Historische fietsroute doorheen het grensgebied van het Zwin
Mathieu Hinoul

Foto: Samuel Hinoul
Met betrekking tot het vorige artikel over de ‘Historie van de grenspalen in de Zwinstreek’, (verschenen in nr. 57A jg. 2020) is het altijd leuk om de theorie aan de praktijk te toetsen en te zien wat nog in het landschap aanwezig is.
Nu de zomermaanden in aantocht zijn, lijkt het mij een ideaal moment om als afsluiter bij het betreffend artikel een verkenningsroute uit te stippelen die men gemakkelijk per de fiets kan maken. Aangezien het om een grensgebied gaat is het ook logisch dat de route niet beperkt blijft tot het huidige Belgische grondgebied en we sowieso de grens naar Nederland dienen over te steken. De grensstreek wordt ook gekenmerkt door de talloze verdedigingslinies en uiteraard de Zwingeul, ook hier wordt wat aandacht aan besteed. Blijf ook eens stilstaan om bepaalde aspecten in het landschap te bewonderen en zich in te beelden hoe het eerder was.1 Je passeert er pittoreske plaatsjes die een tussenstop waard zijn om er iets te drinken of te nuttigen.
De afstand bedraagt ongeveer 40 km op goed berijdbare en vlakke paden en wegen. Uiteraard kunnen ongeplande wegversperringen wat eten in het roet gooien. Een fietskaart van de streek is altijd een handige tool. Maak je gebruik van je smartphone?
Download www.vlaanderenfietsland.be/nl/app en scan deze QR-code in.
Maak er een fijne en leerrijke fietsdag van!
Bron : Vlaanderen Fietsland.be - Een overzicht van de route.

Het beginpunt van de fietstocht situeert zich aan het einde van de Zoutelaan # Bronlaan t.h.v. fietsknooppunt 45
Fietsknooppunt 45. Inmiddels ben je dan aan de rechterzijde het Fort St-Paul gepasseerd. Het domein is omgeven door bomen en hagen en zijn zo aan het straatzicht onttrokken. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) vormt de Zwinstreek het betwiste grensgebied tussen de Spaanse Nederlanden in het zuiden en de Verenigde Provincien in het noorden. De Zwingeul zelf vormt een gemakkelijke toegang voor de troepen van de Verenigde Provincien om snel en vlot de Zuidelijke Nederlanden binnen te dringen om rooftochten en plunderingen te houden. Het St.Paulusfort wordt afgebeeld op de Kaerte van Sluys, Het Zwin, ende de Schansen aen weder syden daterend van 1627, het bouwjaar van het fort. In de begeleidende tekst staat: Een nieuwe Schans, die nu bij de Spaensche wert gemaekt in de duynen om van daer een Haven te leggen, door de Laege Pannen, ende met Chaloupen als oock andere Schepen in Zee te komen [...]. De Spanjaarden zijn dus blijkbaar van plan een haventje bij het fort aan te leggen, wat echter nooit wordt uitgevoerd. Het Verdrag van Munster van 30 januari 1648 maakt een einde aan de Tachtigjarige Oorlog. Hierdoor geraakt het Sint-Paulusfort snel in onbruik en wordt het reeds in 1650 verlaten. Bij latere grensconflicten en geschillen wordt het nog enkele keren opnieuw gebruikt en hersteld. Onder Oostenrijks bewind wordt het St-Paulusfort in 1783 gedeeltelijk afgevoerd, met afbraak van het fortgebouw en nivellering van de buitengracht als gevolg.
Fietsknooppunt 49. Iets verderop bevindt zich rechts de straat met Fort St-Pol als straatnaam. Op het einde van de straat kan met verder een pad volgen waar men nog restanten van de omwalling van het fort kan zien. Het binnenwater van de gracht van het St-Paulusfort, opgeworpen in 1627 op het oosteinde van de Blinckaertduinen, is thans gelegen in de tuin van het vroegere prive-domein van de kunstschilder Roger Nellens (Zoutelaan nummer 280) en deels op de omliggende percelen. Keer op de stappen terug naar knooppunt 49.
Fietsknooppunt 52. Via een quasi rechte weg rijden we nu in de Hazegrassstraat. Het verwijst naar het ingenomen land Hazegraspolder. Tussen het Sint-Paulusfort en het meer zuidoostelijk gelegen Isabellafort wordt in hetzelfde jaar (1627) de Sint-Paulusvaart, thans nog bestaande onder deze benaming, gegraven om vanuit Brugge de bevoorrading voor de soldaten te vergemakkelijken en in de zomer tevens te benutten als extra watertoevoer voor de grachten. Het uitgegraven zand wordt gebruikt voor de aanleg van een opgehoogde weg naar het fort, die door de hogere ligging tegelijk een dijk vormt, de zogenaamde Paulusdijk. Zonder dit als hoofdbedoeling te hebben, beveiligt deze het achtergelegen land - de Hazegrasschorren - tegen de zee. Aldus ontstaat de Hazegraspolder, later de zogenaamde Oude Hazegraspolder.
In 1609 worden de conflicten tussen Spanje en de Nederlanden opgelost in het zogenaamde Twaalfjarig Bestand, dat in 1621 wordt opgeheven. De vijandigheden en de Staatse infiltraties worden in 1621 hervat. Hiertegen ontwerpt de Spaanse bevelhebber Graaf Fontaine een verdedigingslinie op de linker Zwinoever ongeveer parallel met de Zwingeul, om de nieuwe grens tussen de Spaanse Nederlanden en de Verenigde Provincien te beschermen. Uit dit laatste kan worden afgeleid dat de weilanden aan de linkerzijde een smalle strook duinen waren richting de Zwingeul.
Fietsknooppunt 52. © 59.
Fietsknooppunt 59. Aansluitend op het vorige beveelt Graaf Fontaine een verdedigingslinie, de zogenaamde ‘Linie van Fontaine’. Het bestaat uit een fortengordel met tussenliggende waterwegen voor de bevoorrading. In 1625 start de aanleg van de linie met de bouw van het Isabellafort (eigenlijk een versterkte sluis) en het Theresiafort (iets oostelijker) op en bij de monding van het Reigaartsvliet. Beide forten worden na het Verdrag van Munster sterk verwaarloosd. Je mag de Linie van Fontaine niet gelijkstellen met de Cantelmo-linie. Deze laatste is pas later ontstaan ter verbetering van de Linie van Fontaine. Het is vooral de Cantelmolinie die als grens werd ingesteld in 1718 richting Nachtegael (zie knooppunt 23).
Het fort kan men nu nog herkennen in de perceelstructuur en als een weide waarvan de vier punten van de vroegere bastions hoger gelegen zijn. De meeste hoogteverschillen zijn nog moeilijk zichtbaar na de nivellering in 1982; Onderstaande hoogtekaart als hul bij de onderscheidingen in het landschap.
Hoogtekaart van Fort Isabella en Hazegrasfort - Bron : Geoloket.be
We keren terug naar knooppunt 52 en gaan door naar knooppunt 50
Fietsknooppunt 50. We bevinden ons op de zuidoostelijke hoek van de Burkeldijk met de Retranchementstraat, op de grens van Knokke en Westkapelle vlakbij Nederland. In het weiland
bevinden zich talrijke bunkers rondom de begin-18de-eeuwse Hazegrassluis. Deze plek is de visueel best bewaarde kern van een grotere, omliggende site die teruggaat tot in de 16de eeuw en moet geplaatst worden in de door de eeuwen heen steeds wisselende grensverdediging (Nederland-Belgie). De Zwinstreek met zijn talrijke verbindingswaterlopen kent een bewogen militaire geschiedenis. De Zwingeul vormde een invalsweg maar was tevens een natuurlijke grens en dit vanaf de Honderdjarige Oorlog (1337-1441). De landschapsstructuur was destijds heel belangrijk. Er was een complex van sluizen aanwezig die voor de afwatering van de landerijen dienden te zorgen. Een blokkade van deze sluizen leidde onvermijdelijk tot inundatie van het gebied. Dit wist de vijand maar al te goed. Het is in deze optiek dat men de sluizen versterkte door ze te integreren in forten en uiteraard te bewaken. De Keizer hechtte groot belang aan de strategisch belangrijke Zwinmonding en aan de werken aan de sluis, die hij persoonlijk kwam inspecteren. Bij dat inspectiebezoek wordt besloten om de sluis met een fort te beveiligen. Het zogenaamde Hazegrasfort wordt gebouwd in de zuidoosthoek van de Nieuwe Hazegraspolder, net ten oosten van het vroegere Isabellafort en grosso modo ter hoogte van het Theresiafort. In 1785 maakt het Verdrag van Fontainebleau een einde aan de geschillen, waardoor de nieuwe stellingen hun functie meteen verliezen. Het fort zou in 1794 nog eens gebruikt worden door de Fransen in hun offensief tegen Zeeuws-Vlaanderen. We steken de baan over en rijden naar het volgende knooppunt.
Fietsknooppunt 53. De Burkeldijk vormt een relatief recht trace van de Retranchementstraat tot de grens met Nederland (Sint-Anna-ter-Muiden). Naamgeving verwijst naar de Burkelpolder die ca. 1615 gewonnen is door Matheus Van Burkel. De fietsroute buigt halverwege de Burkeldijk naar rechts, maar de dijk loopt in rechte lijn verder tot de grens met Nederland thv. St-Anna ter Muiden. Op knooppunt 53 vormt zich een T-splitsing. De splitsing zowel links als rechts loopt langsheen de Belgisch-Nederlandse grens. Deze regio staat ook historisch gekend als ‘Boerenverdriet’. Op dit punt staat ook de grenspaal 361. Kijken we in de richting van de Burkeldijk, dan zien we daar grenspaal 362 op de dijk prijken. We blijven de Graaf Jansdijk volgen op weg naar het volgende knooppunt.
Fietsknooppunt 93. We rijden op de Graaf Jansdijk in Nederlands grondgebied geflankeerd door de Maneschijnpolder (1282) links en de Gouverneurspolder (1716) rechts, verder overgaand in de Brugse polder. Het pittoreske Sint-Anna-ter-Muiden dat we tegenwoordig kennen is het gebied dat nu op Nederlands grondgebied ligt, maar het vroegere grondgebied van het dorpje strekte zich evenredig in oppervlakte uit op het huidige Belgisch grondgebied. Het was ooit een belangrijk economisch kruispunt als voorhaven van Brugge en kreeg immers stadsrechten in 1242. Voetpaden naast de huizen zijn geplaveid met ballastkeien van handelsschepen. Het zijn de meest fietsonvriendelijke eivormige stenen die nog als stille getuigen in het straatbeeld te vinden zijn. Voor we verder rijden naar het volgende knooppunt kan men als tussendoortje fietsen richting de Belgische grens en even uitblazen in ‘Hof ter Mude’. Tussen de parkeerplaatsen door, vinden we aan de voorzijde van het gebouw grenspaal nr. 360 uit 1843. Grenspaal 359 staat aan de overkant van de straat.
Na deze kleine tussenstop keren we terug richting Nederland. Om de orientatie terug wat bij te sturen, start je best vanuit knooppunt 93 en volg de bewijzering naar volgend knooppunt. Let op,
sommige fietskaarten geven geen rechtstreekse verbinding van knooppunt 93 naar 23. Om alle duidelijkheid nemen we de rondeweg aan de rechterzijde en slaan zo de Roden Ossenstraat in.Fietsknoopppunt 23. De weg naar knooppunt 23 volgt de Roden Ossenstraat richting Belgie. Op het kruispunt met de Pannendijk (aan de linkerzijde)
staat nog een Nederlands-Oostenrijkse grenspaal
Of deze plaats wel de juiste plaats is van de grenspaal anno 1718 laat ik even in het midden; de beschrijving van de linie anno 1718 spreekt eerder over ‘langs de gracht van de Cantelmolinie, de linie volgen tot aan de Nachtegaal en dan zuidwaarts inslaand richting Swarte Sluijse’. De grenspaal kent mijns inziens zijn positie het dichtst bij de situatie van 1664. (zie volgend figuur).
Verder volgen we de Roden Ossenstraat maar je moet je inbeelden dat aan de linkerzijde richting Damse Vaart reeds het hoornwerk van het fort van St-Donaas in het landschap te zien was. Helaas, het ganse fort is nu in het landbouwlandschap opgenomen.
Fietsknooppunt 48. Na de A11 te hebben ondergedoken volgt onze route de Oude Heernisstraat. Fietsknooppunt 24. Het knooppunt leidt ons richting Hoeke. Tevens een boeiende en destijds levendige voorhaven tussen Damme en Sluis. Het historisch en romantisch kerkje gewijd aan Jacobus-de-Meerdere is echt een stop waard. De parochie Hoeke is in de loop van de 13de eeuw ontstaan uit de uitgestrekte moederparochie Oostkerke, die op haar beurt afhing van de Sint Quintensabdij uit Vermandois. De oudste vermelding van een kapel dateert uit 1260. In 1275 schenkt de Duitse koopman Hendrik de Coussevelde of Hendrik van Koesfeld (Westfalen), een som van 250 ponden Vlaams voor het bouwen van een kerk in Hoeke. Tijdens de 16de eeuw (1580) lijdt het kerkje onder de godsdiensttwisten. De klokken worden in Sluis versmolten tot kanonnen. Ondanks de oorlogen zijn er nog vele oude stukken bewaard zoals: oude grafzerken en schilderijen die teruggaan tot in de 16e eeuw, ...
Grensaanduiding achtergrond ontleent aan Geoloket.be (Bron)
Fietsknooppunt 74.
Fietsknooppunt 44. We krinkelen met onze fiets op de ‘Krinkeldijk’. Deze loopt ten noorden van en ongeveer evenwijdig met de Damse Vaart en verbindt Hoeke met Oostkerke via een grillig, kronkelend trace. In Hoeke is de Krinkeldijk een gaaf bewaard onderdeel van de zeedijkengordel die op het einde van de 11de eeuw werd aangelegd om de streek tussen Brugge en de zee te beveiligen tegen overstromingen. Ze wordt gekenmerkt door hoge oude dijkbermen waarop rijen knotwilgen en populieren zijn geplant. Het trace van de oorspronkelijke dijk is echter verder te volgen in de perceel structuur, over de dorpskern en de Natienlaan heen. Dit verdwenen deel van de Krinkeldijk vormde eertijds de "Hoogstraete" van Hoeke, de centrale straat in de middeleeuwse havenstad, die haar bloei kende tussen 1250 en 1450. Halverwege de Krinkeldijk staat een bord met de nodige uitleg over het onstaan en zijn landschappelijke kenmerken.
Fietsknooppunt 47.
Fietsknooppunt 74.
Fietsknooppunt 24.
Fietsknooppunt 57. De eerste schriftelijke vermelding van Hoeke dateert van 1252 als ‘Van Houcke’, in een Brugse stadsrekening. In de literatuur worden verschillende interpretaties van deze naam naar voor geschoven: ‘grond in hoek van de zeearm het Zwin’, ‘uithoek van Oostkerke’ of ‘hoekig stuk land’. De Duitse historicus Hohlbaum spreekt van ‘Hogge’, ‘nederzetting op een hoogte’. Hoeke is vermoedelijk rond 1000 ontstaan langs de Krinkeldijk, als een gehucht van Oostkerke. Wegens zijn ligging aan het Zwin, ontwikkelt Hoeke zich tot een voorstad van de wereldhaven Brugge.
De stad Brugge werpt ca. 1168 een nieuwe dam op (Dwarsdijk) om de stad tegen overstromingen te beschermen. Damme ontstaat kort daarna op deze dam en dankt er haar naam aan. Door verzanding en dichtslibbing van het Zwin wordt het voor zeeschepen steeds moeilijker om Damme te bereiken. De dichter bij de monding gelegen havens winnen aan belang: eerst Monnikerede en Hoeke, vervolgens Mude en Sluis (Lamminsvliet). Verschillende oorzaken zorgen ervoor dat Hoeke in de tweede helft van de 15de eeuw zijn faam volledig verliest. In 1404 wordt Hoeke geteisterd door een grote overstroming tijdens de Elisabethvloed. De stad had in 1378 al een eerste keer te lijden onder de oorlog met Engeland, en in 1405 vallen de Engelsen Hoeke opnieuw binnen. Grote branden in 1458 en 1488 brengen ernstige schade toe aan het stadje. Een structureel probleem blijft de steeds ergere verzanding van het Zwin.
Fietsknooppunt 54. Zelden ziet men nog een veerpont in onze Zwinstreek, maar in Lapscheure is er nog een. De Kobus brengt je naar de overkant van de Damse Vaart. De pont kun je zelf bedienen door middel van een windas. De naam van het bootje is een samentrekking van de patroonheiligen van de nabijgelegen plaatsen Lapscheure (Sint-Cornelius) en Hoeke (Sint-Jacobus).
Fietsknooppunt 40. De overzet leidt ons via het Moordenaarsstraatje naar de voormalige Zeedijk. Als je de weg verder voIgt naar links (Zeedijk) dan komt men aan het ‘Lapscheurse Gat’ waar de grenzen van 1714 en 1664 samenkwamen. In het landschap kan men nog vrij goed de oude zeedijk onderscheiden en tevens de contouren van het ‘Lapscheurse Gat’. Terug naar Kobus via knooppunt 40 en 54
Fietsknooppunt 94. We rijden langs de Damse Vaart richting Sluis en volgen richting Fietsknooppunt 98. Op de kaai staan de vijf grenspalen waar in het artikel bijzondere aandacht werd besteed. De middelste paal is een grenspaal die de scheiding aanduidde tussen het Vrije van Brugge en het Vrije van Sluis. De andere vier palen zijn Nederlands-Oostenrijkse grenspalen. Op welke locatie die ooit hebben gestaan is niet meer gekend. We keren terug naar knooppunt 94, steken er de brug over naar ons volgend knooppunt.
Fietsknooppunt 94. Op het einde van de 14e eeuw beleefde de stad haar hoogste bloei. Sluis was belangrijk en haar rijkdom moest beschermd worden en dat werd dan ook zorgvuldig gedaan. In 1382 gaf de Graaf van Vlaanderen (Lodewijk van Male) de opdracht om de stad te versterken en drie jaar later werd aangevangen met de bouw van het kasteel. De stad werd omringd door een wal en een gracht. Op verschillende plaatsen kon je de stad binnen via stadspoorten. Langs beide zijden van het Zwin werden versterkingen aangebracht en aan de ingang van de haven stonden twee zware torens die alle scheepvaart konden controleren en indien nodig de haven konden afsluiten. Door de eeuwen heen werden de vestingen aangepast aan de veranderende oorlogsvoering en uitgebreid door de verscheidene heersers die in Vlaanderen de plak kwamen zwaaien. Op het einde van de 16e eeuw werden, door de Spaanse dreiging, de vesten versterkt. Een laatste versteviging kwam van de hand van Menno van Coehoorn (rond 1702). De stadsvestingen hebben in de woelige geschiedenis van de stad hun werk moeten doen. Zo werd in 1437 de Westpoort al door de Bruggelingen verwoest die er in Sluis hun stapelrechten kwamen afdwingen. In 1587 werd Sluis door de hertog van Parma bezet. In 1604, na een lang beleg, veroverde prins Maurits van Nassau de stad op de Spanjaarden. In 1794 kreeg de stad een hevige beschieting van de Fransen te verwerken. Sluis heeft tegenwoordig nog twee stadspoorten (de Oostpoort en de Zuidpoort) en een overblijfsel van een westelijk gelegen poort.
Bron : Google afbeeldingen - VVV Zeeland
De ruine van die Westpoort of Brugse Poort wordt ook wel de Steenen Beer genoemd. Zoals de naam al doet vermoeden, is dit de poort die toegang biedt tot de stad vanuit de richting van Brugge. Deze poort kwam in de plaats van een oudere poort die in 1437 door de Bruggelingen werd verwoest. Men deed er maar liefst 12 jaar over om dit indrukwekkende bolwerk te bouwen (van 1444 tot 1456 om precies te zijn). Het hele complex bestond uit een wapenzaal en een soldatenkwartier met daartussen de eigenlijke doorgang.Via een loopbrug over de walgracht kwam je de stadspoort binnen, die bij gevaar via een ophaalbrug kon worden afgesloten. Via een onderaardse gang, kwam je terecht in het kruitmagazijn. Dikke stenen muren beschermden het geheel waarop de stadsmuren aansloten. De poort werd in 1587 door de hertog van Parma verwoest bij de inname van de stad.
Fietsknooppunt 99. De Zuidpoort geeft toegang tot de stad vanuit de richting van Aardenburg. Tot 1399 stond hier een poort die uit hout was opgetrokken waarna deze vervangen werd door de huidige constructie. Deze nieuwe poort was in 1406 afgewerkt en was toen heel wat groter dan nu. Bij het aanpassen van de verdedigingswerken rond de stad in de 17e eeuw werd de bovenbouw afgebroken. Via een houten brugje kun je hier de ringgracht oversteken en het wandelpad bereiken.
Fietsknooppunt 97. De Oostpoort werd tussen 1425 en 1432 gebouwd. De Spanjaarden vielen de stad hier in 1606 aan, maar slaagden niet in hun opzet. Ze leden een smadelijke nederlaag met zware verliezen aan manschappen. Wat we nog kunnen zien, is een deel van een oorspronkelijk veel grotere poort.
Situering van beide kastelen aan de Zwingeul te Sluis Bron : Bewerking vanuit basiskaart Geoloket.be
Fietsknooppunt 96. We fietsen nu in de Hoogstraat in oostelijke richting op weg naar fietsknooppunt 31. We rijden eigenlijk op de zuidoostelijke rand van de pasgeul richting het voormalige Zwin. Laat ons gebruik maken van de verbeelding want in de akkers aan de beide kanten van de baan stond eerder het groot en het klein kasteel van Sluis met daartussen de ‘Pasgeul’ een zijarm van het Zwin.
Eenmaal over de brug van het kanaal slaan we links in de Hoogstraat. Ook deze weg vormde ooit de rand van de Zwingeul en wordt ook wel eens de Oude Zeedijk genoemd. Een 100-tal meter voor knooppunt 31 (waar we een bocht naar rechts nemen), stond de schans ‘Ter Hofstede’. Het vormde een belangrijke verdediging tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
Fietsknooppunt 30. leidt ons richting Retran- chement. Retranchement is afkomstig van het Frans en betekent in dit opzet een verschansing of verdedigingswal met aan beide uiteinden een bastion.
Bijhorende hoogtekaart is daar een bewijs van.Retranchement-Centrum is een leuke fietsstop waard.
Fietsknooppunt 29. We worden doordrongen van het beschermd natuurgebied en het historische verleden waarin de Zwingeul een natuurlijke landsgrens betekende. Op weg naar het volgende knooppunt maak je kennis met de sinds 2017 hernieuwde Zwingeul.
Fietsknooppunt 86. Het doet ons beseffen hoe groot deze oude geul moet zijn geweest. We ontmoeten er de laatste grenspalen tussen Belgie en Nederland anno 1843. Opvallend zijn enkele palen die herplaatst zijn in 1869. In 1843 lag er een groot eiland te midden van het Zwin. Het Zwin splitste zich in een westelijke geul en een oostelijke geul. In de oostelijke geul is het contactpunt tussen de gemeente Westkapelle ( B ), St Anna ter Muiden ( NL ) en Retranchement ( NL ). Omdat het onmogelijk was om de grenspaal in het water te plaatsen werden er twee grenspalen 364 geplaatst, een op het eiland aan Belgische zijde en een op de verdedigingswallen van Retranchement aan Nederlandse zijde. In 1869 werden deze palen herplaatst na een overeenkomst tussen beide landen. Vandaar het jaartal 1869 op de grenspalen.

Fietsknooppunt 18. Natuurreservaat het Zwin, recentelijk vernieuwd, is eveneens een bezoekje waard. Doorheen de Zwinbosje bereiken we stillaan onze eindbestemming van deze historische fietstocht.
Fietsknooppunt 4.
Fietsknooppunt 45.
