☰ Extra

Een bedevaart als nalatenschap van pastoor Ronse

Rita Peckelbeen

2026 01 27 140246Een kapelletje aan de Graaf Jansdijk

Anno 1893 laat Marie Breydel aan de poort van haar hofstede aan de Graaf Jansdijk een kapel bouwen. In die tijd zijn er gespecialiseerde firma's die Lourdesgrotten bouwen; volgens onze inlichtingen is de bouw van ons kapelletje door Brugse stielmannen uitgevoerd. Marie Breydel houdt hiermee haar belofte om 18 maal naar Lourdes te reizen en een kapel te bouwen op al haar hofsteden, mocht zij genezen van een beenbreuk. Daarom ook (haar) kapelletjes in de Braambeierhoek te Oostkerke en in Nieuwpoort. Waarom 18 keer naar Lourdes? Daar waren tussen 11 februari en 16 juli 1858 wel 18 verschijningen geweest.

De latere Kapelhoeve is in 1893 bewoond door pachters, o.m. de familie Menge. Later worden dat de families Pieter Bonte, de Badts en Michel en Jan Versyck. In het Dagboek van Leopold De Vos (Rond de Poldertorens 1961) vernemen we dat op 3 juni 1894 de kapel aan de balie van Constant Bonte plechtig wordt ingewijd.

Het bakstenen gebouwtje is sinds 1926 bepleisterd en wit geschilderd. Lange tijd staan er voor de bidplaats twee of drie eenvoudige houten zitbanken. Aan de voet van de Graaf Jansdijk over de lengte van de helling naar de kapel was er een lange houten zitbank. Op de dijk zelf zie je nog de contouren van een redoute uit de Tachtigjarige Oorlog.

In de kapel is er een 'Lourdesgrot' met in een nis een groot Mariabeeld. Het witte kleed, de blauwe ceintuur en de gele roos aan de voeten zijn blijkbaar de weergave van Maria als Onbevlekte Ontvangenis (een dogma van Paus Pius IX uit 1854). Uiteraard ook bloemen en kaarsen. E.H. Jozef Monballyu plaatste er het beeld van de H. Bernadette, meegebracht na een van zijn Lourdesbedevaarten met 'Ons Gezelschap'. Ooit stonden in de kapel een paar krukken omwille van een wonderbaarlijke genezing (2). Bij mijn bezoek in april 2020 zijn die krukken niet te bespeuren.

Spijtig genoeg wordt een aantal jaar geleden het kluisje met offerblok (links) opengebroken en verdwijnt de dief (of dieven) met het offergeld (7). Er volgt 'een grote kuis' in het interieur, waarbij men blijkbaar opteert om overwegend Mariabeelden te behouden. Het Mariabeeld dat in de nis van de woning (Fort Sint Pol 15) van Joseph Slabbinck (1914-1964) - Maria Fockenier (1907-2005) staat tot 2010, wordt dan door zijn zoon Eric (1952) naar de Kapel aan de Graaf Jansdijk gebracht. Het gestileerde beeld staat er nog links bovenaan (7). Een aantal zaken bleven in de opruiming: paternosters, scapulieren, ex-voto's (tegeltjes, gedachtenissen,...), Mariaborstbeeld en een Bernadettebeeld die door dankbare gelovigen zijn aangebracht.

Alle gehoorde getuigen hebben zeker een gemeenschappelijke herinnering: de kapel is altijd heel goed onderhouden door de families de Badts, Michel Versyck (1925-1987) - Marie de Badts (1925-1984) en Jan Versyck-Pia Seynaeve. Later ook door o.m. Gisella Vermeersch en Hubertine Pauwaert. De kinderen van Michel Versyck (Marie-Christine, Brigitte en Jan) weten hier ongetwijfeld meer over te vertellen. Spijtig genoeg was de coronapandemie spelbreker. We hopen ooit hun verhaal over 'hun' kapelletje nog te horen.

2026 01 27 140306Een groep lokale bewoners bij het kapelletje in 1932; vooraan rechts Octaaf Cosyn.  --------------   Binnenzicht van de 'grot' kapel

De Kapelhoeve met kapel aan de Graaf Jansdijk is sinds 15 oktober 2003 beschermd als monument en behoort aan de eigenaar van de achterliggende hoeve (momenteel Joris Ide). De gemeente kan niet tussenkomen voor een eventueel onderhoud van kapel en omgeving (2). De nieuwe eigenaar uitte de wens om het bijhorende kapelletje te herstellen en op te knappen. Hij laat een inrijpoort bouwen, wat samen met het kapelletje een beeldbepalend geheel vormt. Het kapelletje is op zijn kosten voorzien van een nieuw dak, deuren en ramen. Alle oude verflagen werden verwijderd en toen bleken onder het dak en aan de voorkant een soort rode kantelen als versiering te zijn aangebracht (te zien op foto jaren '20).

Momenteel is het ook de familie Ide die blijft instaan voor verse bloemen in het gebedshuisje. Uitgebrande kaarsen worden verwijderd en het geheel wordt netjes gehouden (7).

Een nalatenschap van Pastoor Ronse

2026 01 27 140323Vertrouwvolle gelovige zielen laten hun centjes achter in de kapel van Marie Breydel. Ze weten dat ze een goed doel dienen. Drie kilometer verder worden in de dorpskerk missen gefinancierd uit de offerblok van het kapelletje. Zo is er op zondag 29 februari 1908 om 7 A ure een gezongen mis ter ere van Onze Lieve Vrouw uit de kapel van Pieter Bonte.

Rond 1900 is Eugenie Mattheeuws, een meisje uit de buurt van Strooien Dorp (omgeving aarden weg tussen Graaf Jansdijk en Jagerspad) genezen van een ernstige beenbreuk. Ze ging elke dag de voor haar moeilijke weg om vol vertrouwen te bidden in de kapel. En pastoor Ronse krijgt hierdoor (mogelijk) een idee.

Op 11 oktober 1908 is het Feest van het Moederschap Onze Lieve Vrouw. Pastoor Ronse richt na het lof op zondagnamiddag een eerste bedevaart in naar de Onze Lieve Vrouwkapel bij Pieter Bonte aan de Graaf Jansdijk. Aan die eerste bedevaart nemen 800 gelovigen deel (Knokke telde toen ongeveer 2800 inwoners).

Andre D'hont schrijft als voIgt in zijn artikel in het Brugsch Handelsblad op 8 februari 1969:

Na het plechtig lof door de Congreganisten gezongen zal men gezamenlijk de intenties van de bedevaart vormen. Waarna men aanstonds stoetsgewijze den Magnificat aanheffende den bedevaart begint. Voorop gaat het Kruis. Dan de vrouwengilde gevolgd door al de godvruchtige vrouwen die den bedevaart mededoen. Dit deel van den stoet wordt gesloten door beide Congreganisten van Jonge Dochters. Daarop volgt de Berchmansgilde, toen St. Josephsgilde waarachter al de andere mannen die den bedevaart meedoen en eindelijk de geestgelijkheid. Onderwege van den bedevaart zullen de gezangen verwisselen met den paternoster die men gezamenlijk bidden zal tot welzijn van Kerk en Vaderland, parochie alzo tot het welzijn van al degenen die aan de bedevaart meedoen en al hunne geestelijke en tijdelijke belangen. Wij zijn er zeker van dat wij met dezen bedevaart uwe godvruchtige verlangens bevredigen en veel geloovigen hem zullen meedoen. In geval van slecht weder zouden wij de godsvruchtige oefeningen doen in de kerk.

Meester D'hont schrijft er nog bij "We konden niet vernemen of het geregend heeft".

De bedevaart in 1908 is een nieuw katholiek 'evenement' in Knokke. Voor de meimaand 1909 heeft E.H. Ronse nog een verzoek. Men wordt verzocht in alle huisgezinnen het beeld van O.L.V. te willen versieren en 's avonds er voor samen te komen om den paternoster te bidden. En met dankbaarheid ontvangt hij wat kan dienen ter versiering van het O.L.V. beeld in de Kerk.

Dan bestaat er blijkbaar nog een gewoonte om bij een gebed voor een heilige, het beeld met bloemen te versieren. Voor Maria, de koningin kiest men de roos (koningin der bloemen). Men beperkt zich niet tot een krans van rozen, maar bedekt er haar beeld volledig mee. Klinkt een 'rozenhoedje' (chapelet = hoedje) bidden niet beter dan een 'rozenkrans'? In Brugge hebben we toch ook een Rozenhoedkaai waar de paternostermakers actief waren.

En in Knokke-Zoute is er meer dan een zaak speciaal. E.H. Bonte had op 27 juni 1925 het Zoutekerkje gezegend met als patroon de Heilige Filippus (patroon van Philippe Lippens, 18e -eeuwse dijkgraaf en ook die van de oudste zoon van Raymond en broer van Leon). Op 12 september 1935 wordt 'het Lippenskerkje' opnieuw ingewijd door Monseigneur Lagae met als nieuwe beschermheilige Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans. De Broederschap van de Rozenkrans (rond 1470 binnen de Dominicanenbeweging opgericht) zorgde ervoor dat de Rozenkrans de populairste niet-liturgische devotie praktijk werd in de Westerse wereld.

Voor alle duidelijkheid: in de schone meimaand is er al voor 1908 in de dorpskerk elke zondagnamiddag een kruisweg tussen het lof en de vespers. Elke morgen na de eerste mis wordt een litanie van Onze Lieve Vrouw gelezen en elke avond om 7 ]4u kunnen degenen die er niet genoeg van krijgen het lof bijwonen. Oh ja, al dan niet vurig aanbevolen maar op de preekstoel wordt door pastoor Ronse ook gewezen op de jaarlijkse grote bedevaart ter ere van het Heilig Bloed in Brugge en ook in Oostakker.

In 1909 komt er op zondag 23 mei een tweede bedevaart naar het kapelletje aan de Graaf Jansdijk.

Op zondag 23 mei is er Plechtige Bedevaart waaraan al de parochianen verzocht zijn deel te willen nemen om van O.L.V bijstand te bekomen voor hunne geestelijke en tijdelijke belangen en voor het welgelukken van het seizoen. Aan de grotte zullen al de intenties aan O.L.V. aanbevolen worden en den lof van O.L.V. gepredikt en gezongen worden. Daar veel volk den bedevaart zal meedoen, bidden wij allen van goed in tijds in de kerk te zijn en goede orde te willen houden.

Het brengt 1200 bedevaarders op de been, waaronder Congreganisten uit Heist. Pastoor Ronse kondigt de bedevaart als volgt aan:

2026 01 27 140405Uittreksel uit het kerkdagboek van pastoor Ronse

Een stoet bedevaarders krijgt een preek

Het wordt een traditie: de eerste zondag van de Mariamaand (mei) en van de Rozenkransmaand (oktober) trekken bedevaarders vanaf de dorpskerk naar de kapel aan de Graaf Jansdijk.

Zonder strakke regie, maar in samenspraak tussen de parochiepriesters en de kerkfabriek wordt de bedevaart    ingericht. Een aankondiging op de preekstoel en in het Parochieblad volstaat voor een talrijke opkomst. Leden van de kloosters Ten Bunderen en Xaverianen zijn er als groep nog talrijk aanwezig.    Katholieke verenigingen            luisteren de bedevaart op met hun vlaggen en beelden.

De bedevaart vertrekt de zondagnamiddag na vespers en lof aan de parochiekerk. Het traject loopt langs de Sebastiaan Nachtegaelestraat (toen Dorpsstraat), het
Gemeenteplein     (Gemeenteplaats) via  De Klerckstraat  (Polderwegel vanaf 1929 Polderstraat) naar de Graaf Jansdijk. Onder leiding van een priester worden er paternosters of litanieen gebeden en Marialiederen gezongen. Er volgen ook stille adempauzes waarna het bidden en zingen opnieuw begint.

Vele bedevaarders die langs het traject wonen sluiten aan. Eind jaren '50 zijn er families die de bedevaart aan de voordeur opwachtten en de stoet gewoon laten voorbijgaan. Het is in Nadine Deetens (1954) haar kindertijd zeker nog een heel grote drukte aan het ouderlijk huis als de bedevaarders in kleine groepjes van de plechtigheid terugkeren. Toen zij in 1974 het ouderlijk huis verlaat is dat heel wat verminderd (6).

Vermoedelijk vanaf 1957 toen E.H. Roger Vanhoutte in de Kapel De Goede Herder aangesteld is, komt een tweede groep bedevaarders vanaf de Oosthoek. Beide groepen vervoegen mekaar aan het kruispunt Paulusstraat (toen Oosthoekstraat)/Graaf Jansdijk. Dat was ook zo onder pater Garritsen en Rademakers,kanunniken van Sint Jan van Lateranen in de Oosthoek (2).

Een tijdje vragen de pastoors langs het traject van de bedevaart een Mariabeeld (al dan niet versierd) buiten te plaatsen. Aan de school in Het Kalf is het Mariabeeld in de nis in de voorgevel versierd met bloemen en er brand een kaars. (3) Bij de familie Edmond Bonte-Maertens (in Het Kalf) wordt dit niet gedaan, maar tante Lisa Maertens gaat wel in op dit verzoek (2).

Philippe Lippens, lid van de kerkfabriek is tijdens een aantal bedevaarten ook drager van het baldakijn boven de monstrans met het Heilig Sacrament. Waar dit onderdeel van de stoet passeert knielen de gelovigen.

Joseph Slabbinck woont in de Graaf Jansdijk (nu 503) in de woning naast de Vijfringen. In zijn huis is er slechts een slaapkamer. Daar verkleedt pastoor Vanhoutte zich na de bedevaart. Eric, Josephs, zoon herinnert zich nog altijd de kazuifel op het bed. Maar vooral de - in zijn ogen - monumentale monstrans op het nachtkastje stal zijn aandacht (7). Joseph voert het Sacrament met zijn Kevertje (of Volkswagen) met brandende lichten na de plechtigheid terug naar de parochiekerk (2).

Gedurende de bedevaart wordt een kistje meegedragen met de relikwie (een stukje kleed) van de Heilige Margareta, de plaatselijke patrones. Na 1983 is ook een tijdje de kopie van het icoon van Onze Lieve Vrouw van Czestochowa meegedragen (schenking aan koren De Meidoorn en Cantabile) (2).

In de weide achter het Kapelletje beschermen zeilen de talrijke bedevaarders tegen de wind. Tegen de achtergevel van het gebedshuisje is een verhoog opgesteld (zie Cnoc Is ier, 1983). Een Pater Dominicaan preekt er meestal het sermoen. Hoelang die preek duurt? 'Een goede preek mag maar 12 minuten duren' is een uitspraak van wijlen Maurice Lippens (2). Zijn alle banken rond de kapel bezet, dan zitten de kinderen samen in het gras van de Graaf Jansdijk. (3) Dat was voor hen wel leuker dan naar de preek luisteren.

2026 01 27 140422

Het Sacramentsaltaar en de gelovigen, beschermd door Een gezellige babbel na een bezoek aan het windzeilen, tijdens de verering van het miraculeus kapelletje; links koster Deruelle.beeldje van O.L. Vrouw.

Na de preek vereren de bedevaarders de relikwie van de Heilige Margareta. Die relikwie wordt bewaakt door de pastoor. Jozef Bonte staat jaren naast de eerwaarde met een zakje waarin de gelovigen een penning of kleine bijdrage leveren. De plechtigheid aan het kapelletje duurt maximum 45 minuten.

En dan is het tijd voor een mooie afsluiter. Vele bedevaarders trekken over de terreinen van de Prinsenhoeve en een stuk van het Jagerspad naar de Oosthoek (1). Men gaat er in een van de wafelhuizen een wafel of pannenkoek eten. Of zoals Simone Claeys en Eric Slabbinck nog weten, komt de her en der wonende familie speciaal naar het Kalf voor de bedevaart. Een zondagse uitstap. Na het gebeuren aan het Kapelletje zakt de ganse familie af voor een bijeenkomst bij nonkel of tante in Het Kalf. Familieleden bedevaarders worden er verwend met koekebrood met kaas en hesp, dampende koffie,... en nadien een goeie druppel om het kaartspel te begeleiden. En dan wordt veel verteld en zetten de kinderen hun oren goed open (3).

Nog herinneringen aan deze jaarlijkse traditie

Gaandeweg weten veel bedevaarders niet meer hoe en waarom het kapelletje is opgericht. Toch krijgen ze tot lang na WOII de kans binnen de gemeente tweemaal per jaar te 'bedevaarten'. ledereen heeft zijn eigen benaming voor het eindpunt: het kapelletje van Pieter Bonte, Kapelletje van de Graaf Jansdijk, Kapelletje van O.L.Vrouw (Gravejansdijk) en zelfs Breydels kapelletje. De meesten spreken gewoon van 'Het Kapelletje'.

Jimmy Debruecker herinnerde zich de bedevaart uit de jaren 1921-1930: In de maand mei werd op bedevaart getrokken naar Bontens kapelletje bij de Graaf Jansdijk. Dit gebeurde te voet bij het lezen van de paternoster tot onze lippen zinderden. Willen of niet, we moesten van moeder Maria. De bedevaart werd gehouden voor 't lukken van de oogst en de zomervruchten. Het ging terug langs Siska voor pannenkoeken of wafels. We waren niet meer moe.

Nog in de jaren '50 hebben de meeste mensen een paternoster in de hand tijdens de bedevaart. Dat weten we uit de bijdrage van Erik Willems (Blankenberge, 1939) in Cnocke Is Hier van 2011. In totaal moet dat toch een viertal kilometer geweest zijn, en zullen er over deze afstand veel paternosters gelezen zijn. Wij deden de bedevaart gewoonlijk met ma. Pa bleef thuis de winkel doen. Bijna de gehele familie Maertens, dus tantes en nonkels met de kinderen, waren ook altijd op deze bedevaart. Ik schat toch dat destijds een paar honderd mannen aan deze bedevaart deelnamen.

Een pastoor zit al eens verlegen met het begin van zijn preek. Een leuke anekdote hierover werd aangehaald door ingenieur Valere Cosyn: Wanneer hij (= pastoor Bonte, van 22 december 1918 tot zijn overlijden op 15 januari 1944) in mei met de bedevaart naar het Graafjanskapelletje ging begon hij telkens: 't Is Meie, nietwaar, en de natuur ontwaakt. "En in oktober luidde het: We zijn hier gekomen in de stemmige oktobermaand".

Beide wereldoorlogen onderbreken de traditie van de bedevaart in Knokke. Tijdens de Tweede Wereldoorlog neemt het aantal gelovigen dat alleen op bedevaart naar het kapelletje trekt, sterk toe. Een getuige vertelt ons dat er zelfs personen blootsvoets de bedevaart ondernamen in die moeilijke tijd. Jozef Bonte herinnert zich dat o.m. Miranda Schramme-Debrock (moeder Roger) aan de kapel ging bidden.

Mevrouw Schramme was zeker niet de enige. Onmiddellijk na de bevrijding is er een grote toeloop naar het kapelletje. Er wordt bijna elke avond in groep gebeden voor de behouden terugkeer van de in Duitslang verplicht tewerkgestelden en weggevoerden. In het portaal van de dorpskerk hangen de namen van al deze jongens en telkens er een terug komt, wordt naast zijn naam 'terug' aangebracht. Op die manier leeft heel de parochie mee met dit gebeuren (2). Moeilijke tijden en ziekte zijn vaak redenen om tot de dag van vandaag de tocht naar het Kapelletje te trekken. Zeker nog een ingeburgerde gewoonte bij gelovige oude Knokkenaren (3). Ook pastoor Bonte (van 1918 tot 1944) breviert iedere vrijdag van de Kalfsschool naar het Kapelletje (4). Als het geen weer is, er geen bedevaart verklaarde ooit pastoor Bonte op de preekstoel. Zo geschiede: de processie naar het kapelletje is ooit wegens slecht weer afgelast.

Angele Dezutter (1928) vertelt dat alle kinderen van de Mariaschool samen met de zusters zeker tweemaal per jaar naar het kapelletje gingen. Maar dat was niet bij de bedevaarten in mei en oktober (4). lets wat Jozef Bonte (1936) zich niet meer herinnert. Maar Simone Claeys (1946) dan weer wel.

2026 01 27 140457

Een pijnlijke gebeurtenis.

Het gezin Edmond Bonte-Julma Maertens uit de Graaf Jansdijk neemt geen deel aan processies in het centrum van Knokke. Bij de bedevaart naar het Kapelletje sluit men aan vanaf de woning in de Graaf Jansdijk. Julma Maertens (moeder Jozef Bonte) overlijdt op 11 juni 1967. Haar gedachtenis verwijst naar de stoet bedevaarders waarop ze wachtte. '....Maar dat haar dood zo plots zou gebeuren, konden wij niet bevroeden, hoewel wij van haar hartkwaal wisten. Toen zij gereed was om Maria aan de Graafjansdijk te gaan eren en Eucharistie te vieren, achtte God haar goede wil voldoende en riep haar tot zich.

En nu?

In 1999 is er in de Margaretaparochie zowel in mei als in oktober nog een bedevaart naar het kapelletje. Vanaf de Margaretakerk nemen nog altijd + 60 personen deel; op de route sluiten er verschillende mensen aan, anderen fietsen tot aan de kapel. Daar bidden de bedevaarders nog samen. Er is geen preek, maar na het gebed kan de meegebrachte relikwie worden vereerd. Hiermee is de bedevaart afgelopen.

De priesters genieten daarna van een maaltijd afwisselend aangeboden door de familie Pia en Jan Versyck op de Kapelhoeve en de familie Hippolyte Vandevyver. De ganse families zijn hiervoor aanwezig op de hoeve. Nog een echt familiaal treffen n.a.v. de bedevaart. Dit blijft zeker zo tot 2005 als priester Philippe van den Driessche de Margaretaparochie verlaat als medepastoor. In 2017 keert hij er terug, maar dan is er veel veranderd (5).

Anno 2020 bedient een priester verschillende parochies. Kloosters Ten Bunderen, Xaverianen en Dominicanen zijn er niet meer. Jarenlang teruglopend kerkbezoek... In 2019 wordt de bedevaart enkel nog ingericht in mei. Geen sprake van een stoet bedevaarders. Groepjes personen trekken wel nog samen op. Om 15u verzamelen nog een dertigtal mensen aan de kapel voor een bidstonde (2) (5).

Lourdes trekt jaarlijks nog altijd een paar miljoen bedevaarders aan. Priester Philippe begeleidde ongeveer 12 jaar 'Ons Gezelschap' op de juni-bedevaart naar het zuiden van Frankrijk. Robert Willems, de stichter van deze vereniging kon jaarlijks een groep van een 50-tal getrouwe Knokke-Heistenaars een week meenemen naar het Hotel de Provence in Lourdes. Jozef Monballyu was de proost van de groep "Ons Gezelschap", die ook enkele keren per jaar samenkwam in Ter Mude. Daar werd een gezellige namiddag georganiseerd met mis, koffie en kaarting of bolling en dan een broodmaaltijd. Kwestie van wat geld in het laatje te brengen voor de volgende bedevaart. Dit bestaat nu ook niet meer.

Spreekt men in Oost-Vlaanderen van Lourdes, dan denkt men aan Oostakker. De Tiberiasgemeenschap richt geen Lourdes bedevaart in, maar verschillende touroperators en katholieke verenigingen bieden dit aan in hun arrangementen. Jaarlijks kunnen de Knokke-Heistse gelovigen wel deelnemen aan de bedevaart naar Oostakker, het Oostvlaamse Lourdes.

Een kaarsje doen branden blijkt nog altijd een behoefte. Velen gaan om een of andere intentie in alle Knokke- Heistse kerken of kapellen hiervoor geregeld langs. Met het geld uit de offerblok wordt nog altijd een mis gecelebreerd (5).

De ligging van het kapelletje aan de Graaf Jansdijk nodigt wel uit als doel voor een individuele tocht. Altijd een aanrader trouwens! Een fiets- of wandeltocht en/of pelgrimstocht over de dijk en de kasseiweg naar de kapel op het kruispunt van Buts- en Vagevierpolder vervangt de bedevaart. Het is de moeite omwille van het weids zicht tussen de wilgentronken naar de Hazegrashoeven, de Vrede, de torens van Sint-Anna, Sluis en de torenspits van Westkapelle.

Gebedsavond in de meimaand

Het stamt niet uit de tijd van pastoor Ronse, maar zeker tot in de jaren '60 zijn er in de meimaand gebedsavonden aan het kapelletje. Televisie is nog voorbehouden voor de happy few. Stoepgesprekken met de buren zijn in. Corona brengt dit gebruik in sommige buurten terug in 2020. Het zijn vooral gelovige Kalve- en Oosthoekenaars die elkaar 's avonds bij het kapelletje ontmoeten. Simone Claeys gaat in de meimaand ook nog samen met de klas (Mariaschool) richting Kapelletje.

Zoals veel Kalvenaars bidt ze daarenboven elke meiavond een paternoster en zingt ze Marialiederen aan het Kapelletje (3).

Op het afgesproken uur neemt een van de aanwezigen het voortouw bij het bidden van paternosters, zingen van Marialiederen (Te Lourdes op de bergen, Liefde gaf u duizend namen, O Maria die daar staat, Lieve Vrouwe van ons Land,...), het dreunen van de litanieen (Blijde, Droevige, en Glorierijke mysteries van het leven van de Heer en de Heilige Maagd Maria) aan het Kapelletje. Na een 30 minuten is het gebedsmoment afgelopen.

Eric Slabbinck kwam samen met tante Emma mee naar de gebedsavonden in mei. Die gebedsavonden herinnert hij zich enkel in mei want het was altijd mooi weer en zeker niet donker. Zijn vader leidt daar elke weekavond de gebeden, zolang hij in de Graaf Jansdijk woont.

Op een tweetal banken recht voor het kapelletje en op de lange bank in de Graaf Jansdijk zitten de gelovigen. Na de gebedsavond blijven de volwassenen de laatste nieuwtjes uitwisselen; de aanwezige kinderen spelen er samen op de dijk (7).

Ook Nadine Deetens (tot ze +13 is) gaat in mei samen andere buurtjongeren, elke weekdag zogenaamd de Rozenkrans bidden. Eerder kattenkwaad uithalen. De kinderen hebben vooraf kleine kikkertjes verzameld. De jongeren zitten samen in het gras op de dijk en gooien de kikkers heel voorzichtig en ongezien naar de biddende mensen op de banken in de dijk. Na de Rozenkrans gebruiken de kinderen de brandende kaarsen om hun handen met kaarsenroet te besmeuren (6).

Moeder Julia en vader Cyriel Claeys hebben een speciale verering voor Maria. Naast de bedevaart naar het Kapelletje in de mei- en oktobermaand nemen ze elk jaar deel aan de bedevaart naar Oostakker, het Lourdes van Oost-Vlaanderen. Als Cyriel en Julia hun jubileum vieren bij de Paters Dominicanen in het kerkje van de Rozenkrans zingt Ingrid Santy het Marialied "Liefde gaf u duizend namen". (3).

Priester Philippe heeft in de Margaretaparochie nooit weet gehad van gebedsavonden in mei of oktober. In de Sint-Antoniusparochie te Heist is dit wel het geval. Daar wordt in de Maria- en de Rozenkransmaand elke vrijdagavond om 18 uur een paternoster gebeden. In Duinbergen is er kapelletjestocht.

Voetnoten

(1) 2019-2020: gesprekken met Giselle Van Deursen en Willy Desmedt

(2) Februari 2020: gesprekken met Jozef Bonte (Knokke, 1936) en aanvullingen november

(3) Maart-mei 2020: gesprekken met Simone Claeys (Knokke, 1946)

(4) April 2020: gesprekken met Angele Dezutter (Knokke, 1928)

(5)  14 oktober 2020 gesprek met priester Philippe van den Driessche (Gent, 1972)

(6) 21 december 2020 gesprek met Nadine Deetens (Knokke, 1954)

(7) Januari 2021: gesprek met Eric Slabbinck (Knokke, 1952)

Bibliografie:

  • Kerkdagboek van Pastoor Ronse, 1908-1910 Inventaris Onroerend Vlaams Erfgoed
  • Dr. Jos De Smet en Margriet De Keyser, artikel, Rond de Poldertorens 1961/2 A. D’hont, artikel, Brugsch Handelssblad 2 februari 1969 Jozef Bonte, Geschiedenis van de Sint-Margaretaparochie Knokke, 2001 Zoutekerkje 1925-2000
  • Jimmy De Bruecker, artikel, Cnoc Is Ier 1981/18 p.53
  • E.H. J. Van den Heuvel, artikel, Cnoc Is Ier 1983/20 p.85 en 1984/21 p.78-80
  • Erik Willems, artikel, Cnocke is Hier 2011/48b en 2012/49a

Onze special dank aan diegenen die onze oproep beantwoordden en een getuigenis of foto's bezorgden.

Een bedevaart als nalatenschap van pastoor Ronse

Rita Peckelbeen

Cnocke is Hier
2021
58a
038-045
BV
2026-02-10 11:59:01