Het allereerste schooltje van de Oosthoek
Frie Devinck
Dit is het verhaal van een kleine, eenvoudige schoolgemeenschap van ongeveer 90 jaar geleden die op alle leerlingen levenslang een onvergetelijke indruk naliet. Het was een heel speciaal en klein gemeenteschooltje dat 22 jaar heeft standgehouden op de wat afgelegen wijk Oosthoek-Zevecote van Knokke.

Hoe het allemaal begon
De Oosthoek had een bevolking die zeer verbonden was, iedereen kende en steunde elkaar. De bewoners waren noeste werkers maar hadden toch nog tijd om kermis te houden en elke gelegenheid namen ze te baat om er een plezierig feest van te maken. Daardoor kreeg de Oosthoek een speciale, aantrekkelijke uitstraling en een apart karakter. Een echte 'Oosthoekenaar' werd door iedereen gerespecteerd en voor 'vol' aanzien.
De kinderen moesten allen zeer ver stappen naar de scholen in Knokke, meer dan 3500 stappen door bos en zand, meer dan een uur gaan, soms op klompen of op blote voeten.
Enkele ouders met jonge kinderen vroegen aan burgemeester Frans Desmidt om een schooltje te willen voorzien in de Oosthoek. Het gerucht deed de ronde dat er tegen september van 1931 een schooltje zou geopend worden. De dubbelbarak die jarenlang als woning aan het IJzerfront had gestaan en daarna dienst had gedaan als gemeentelijke meisjesschool in Knokke, werd naar de Oosthoek overgebracht. Deze werd geplaatst op de wijk Zevecote, niet ver van de molen van Siska, midden in het groen en dicht bij bos en duin.
Meester Retsin werd aangeduid als schoolhoofd en zou er ook lesgeven. Op 3 september 1931 startte de allereerste schooldag!
Iedereen was bij het zien van de grote dubbelbarak heel opgetogen maar... daarna zeer teleurgesteld! Waarom?
Tot grote verrassing van meester Retsin waren de barakken helemaal leeg! Er stond niets in: geen enkele bank, geen schoolgerief, geen borden, zelfs geen krijtje was te bespeuren.
Een paar jongens en een meisje kwamen voetje voor voetje heel bedeesd binnenkijken en vroegen: "Meester is dat hier dat we mogen naar school komen a.u.b.?" De verslagenheid en teleurstelling waren op hun gezicht te lezen bij het zien van de lege ruimtes.
Meester Retsin wilde ze niet in de steek laten en dacht: "Dan maar een goed verhaal of sprookje vertellen!" Hij nam ze mee naar buiten want het was die eerste schooldag heel zonnig en ze installeerden zich gezellig onder de tronken in de schaduw. Hij vertelde over Roodkapje en Sneeuwwitje en verwittigde hen dat ze goed moesten luisteren want nadien zouden ze het sprookje mogen naspelen. De rolverdeling gebeurde naar eigen keuze en de jongens vonden het helemaal niet beneden hun 'mannelijke waardigheid' om de rol van Roodkapje of Sneeuwwitje op zich te nemen. Er werd gegierd en gelachen en het werd zelfs nog een memorabele en plezierige ochtend.
Later bezorgde directeur Gaston van Steene de eerste schoolbanken en het nodige gerief om te kunnen starten. Boeken, schriften, aardrijkskundige kaarten, een groot telraam en kleurige platen werden met een stootkar van de gemeente naar het schooltje gebracht.
Grote en kleine schoolborden, dozen krijt en een lange aanwijsstok volgden. Het duurde toch nog enige tijd vooraleer al het nodige voorhanden was en er echt les kon gegeven worden. En... langzaamaan kwamen er meer leerlingen naar het schooltje.
Hoe zagen die schoolbarakken eruit?
Ze hadden ruime lokalen en grote vensters met ruitverdeling. Bij nader onderzoek ontdekte meester Retsin dat de barakken eigenlijk oud en versleten en zeer vermolmd waren. In de zomer trokken de planken open en vormden reten en spleten waardoor de wind zoevend en zingend naar binnen kwam. Gedurende de winter konden er soms scherpe, koude windvlagen gierend naar binnen waaien die de kinderen en de meester grote verkoudheden bezorgden.
Op een erg stormachtige dag schoot de wind weer eens huilend door de reten en na de middag bracht een meisje een stuk watte mee en stopte een dikke prop in elke oor. 's Anderendaags zat iedereen in de klas met watte proppen die uit hun oren puilden... maar de wind was gaan liggen!! Bij geweldige stormaanvallen begonnen de barakken te wiegen en de balken onheilspellend te kraken. De stadswerklieden zetten stevige stutbalken tegen de muren met als gevolg dat bij elke hevige rukwind de planken raspend tegen elkaar wreven en een akelig, onheilspellend geluid maakten. De kinderen werden er ongedurig en zenuwachtig van en de meisjes waren echt bang.

De school groeide en bloeide
De eerste woordjes …aap, vuur, peen, lies, toom…
Wie herinnert zich dat nog?
In het prille begin werd er maar een klaslokaal gebruikt voor een twaalftal leerlingen. Van het 1ste tot het 6de leerjaar zaten alle kinderen dus samen in een klas. Meester Retsin gaf er les over zowel Adam en Eva als over Napoleon en de grote oorlog. Hij leerde hen eerst het alfabet en later ook lezen door middel van woordjes die werden afgebeeld op een karton: aap, vuur, peen, lies enz. Stapsgewijs kwamen cijfers en sommen aan de beurt alsook de tafels van vermenigvuldiging, van gemakkelijk tot heel moeilijk
Meester Retsin en Juffrouw Van Bouwel.
Meester Joseph Retsin met zijn leerlingen.
Klas van Juffr. Van Maeckelberghe (1951).
Juffr. Ada Aertssen en haar kleutertjes.
Het moet een echt huzarenstuk geweest zijn voor meester Retsin om dit alles klaar te spelen met verschillende niveaus in een klas. Er was later ook een aparte kleuterklas bijgekomen.
In 1935 werd de Koninklijke villa gebouwd en om de veiligheid van Koning Leopold III te verzekeren werd er een 'gendarmerie' opgericht in de Oosthoek. Dankzij de gezinnen van die rijkswachters kwamen er plots meer kinderen naar het schooltje.
Algauw waren er 56 leerlingen en werden de klassen gesplitst en kwamen er leerkrachten bij onder wie mevrouw Helene Van Bouwel-Poppe. Zij gaf ook nog handwerk en naailes aan de meisjes en zorgde voor een naaimachine. Ze was gedurende lange tijd de rechterhand van meester Retsin.
Doorheen de jaren hadden er in de school ook andere uiteenlopende activiteiten plaats zoals toneel, muzieklessen of bijeenkomsten. Rond de kerstperiode werden ieder jaar kleine, leuke toneelstukjes opgevoerd bij Moeder Siska. Meester Retsin, samen met de hulp van meesters Borghijs en Cornelis en mevrouw Van Bouwel, kozen heel plezierige stukjes uit om op te voeren. Het peil was misschien niet heel hoog maar het succes was wel groot. Niet enkel de Oosthoekenaars maar zelfs mensen uit Knokke en de randgemeenten van Nederland kwamen kijken naar het toneel in de Oosthoek. Burgemeester Desmidt en schepen Deckers waren steeds trouw op post bij de toneelvoorstellingen.
Elk jaar werd er ook, weer samen met de klassen van meester Cornelis en meester Borghijs, een uitstap gepland te voet langs de zee naar Cadzand. Ze keken daar elk jaar naar uit, stapten er vrolijk op los en staken blootvoets de Zwinkreek over. ledereen had zijn eigen knapzak met boterhammen en drank mee die ze gezellig zittend in het zand met grote happen verorberden. Ze speelden en stoeiden wat en kwamen langs de binnendijken terug naar huis. Moe maar gelukkig.
Leerlingen van de Gemeentescholen in het Zwin
Voor de 'echte' schoolreizen kregen ze een toelage van de gemeente. Elk jaar was er een andere bestemming. Zo bezochten ze onder meer Duinkerke of deden de hele toer rond het eiland Walcheren of wandelden rond in grote steden als Calais en Boulogne. En natuurlijk gingen ze ook eens op schoolreis naar de 'Zoo' in Antwerpen. Daar speelde een groot militair muziek en in de pauze kwam een der muzikanten, helemaal uitgedost in donkerblauw militair tenue, lachend naar hen toe. Ze waren verbaasd! Het was verdorie Andre Sys uit hun eigen Oosthoek die hen kwam begroeten.
Maar de school werd niet alleen om te leren gebruikt!
Kleine feestjes of samenkomsten hadden er plaats. Vooral de 'Ouden van dagen' waren supergelukkig als ze hun jaarlijks feestje konden vieren in het schooltje. Het was telkens een aangename namiddag die ze in echte feeststemming konden doorbrengen. Het idee kwam van burgemeester Graaf Leon Lippens die een deel van de onkosten betaalde. De schoolgebuur, Charles Dumolyn en de zo populaire Jules Deschepper hielpen als naar gewoonte het feestje inrichten. Zulma, de concierge van de school, zorgde samen met de vrouw van meester Retsin voor de lekkere koffie. De koeken werden door schepen Van de Velde, die ook bakker was, geleverd. De oudjes waren vol vreugde, ze dronken en zongen en dansten dat het een plezier was.
De kinderfanfare en de fameuze tocht naar Brussel die een staartje kreeg!
Voor de oorlog werd er een scoutsfanfare gesticht in het kleine barakkenschooltje van de Oosthoek door de heer Bossuyt, een mecenas uit het Zoute.
Het loont de moeite om zijn leven even kort te beschrijven.
Hij was ooit een arme jongen geweest die in Tielt woonde. Vanaf zijn tiende jaar stopte hij met school en werkte 15 u. per dag in de schoenmakerij van zijn vader. Als kind droomde hij ervan om in een fanfare te mogen spelen maar zijn ouders hadden geen geld om een instrument te betalen. Later trok hij samen met zijn moeder naar de markten om schoenen te verkopen en daar leerde hij heel vlug de bijzondere details van de stiel. Hij zag waar 'het kneep' en vond waar 'het paste' zei hij zelf. Hij richtte in Brussel een kleine schoenfabriek op die door de jaren heen enorm goed floreerde. Hij bezat in en rond Brussel 13 schoenwinkels en zo vergaarde hij een flink fortuin. Zoals alle 'mensen met centen' in die tijd wilde hij ook een villa hebben in het Zoute. Hij woonde in de Ferme Sint-Martin sedert 1931 langs de Prins Karellaan en had een concierge, Ide Alois, van wie de kinderen in de Oosthoek naar het barakkenschooltje gingen.
De villa Ferme St. Martin in de Prins Karellaan
Op een dag ging Mijnheer Bossuyt zelf eens op bezoek naar het schooltje om met meester Retsin iets te bespreken. Hij had altijd van muziek en fanfares gehouden en hij vond dat dit in de Oosthoek ontbrak dus stichtte hij een kleine scoutsgroep die tevens een muziek- korpsje was. Zo werd zijn oude jeugddroom waar!
Bossuyt schonk de groep verschillende muziek- instrumenten en trommels en bezorgde ze ook een uniform. Maar meester Retsin had een probleem, hij was niet muzikaal genoeg om de leiding op zich te nemen en hij kreeg hulp van het muziekkorps van Knokke. Zo werd Rene Gunst 'chef' van de fanfare en Stanislas Lierman instructeur van de trommelaars; Frans Van de Velde werd de voorzitter van de scouts. In het begin was het een gebral van jewelste maar weldra werden er eenvoudige, mooie muziekstukjes ten gehore gebracht, ze konden al 4 marsen en ook de Brabangonne spelen. Dit kleine muziekkorpsje stapte ook mee in de bloemenstoeten van Knokke.
Mijnheer Bossuyt was zo fier op zijn muzikanten dat hij zijn fanfare wilde voorstellen aan zijn vrienden in Brussel. De ouders mochten ook meereizen en heel de Oosthoek stond op zijn kop! In Brussel marcheerden ze al trommelend langs de Boulevard Botanique naar de Rue Royale en recht naar de Onbekende Soldaat. Daar legden enkele meisjes een grote ruiker Zwinneblommen neer en werd de Brabangonne gespeeld. Bij de muzikantjes die weinig of geen gehoor hadden, werd uit voorzorg een kurk in hun instrument gestoken om toch zeker te zijn dat er geen wanklanken zouden uitkomen. Ze kwamen uit de crypte de trappen opgelopen en daar... stond de hoofdcommissaris van politie hen op te wachten... Ze kregen een proces!!
Er werd geverbaliseerd! "Waarom?" vroegen ze. Ten 1ste omdat ze geen toelating hadden gevraagd aan de burgemeester van Brussel en ten 2de Brussel was zes maanden in rouw wegens het overlijden van de geliefde koningin Astrid. De groep trok dan maar in alle stilte verder met hun instrument onder de arm om vlug nog het koninklijk paleis te bekijken. Daarna genoten ze van een diner in het Restaurant de la Monnaie. Het was een onvergetelijke dag nadien werd er nog lang over gesproken.
Mijnheer Bussuyt werd de reddende engel! Hij had enkele connecties in Brussel en heeft daar nadien alles kunnen 'uitklappen en uitleggen'. Alles werd kwijtgescholden! Eind goed, alles goed!
Een topper voor de groep was de vermelding in een Franstalige krant van hun bezoek aan Brussel met foto van de groep.
Persknipsel van La plus jeune Fanfare de Belgique te Brussel.
De jongste fanfare van Belgie' arriveerde dinsdagmorgen in Brussel. Gezien de leeftijd van de muzikantjes mag deze scoutsfanfare uit de Oosthoek Het Zoute, zich de jongste van onze muzikale verenigingen noemen.
Samengesteld uit een 40-tal leden, de jongste niet meer dan 7 jaar en de oudste 12 jaar, zijn de leerlingen van de gemeenteschool van de Oosthoek, een wijk van Knocke-aan-Zee.
Ze kregen van Prins Boudewijn de belofte dat hij het ere-voorzitterschap op zich zou nemen.
De kleine groep kwam de Expositie bezoeken onder de leiding van de leraren. Om 11.00 u werden bloemen neergelegd bij het Graf van de Onbekende Soldaat.
Enkele leuke anekdotes
Op een dag kwam mevrouw de Gravin Suzanne Lippens naar school, vergezeld van haar indrukwekkende hond, een groot en prachtig dier. Ze beval hem in het Engels om op de mat te blijven zitten wat hij gehoorzaam deed. De kinderen keken op eerbiedige afstand, vol ontzag en bewondering, naar de gehoorzame hond. Mevrouw de Gravin had een mooi prentenboek mee dat ze aan de school wilde schenken. Het waren de sprookjes van Andersen en de kinderen mochten het lezen en bekijken. Het boek werd duchtig uitgeleend en zou het meer dan tien jaar lang uithouden tot het helemaal beduimeld en wat gescheurd uiteenviel.
Twee weken later was er les over het huisdier: namelijk de hond. Elk kind had een verhaal over wat hun eigen hond allemaal kon en ze stoeften tegen elkaar op. De een had een hond die konijnen pakte of de andere had er een die overal kon overspringen tot opeens een kind riep: "Maar ik ken de slimste hond van de hele wereld, deze van de gravin! Die kent zelfs Engels want ze moet altijd in het Engels tegen hem spreken." En iedereen beaamde dit volledig en allen waren akkoord!
Nu even uit de biecht spreken, dit mag ook wel eens af en toe.
Elke maand naar de biecht gaan als je nog geen 12 jaar bent, was wel te veel van het goede en de kinderen vonden geen zonden meer om op te biechten. Meester Retsin had een lijstje opgemaakt van al de 'gruwelijke' zonden die ze eventueel konden gedaan hebben. Het lijstje zag er als volgt uit: vloeken, liegen, stelen of in je blootje lopen; lachen met oude mensen, met stenen smijten naar paarden of naar koeien in de wei; door de rogge lopen, patatten of rapen uittrekken, niet naar de mis gaan de zondag of dieren mishandelen...
Er kwamen drie meisjes van 7-8 jaar naar meester Retsin toe om te zeggen dat ze geen enkele van die zonden deden die op het lijstje stonden en vroegen hem: "Wat moeten we dan biechten meester?" "Wel zeg dan maar dat ge chocolade of een suikertje gepakt hebt." Opgelucht gingen ze de speelplaats op. Twee weken later komt de onderpastoor in de klas om catechismusles te geven. Plots draait hij zich om en zegt hij: "Maar a propos meester Retsin, me dunkt dat uw kinderen hier niets anders doen dan chocolade en suiker stelen!!" Oei, dacht de meester, die meisjes hebben het zeker rondverteld. Toen biechtte meester Retsin alles aan de onderpastoor op over zijn opgesteld zondenlijstje en vroeg hem terloops: "Maar welke zonden biechten ze dan wel op in de andere klassen of scholen?" "Ge weet toch dat ik niet uit de biecht mag klappen" antwoordde de pastoor met een uitgestreken gezicht...
Een grote dikke worst zweefde in de lucht.
In de jaren 1938 speelden de kinderen op een dag voetbal gedurende de speeltijd. Plots gleed er een 'bovenaardse verschijning' geluidloos langs de hemel die allen met verstomming sloeg. De kinderen stonden stil en begonnen dan toch te roepen en te wijzen naar de lucht. Een paar trokken meester Retsin mee aan de hand en wezen hem naar een soort grote worst of sigaar die boven de zee hing.
Het was een Duitse Zeppelin, misschien wel de 'Hindenburg' die tamelijk laag overvloog. Terug in de klas bestookten de kinderen meester Retsin met vragen. Hij vertelde hen dat het een soort ballon was maar dan wel met motoren zoals bij een vliegtuig zodat ze konden vliegen waarheen ze wilden. De kinderen konden er niet over zwijgen en stelden allerlei vragen: kan men daarin eten of spelen en slapen of ook ver kijken en dan nog veilig terugkeren naar huis?
Het laatste uur de vrijdag was het tekenles en natuurlijk werd de Zeppelin de grote vedette. Hun fantasie kende geen grenzen! Ze tekenden zichzelf erin, hun broers en zussen, hun ouders en ook madame Lippens die het sprookjesboek had geschonken. Verder ook nog een velo, een hondenkar en andere dingen waarvan ze hielden. Een meisje had zelfs boven op het dak van de Zeppelin haar geit getekend maar dat riep een reactie op bij de anderen.
"Dat kan niet want die geit gaat daar afvallen". Het meisje verdedigde zich fel: "Het is niet waar, hij kan er niet afvallen want ik heb ze straf vastgezet daarboven op, thuis doe ik dat ook want anders loopt de geit overal naartoe." Het idee vond bij iedereen succes, er werden direct koeien, varkens, katten of zelfs kippen en een paard bij getekend op het dak. Het werd een echte 'Zeppelin-Ark' van Noah.
De leerlingen waren zeer fier en gelukkig toen hun tekeningen aan de muur mochten hangen zodat iedereen die passeerde ze kon bewonderen.
Meester Retsin van de Oosthoek even doorgelicht.
De school groeide naar het geluk dankzij de legendarische meester Retsin.
Maar wie was hij en hoe kwam hij in Knokke terecht?
Retsin Joseph werd geboren in Harelbeke op 13 maart 1906 en studeerde aan de Rijksnormaalschool te Gent waar hij het diploma van onderwijzer behaalde in 1926. In Vlissegem en Westkerke fungeerde hij als plaatsvervanger en kwam in 1930 naar Knokke. Hier verving hij ook eerst enkele leraars tot hij in september 1931 naar de Oosthoek trok en hoofd werd van de Oosthoekschool. Die werd opgestart in de fameuze dubbelbarak die er zou blijven tot in 1953. Het volgende jaar werd er de mooiste en modernste school van de hele kust gebouwd. Hij was geweldig fier, hij verhuisde van een barak naar een prachtige, goed uitgeruste nieuwbouw: van het ene uiterste naar het andere.
Een 24-tal leerkrachten van de stedelijke meisjesschool hebben bij meester Retsin hun eerste schreden in het onderwijs gezet. Ze werkten er allemaal even graag.
Op 29 maart 1966 werd meester Retsin gehuldigd op het stadhuis, enkele dagen na zijn zestigste verjaardag.
Op 10 september 1966 werd meester Retsin toegejuicht door Graaf en Gravin Lippens. Nathalie Nellens vond in meester Retsin een grote steun voor haar actie ten voordele van de melaatsen in Indie. Burgemeester Leon Lippens gaf een herinneringsgeschenk aan Joseph Retsin.
Meester Retsins opinie over de kinderen van de Oosthoek: "Zowel jongens als meisjes waren van een gezond sterk ras. Ze waren levendig, vrolijk en blij, niet altijd even braafmaar wel gewillig en openhartig, ze voelden zich thuis in het barakkenschooltje en ik heb ze allemaal altijd heel graag gezien. Het speet me oprecht als ze na de grote vakantie naar de hogere scholen van het dorp vertrokken."
Retsin nam afscheid met de woorden recht uit zijn hart: "Het doet me altijd plezier als ik iemand tegenkom die nu al grootvader of grootmoeder is, en ze hoor zeggen: "Van al de scholen die we hebben gedaan, waren we het liefst
van al in de barakkenschool." Dan kreeg ik een zeer warm gevoel met een tikkeltje weemoed in het hart Joseph Retsin overleed op 26 augustus 2003; zijn echtgenote Louisa Noppe op 8 maart 2008.
Het echtpaar Retsin bij hun viering in 1966 op het stadhuis. Zittend v.l.n.r. directeur Van Outryve, rechts directrice Van Bouwel. Staande: oud raadslid Leon Verheye, raadslid Roland Van Parys, burgemeester Leon Lippens, secretaris Jan Claeys, schepen Pierre Van de Velde, raadsleden Fevery en Delanoye, schepen Eugene Mattelaer, raadslid Fons Lierman, schepen Herman Aernoudts en raadslid Georges Cattrysse.
Herinneringen .....
Juffrouw Ada Aertssen met de kinderen in de weide bij Siska’s molen.

Bronnen
De schoolbarak van de Oosthoek,
brochure
André D’hont, Cnocke is hier, nr. 26 jg.1989
Persbericht: De meester mijmert,
Waterverfschilderij, ter beschikking gesteld door François Stockx uit de Oosthoek.
Fotocollectie: Sincfala, Museum van de Zwinstreek.
