zou er gedurende WO II opgepakt worden door de Gestapo met fatale gevolgen).

2026 01 27 112353In 1934 had de bisschop hem reeds benoemd tot oprichter van de nieuwe Heilig Hartparochie. Pastoor Vincke was een goed organisator met een brede visie en was een goede herder voor zijn parochianen.

Op 5 januari 1935 werd Willy Vincke plechtig ingehaald als 1ste pastoor. Knokke was versierd met vlaggen en een stoet trok door diverse straten van bij het Hôtel des Familles langs de Lippenslaan, Kustlaan en Dumortierlaan. Z.E.H. Van der Heeren, deken van Brugge, leidde de dienst. De Heilige mis ging door in de noodkerk. Na de officiële plechtigheden was er een feestmaal in het Golfhotel bij Charles Neirynck.

De plechtige kerkwijding vond plaats op 24 juni 1935.

Er verscheen een brochure, gedrukt bij Ad. Van Kerschaver met een historische schets en het programma van de kerkwijding. De eerste steen werd gelegd in juli 1934 in aanwezigheid van de gouverneur van West-Vlaanderen, H. Baels, priester-dominicaan Rutten, bouwmeester Viérin en aannemer Decuypere. Verder waren aanwezig: Mgr. G. Colle, hoofdalmwezenier en vertegenwoordiger van de Koning, Pater-Jeziüet De Coninck, Mgr. Callewaert, dhr. Goddyn, 1ste Vz. Hof van Cassatie, EH. Bonte, Loosveld en Verhelst.

De kerkraad bestond uit voorzitter Neirynck, Jean Deckers, H. Watteyne, Stepman, Van Ryckeghem, Van Isacker.

Rond de onafgewerkte kerk waren planken gelegd voor de consecratie van de buitenmuren en het verloop van de ceremonie. De bisschop zorgde voor het besprenkelen van het altaar, muren, gewelven en vloeren, zonder toegankelijkheid van de gelovigen. De relieken werden overgebracht van de noodkerk in processie en ingemetseld in de altaarsteen. Na de vaste rituelen volgde de Heilige Eucharistie.

Priesterwijding E.H. Willy Vincke

2026 01 27 112432

2026 01 27 1124562026 01 27 1125122026 01 27 112526

Zijn laatste tragische reis

Pastoor Vincke was gedurende de tweede wereldoorlog actief in de inlichtingdienst en clandestiene pers. Onvoorzichtigheid, verklikking en argwaan bij de bezetter zouden leiden tot een eerste aanhouding op 24 maart 1942. Na herhaalde verhoren werd hij vrijgesteld, waarschijnlijk om hem te schaduwen want op 23 april van ditzelfde jaar werd hij opnieuw opgepakt. De pastoor werd eerst naar Brugge gevoerd en vervolgens naar de gevangenis in St.Gillis te Brussel. Daar volgde de veroordeling tot één jaar celstraf en zijn overplaatsing op 30 juli 1942 naar Bochum in Duitsland. Bij zijn veroordeling stond vermeld: wegens vervaardigen en verspreiden van vlugschriften (in de streek verschenen de sluikbladen Zeegalm en l'Echo). In dezelfde zaak werden ook Charles Coppieters 't Wallant, Edgard De Saedeleer en Fernand Desmidt aangehouden.

Na één jaar opsluiting in Bochum zou pastoor Vincke naar België mogen terugkeren en kwam hij in Essen terecht. Na bekomen inlichtingen vanuit Knokke (door de oorlogsburgemeester) werd hij verder als gevaarlijk en ongewenst persoon beschouwd. Daardoor belandde pastoor Vincke in het concentratiekamp van Oranienburg-Sachsenhausen. Dit feit kon hijzelf mededelen aan Knokse medegevangenen in het jaar 1944 in het kamp.

2026 01 27 112600Toegangspoort van Oranienburg-Sachsenhausen.

Overlevenden van de kampen hebben getuigenissen afgelegd, o.a.: Ik heb pastoor Vincke goed gekend in het kamp van Sachsenhausen. Hij was mijn vertrooster toen ik zwaar ziek was in het kamphospitaal. Ik ben hem heel erkentelijk met heel mijn hart en geest (Georges Reidner-Welkenraedt). Een andere getuige schreef: Men ontnam ons dezelfde dag uit het kamp van Sachsenhausen de priesters Vincke en Pierard van Charleroi, twee onafscheidelijken, die naast hun spirituele hulp, zich inzetten voor de materiële hulp van de medegevangenen door met een vaardigheid en rechtvaardigheid de pakjes van het Rode Kruis te verdelen. Een ondankbare taak! (Henri Michel).

2026 01 27 112545

Pastoor Vincke verbleef in het kamp van Oranienburg-Sachsenhausen van 14 juli 1943 tot 4 februari 1945 tot hij op transport werd geplaatst naar.... het concentratiekamp van Bergen-Belsen waar hij op 5 februari 1945 arriveerde. De enigste overlevende van 8 Franse priesters getuigde: Wij zijn samen naar Bergen Belsen overgebracht; deze priester was in goede gezondheid. Aangekomen werden we in het uitroeiingskamp samen met de Joden ondergebracht waar hij ook door de typhus werd aangetast (Abbé Henri Dupont).

Die laatste overplaatsing van Oranienburg naar Bergen-Belsen is historisch verklaarbaar. Een overlevende schreef: In Bergen-Belsen deden er zich catastrofen voor door de centrale ligging van het Rijk, vrij ver van alle fronten. Veel evacuatie-transporten kwamen aan in dit kamp. In zijn snelle opmars bevrijdde het Rode Leger de kampen, die vrij ver in het oosten lagen. De SS besloot dan maar zoveel mogelijk gevangenen naar het westen te evacueren. Met duizenden werden ze in goederenwagons vervoerd naar concentratie-kampen ver van het front, zoals Bergen-Belsen. In korte tijd nam het aantal gevangenen nog toe. Bij de bevrijding waren er nog 60.000. In één enkele barak zaten vaak honderd gevangenen. Er waren geen voorzieningen, geen bedden, geen stoelen......ze moesten op de blote grond slapen (Thomas Rahe).

2026 01 27 1126172026 01 27 112631

Een Nederlands priester, R. Hegge, legde volgende getuigenis af: Pastoor Vincke was, zoals u wel zou weten in Oranienburg de vertrouwman van de Belgische gevangenen. Hij was een algemeen gezien en geacht priester. Hij maakte het toen zeer goed en was goed gezond....

4 februari ging er een groot transport van Oranienburg naar Bergen-Belsen. Het was om te evacueren voor de komst van de Russen. Ook alle priesters werden bij dat eerste transport ingedeeld. Belsen (bleek een goed kamp te zijn). Bij aankomst bleek het er echter hyperslecht: zeer slechte ligging, bijna geen eten, veel besmettelijke ziektes, geen medicijnen en geen verpleging...enz.; SS zagen we bijna niet. Die pasten wel op voor al dat besmettingsgevaar. Veel meer last hadden we van onze Russische krijgsgevangenen, die de leiding hadden en met een knuppel hun gezag handhaafden. Pastoor Vincke onderging de gewone lijdensproef. Door ondervoeding zeer verzwakt, daarna aangetast door besmettelijke ziektes o.a. vlektyphus. Zoals iedereen probeerde hij ook, ondanks ziekte, nog bij ons te blijven maar toen hij zich niet meer op 't appel kon staande houden, moest hij zich wel melden voor de ziekenbarak. Hier kwamen niet velen meer vandaan daar men te erg ziek was en praktisch geen verpleging had. Ik weet wel zeker dat hij zich, bij zijn vertrek naar de ziekenbarak, geheel voorbereid heeft op de dood. De ziekenbarak was geïsoleerd en voor de anderen verboden, zodat ik hem niet meer gezien heb. We hoorden enkele dagen na zijn opname in die barak dat hij daar gestorven was. Ik denk dat het ongeveer half maart geweest zal zijn. Zoals wij allen heeft hij ook veel steun gehad van zijn priester vrienden. Er waren in Belsen 29 geestelijken uit Nederland. Hiervan zijn er 28 gestorven. Slechts ik had het geluk terug te keren.....

2026 01 27 112646Archiefbeelden van het kamp Bergen-Belsen.

2026 01 27 112706Fragment originele brief van E.H.R.Hegge.

2026 01 27 112756Brief deken Colpaert 4/06/1945 --- Originele brief deken Colpaert aan de moeder en familie van Willy Vincke, 19/08/1945

2026 01 27 112832

2026 01 27 1129302026 01 27 112957

In 1948, vier jaar na de bevrijding van Knokke op 1 november 1944, werd in Heilig Hartkerk een gedachtenisviering gehouden voor de slachtoffers van WO II. Die dag werd ook een gedenkplaat ter ere van pastoor Vincke onthuld. De toenmalige pastoor Deconinck sprak o.m. deze woorden uit in de kerk: Uit zijn milieu gerukt, heeft hij tot zijn laatste snik, met ontembaar optimisme en grenzeloos vertrouwen op de Goddelijke Voorzienigheid ontelbaren getroost door zijn zalvend woord; ontelbaren toe God teruggebracht door zijn priesterlijke ijver en zijn christelijke broederliefde; ontelbaren heeft: op opgebeurd door z’n joviaal karakter en zijn luimige kwinkslagen.

Merkelijke tijd verbleef hij in Oranjeburg waar hij, onder de medegevangenen niets dan vrienden telde en waar hij naar veler getuigenis, in zake gezondheid tamelijk goed bewaard was gebleven. Verdreven naar het uitmoordingskamp van Bergen-Belsen, stierf hij er weldra - naar alle waarschijnlijkheid ten gevolge van de tyfus - inde uiterste ellende en verre van alles wat hem nauw aan het harte lag.

Het was toen maart 1945, op het ogenblik dat hij weldra de bevrijding jubelend zou begroeten en opnieuw naar zijn geliefde parochie zou terugkeren beglansd niet alleen door zijn priesterlijke waardigheid en zijn hoge verdiensten: maar beglansd eveneens door het prestige en de eerbied waarop allen recht hebben die zoveel offerden voor Godsdienst, Vrst en vaderland.

Pastoor Vincke was zes jaar op de parochie van het Heilig Hart als de oorlog uitbrak. Hij was zoals velen van zijn familieleden een echte patriot. Vrij vlug kwam hij in het Verzet terecht.

Veel van zijn familieleden waren dit ook en kregen af te rekenen met heel wat tegenslagen. Zijn broer en schoonzus Fritz Vincke en Serafine Zoete kwamen niet terug van de kampen. Fritz werd opgepakt in augustus 1943 en 6 dagen na de landing van de geallieerden in Normandië (6 juni 1944) getransporteerd naar Gross-Strehlitz in Duitsland. Zijn lijdensweg voerde hem naar Gross-Rosen, waar hij tussen 10 en 12 februari stierf gedurende de tocht naar Dora. Sérafine werd van Ravenbrück naar Mauthausen overgebracht. (Gedurende hevige bombardementen op een spoorwegknooppunt waar 3000 gevangenen werkten, werd ze zwaargewond en overleed er na enkele dagen. Zuster Yvonne werd in september 1944 eveneens door de Duitsers gearresteerd en kwam in Mauthausen terecht waar ze gelukkig werd bevrijd door de Russen. Ze kwam via Zwitserland en Frankrijk terug naar Oostende. Broer Robert, de bloemist werd in het najaar van '43 opgepakt. Met nieuwjaar, na 123 dagen gevangenschap, mocht hij naar Bredene terugkeren.

Op 12 maart 1995 was er in de Heilig Hartkerk een gedachtenisviering voor E.H. Willy Vincke, een initiatief van de Kerkraad. Ere-voorzitter en gewezen burgemeester Eugene Mattelaer schreef:

U stierf, gebroken vijftig jaar geleden In Bergen-Belsen's concentratiekamp,

Niemand weet hoe hard u hebt gestreden Voor ‘t biijven branden van uw levenslamp U was de stichter van de Heilig Hartkerk In Knokse harten blijft u immer leven. Gans de parochie dankt u voor uw werk En voor uw moed en voor uw edel streven

Documenten, originele brieven en foto's ter beschikking gesteld van bestuurslid Guy Baeyens, kleinzoon van Charles Neirynck en via R. Vincke.

Bijkomende inlichtingen:

E.H. Jos Van den Heuvel, geschiedenis van de H. Hart van Knokke - het Zoute, 1935-1985

2026 01 27 1131052026 01 27 113119

Foto uit de jaren '30 in het Golf Hotel te Knokke:

Staande: Charles Neirynck, Georges Tavernier (1892/1933) 1ste echt. Maria Neirynck (1893/1980), Robert Vincke. Zittend: Marie Tavernier (1890/1966), Theophile Neirynck (1869/1931), Hélene Lacour (1864/1949), Antoinette Neinynck (1904/1940).

kinderen : Myriam Neirynck (1921), Yolande Neirynck (1924/1997), Myriam Vincke (1929)

Verwantschap met Willy Vincke:

Robert Vincke (1899/1972) was de broer van priester Willy Vincke.

Hij huwde Antoinette Neirynck (1904/1940) zuster van Charles Neirynck, uitbater van het Golf Hotel. Kinderen: Joannes, Myriam, Anny, Vincent. Antoinette overleed bij de bevalling van Vincent.

Het echtpaar Charles Neirynck (1894/1951) - Marie; Tavernier (1890/1966) hadden drie dochters Myriam, Yolande (1924/1997) en Huguette.

Yolande huwde Paul Baeyens: kinderen Marie-Ange, (Guy, Philippe, Bernadette, Jean-Paul en Vincent.

Willy Vincke, 1ste Pastoor van de Heilig Hartkerk

Redactie

Cnocke is Hier
2020
57b
001-011
BV
2026-02-07 11:06:50