Het leven zoals het was in de rijkswachtbrigade te Knokke - Deel 1
Het waren andere tijden... 1936- 1939
Rita Peckelbeen
De politiehervorming bracht o. m. de vroegere politie en rijkswacht in nieuwe politiezones samen in een korps. De vroegere rijkswachtgebouwen in de Oosthoek werden na de centralisatie van de Politie in de Van Steenestraat, door de Verkeersbrigade gebruikt. Anno 2021 huren privepersonen de woningen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Stads Ontwikkeling. Al dan niet binnen korte tijd zullen de woningen opgaan in een of ander urbanistisch project en zal de Oosthoekse Rijkwachtbrigade nog een herinnering zijn. Over de Rijkswacht in Knokke-Heist zijn er bijdragen gebracht door Paul De Coninck (Rond de Poldertorens 1995) en door Constant Devroe (Cnocke Is Hier 2015/52a pg 33-42). Ook in zijn boek Luchtvaart en Golf bracht Devroe de rijkswachters (vooral fotografisch) in beeld.
De geschiedenis van de Rijkswacht in Knokke is 70 jaar kort. In dit artikel wordt het leven van 1936 tot 1939 verteld. Over die periode in onze plaatselijke geschiedenis hebben ooggetuigen al in verschillende boeken en artikels hun belevenissen beschreven. Anderen zwegen over die periode, of hebben pas veel later hun kinderen een en ander verteld. Uiteraard het eigen subjectief verhaal, dat aanvulling is bij de al vertelde geschiedenissen. Grote dank aan Guy Erbo (1955) om me zo zot te krijgen een artikel over het brigadeleven in die tijd te schrijven. In een van de volgende tijdschriften willen we met de hulp van vroegere brigadebewoners en/of hun kinderen de periode van 1941 tot heden belichten.
Start in Knokke
De vestiging van de Rijkswachtbrigade in Knokke in 1930 is een verplaatsing van de brigade Westkapelle naar Knokke. In 1844 is de gendarmerie namelijk in Westkapelle gei'nstalleerd. Grenscontrole is in het jonge Belgie belangrijk. De gendarmerie heeft een uitgestrekt grondgebied: de gemeenten Westkapelle, Hoeke, Lapscheure, Oostkerke, Knokke, Heist en Ramskapelle.
In 1885 komt het ambtsgebied van Heist, Knokke en Ramskapelle onder een nieuwe rijkswachtbrigade Heist. In 1928 is er opnieuw een wijziging: Lapscheure en Oostkerke gaan op in de brigade Moerkerke; Knokke komt terug onder Westkapelle. Er wordt ook voorzien dat brigade Westkapelle naar Knokke wordt overgebracht, van zodra een kazerne ter beschikking kan worden gesteld die voldoet aan de eisen inzake hygiene en comfort. Die locatie vindt men.
In de zomer van 1930 verhuist de brigade Westkapelle naar de nieuwe locatie in de Henry Stacquetstraat, een doodlopend zijstraatje van de Albertlaan. Het straatje is aan de zuidkant bebouwd in de jaren. Nu zijn er nog burgerhuizen met art-deco en cottagestijl: op nummer 9 Zonnestraal, nr 11 Lenteblomme, nr.13 Zonnelicht en nr 15 Morgenstond. Op de locatie van de eerste Knokse rijkswachtkazerne vinden we later, een jeugdherberg, de gemeentelijke politie en nu sociale woningen.
Brigade Westkapelle bestaat in 1930 uit 4 personen Eerste Opperwachtmeester brigadecommandant Emiel Claes (commandant van 7 maart 1928 tot 15 mei 1933), wachtmeesters 1ste klas Winand Offermans, Achille Spaerkeer, Leon Moerman en Raphael Kiekepoos. In 1935 komt ook het personeel (o.m Henri Wauters) van de afgeschafte brigade Heist er nog bij.
Vader Maurice Erbo, van Moeskroen naar de Henry Stacquetstraat
Na andere beroepservaringen en het vervullen van zijn legerdienst treedt Maurice Erbo (Schelderode, 1903-1975) toe tot de Rijkswacht in 1925. Na een aanvraag wordt hij op 19 februari 1936 gemuteerd van de brigade Moeskroen naar Knokke.
Huidige bebouwing van de H.Staquetstraat
Binnen de Rijkswacht is het nog de gangbare gewoonte dat rijkswachters na 5 jaar mutatie maken. Afstand houden van de plaatselijke bevolking, kwestie van zich niet al te veel in te burgeren en te engageren in het plaatselijk sociaal-cultureel leven. Het is nog uitgesloten om in hun geboorteplaats en latere woonplaatsen als rijkswachter actief te zijn. Geen lokaal fanfareleven, geen lidmaatschap van een plaatselijk toneelgezelschap ... voor de toenmalige gendarmen (1).
Huwelijksfoto 1930 Maurice Erbo - Josephine De Valck. Maurice in (gala) rijkswachtuniform met witte koorden
Samen met wachtmeester 1ste klas Maurice worden op 29 februari ook zijn echtgenote Josephine Augusta De Valck (roepnaam Gusta) (1910-1996) en hun kinderen, de 6-jarige Cecile (1931-2013) en de 2-jarige Lucienne (1934) in Knokke ingeschreven. Eerst op de hoek Albertlaan/Verweeplein (huidig nummer 56) waar ze de eerste verdieping betrekken boven Drukkerij Van Poucke (huidige Keurslagerij De Cock). “Het moet voor hen een zeer aangename verrassing zijn geweest om hier te wonen, komende van een kleine grijze industriestad en nu opeens in een soort paradijs te belanden” aldus zoon Guy (1). Op hetzelfde adres woont zijn collega Rene Van Weymeersch sinds zijn vertrek uit de brigade Heyst (1935).
Drukker Van Poucke verhuist later naar de Lippenslaan. Maar dan is het gezin Erbo-De Valck er ook al vertrokken. Zodra er een staatslogement in de Henry Staquetstraat 9 vrij is, neemt het gezin daar zijn intrek (inschrijving op 4 december 1936). Het gezin Erbo-De Valck woont er in het meest linkse van de vier logementen. Guy Erbo tekent de toenmalige huisvesting in de Henry Stacquetstraat. Helemaal op het einde van het straatje zijn er vier woningen voor rijkswachtgezinnen en een fietskot (de latere garages?). Voor de woningen ligt een koer. Tegenover de woningen is er een gebouw voor het bureau, een cel, een kolen- en washok (of magazijn zoals Constant Devroe noemt) en een logement voor de brigadecommandant.
Rijkswachterswoning in de Oosthoek
Aanvang 1938 pakt Gusta nog eens in voor de verhuis naar de gloednieuwe rijkswachtgebouwen in de Oosthoek (nu Rijkswachtlaan 42). Waarom? In de winter 1933/1934 is dicht bij Het Zoute en de tweede golfcourt de koninklijke villa Roemah Lahoet (Huis aan de Zee) in Het Zwin gebouwd. Het koninklijk gezin krijgt er bij zijn verblijf rijkswachtbescherming. Tussendoor wordt rond de villa door de rijkswacht ook een oogje in het zeil gehouden. Het is een heel eind met de fiets van Henry Stacquetstraat naar het Koninklijk Domein.
Tussen 1 april en 15 november 1937 wordt door aannemer De Cuyper (naar plannen van architect De Vare) achter de Hazegrasdijk een nieuwe kazerne gebouwd: een zestal gekoppelde woningen in art-deco stijl. De dienstgebouwen liggen midden op de koer achter de logementen. Naast het gezin Erbo-De Valck worden op 14 februari 1938 nog volgende rijkswachtfamilies in de Oosthoek ingeschreven: Camiel Lippeveld - Verschooren, Richard Baetens - De Bock, Romain Compernol - Steenkiste, Omer Den Baes - Dhondt, Alfons Lewyllie - Saelen, Johannes Van Asselberghs - Baudewijns en Henri Wauters - Appeel.
Maurice, Cecile en Lucienne Erbo bij de voordeur van hun logement in de Oosthoek.
Guy vertelt: “Ons gezin betrok de noordelijke helft van de eerste koppelwoning gelegen aan de straatkant, naast de oprit van de brigade. In de jaren ‘80 komt in onze vroegere woning de publieks- ingang voor de planton van de Rijkswacht-brigade. De andere helft van de koppelwoning wordt tot 17 juni 1938 betrokken door de Brigadecommandant adjudant Camiel Lippeveld. Op 24 juni 1938 wordt de vervanger brigadecommandant De Smedt verwacht. Die is echter langdurig ziek en vaak in het ziekenhuis opgenomen. Hij wordt uiteindelijk op 1 januari 1941 vanuit ziekenverlof op pensioen gesteld. In de periode tot 29 maart 1940 - dus ook de mobilisatieperiode van 1939 - is er in Knokke geen effectieve vastbenoemde brigadecommandant dagdagelijks aanwezig. De nieuwe vastbenoemde brigadecommandant neemt zijn functie maar pas op vanaf 29 maart 1940”.
Sinds 14 september 2009 zijn de 2 interbellum villa’s in de Rijkswachtlaan vastgesteld als bouwkundig erfgoed. Tot anno 2017/2018 was de volledige eerste koppelwoning voor de Technische Dienst van de Verkeersbrigade Politie in gebruik.
Familiefoto bij de ingang van de woning langs de Rijkswachtlaan met de 2 zussen en de grootouders Erbo.& onbekend
Vader Maurice is een goede man, van zijn tijd: rechtlijnig, van weinig woorden, streng maar rechtvaardig ook zeer vaderlandslievend, maar eerder wantrouwig van aard. Moeder Gusta is een levenslustiger persoon dan haar man. Naar de schoonheidsnormen van toen is ze een knappe vrouw. Zij trekt ongewild de blikken aan van menige man. Zij gaat graag lachend door het leven en houdt van gezelschap. Ze doet niets liever dan contact zoeken met de buurt waar ze woont.
Vader Maurice heeft het soms toch moeilijk met haar te dichte houding t.o.v de Oosthoekenaars. Hij vreest dat de hierarchie van de rijkswacht daar een aanleiding kan in vinden, om het verblijf voor het gezin in Knokke te verkorten. Het gezin woont hier immers wel heel graag!
Op het vliegveld van het Zoute. Maurice, Cecile en Lucienne Erbo en twee schoonzussen
Gusta moet het als rijkswachtersvrouw in een kazemeleven niet gemakkelijk hebben gehad. Het is haar onmogelijk een beroep uit te oefenen. Pas later krijgen rijkswachtersvrouwen toelating om een eerbaar beroep uit te oefenen. Te verstaan: verpleegster of onderwijzeres (1).
Het zijn andere tijden: geringere koopkracht en aanbod in de kruidenierszaken, geen frigo’s of wasmachines, ... het is vooral eigen kweek die zorgt voor de maaltijden. Een eigen moestuin en wat kippen, konijnen, zelfs een varkentje zijn voor vele gezinnen een must. Ook voor het gezin Erbo - De Valck in Knokke. Brood bakken doet Gusta zelf. Het graan haalt ze bij de landbouwers in de buurt. En een geluk: haar schoonvader woont in Schelderode, waar hij slachter en beenhouwer is. Nu en dan geraken er, na een noodzakelijke fietstocht voor een van de familieleden, een gedroogde hesp of gedroogde worsten in Knokke.
Gusta maakt en herstelt zo veel mogelijk zelf de kleding. Soms kan ze ook al eens beroep doen op een buurvrouw die beter is in snit en naad. Als ze toch eens naar het centrum moet met de fiets, is het omdat ze bij de smid terecht kan voor het herstel van huisraad. Zus Lucienne vertelt haar broer Guy dat ze eenmaal per jaar een appelsien eten: Sinterklaas brengt die. De zeldzame keer dat vader naar Cafe Vierwegen gaat en de kinderen meeneemt, krijgen ze een reep chocolade Victoria.
Zolang het gezin in de Stacquetstraat woont lopen de meisjes school bij de zusters in de Nestor De Tierestraat. Na de verhuis in 1938 naar de Oosthoek gaan ze naar de in 1931 opgerichte gemeentelijke schoolbarak in Zevecote. In de kleine school krijgen alle kinderen van het 1e tot het 6e leerjaar samen les in een klaslokaal. Cecile Erbo herinnert zich slechts 12 a 15 kinderen in de klas. In het schooljaar 1937/1938 zijn er o.m. volgende kinderen ingeschreven: Alfons Braet, Henri De Block, Willy Bouillon, Simonne Sys, Monique en Julienne Hoestlandt, Gilbert Van Renterghem, Noella Reubens, Nelly Van Raepenbusch en Gilbert Degraeve. En de kinderen van rijkswachtbrigade: Daniel en Gerard Wauters, Cecile en Lucienne Erbo, Simonne Van Asselberghs, Gilbert Compernol, Jacqueline Den Baes en Wilfried Baetens.
Op de klasfoto die in dat jaar is genomen zit Cecile netjes in haar schoolbank. Meester Retsin staat naast haar en overschouwt zijn pupillen. Cecile blijft echter niet lang in de Oosthoekschool, en keert terug naar de nonnenschool. Viermaal per dag doet ze het traject van en naar school via de Zoutelaan met de fiets, want ‘s middags moet ze thuis komen eten (1).
Andere rijkswachtkinderen bouwen in die tijd evenmin aan een lange schoolcarriere in de Oosthoek. Hun families verhuizen na korte tijd, omwille van de mutatie van vader/rijkswachter naar een andere brigade elders.
Maurice heeft - ondanks alle bestaande beperkende ‘regels’ in de Rijkswacht - uit de korte tijd die hij in Knokke was, toch vrienden en goede collega’s overgehouden. Getuige hiervan zijn de talrijke warme ontmoetingen bij hen thuis en de tegenbezoeken bij die vrienden, kennissen en collega’s door de jaren heen. Gelukkig doet benjamin Guy (1955) als kind goed zijn oren open bij die vele bezoeken. Er is (nog) geen televisie om hem af te leiden, maar de gesprekken openen zijn venster op mensenlevens en levensverhalen.
Hoewel Maurice de verhalen voor zijn jonge zoon op dat moment niet toelicht, laat hij later bij mondjesmaat toch meer los. Ook zussen Cecile en Lucienne vullen de verhalen aan. En zo komt het persoonlijk gekleurde verhaal uit andere tijden bij ons.
Knokse (koninklijke) sprokkels uit andere tijden
Maurice had heel wat verhalen over de koninklijke villa en de toenmalige koning, over de aanloop naar WOII en ook over de rol van de rijkswacht in Knokke in de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog. De 35-jarige wachtmeester 1ste klas Maurice Erbo is als oudste rijkswachter in Knokke tweede in bevel na de brigadecommandant. Tussen 18 juni 1938 en 29 maart 1940 is er geen vast benoemde brigadecommandant. Dat bezorgde hem blijkbaar wel kopzorgen, als verantwoordelijke voor exteme relaties en de handhaving en implementatie van de bevelen. De stugge hierarchie legt militaristische dwingende bevelen op. Die moeten in harmonie gebracht worden met de verzuchtingen van zijn collega’s ‘ondergeschikten’.
Telkens als de koninklijke familie in hun huis bij de zee Roemah Lahoet verblijft, staat hij als postoverste met 2 a 4 collega’s in voor de bewaking en beveiliging van de koninklijke familie. De villa staat dag en nacht onder bewaking van twee gendarmes als de koning aanwezig is. Ze patrouilleren buiten de omheining (1).
Maurice Erbo op de dijk aan het Zwin. Achter hem ligt de drinkput voor de schapen van Mon Pitte (Florimond Vandepitte, oom van raadslid-vroegere dijkgraaf Jean Vandepitte).
Op deze plaats stond een Duitse bunker uit de Eerste Wereldoorlog. Na de overstromingsramp van 1953 werd de dijk verhoogd en is de bunker met aarde bedekt (1).
Naar aanleiding van een vraag van Paul Van Parys, lid van onze vereniging werd de foto nader onderzocht. Op de achtergrond zien we de gevel van de koninklijke villa. Zaak is om te weten welke gevel het betreft. Andere foto’s geven uitsluitsel: het is de oostgevel van de villa. De drinkput bevond zich dus ergens zuidoost of nabij de huidige bocht van Leon Lippensdreef. De foto is vermoedelijk genomen vanaf de vroegere Internationale dijk en de uitloper naar het Zwart Huis.
De huidige Leon Lippensdreef is in de jaren ‘30 enkel aangelegd tot aan de huidige ANB (Agentschap Natuur en Bos) gebouwen. Eerst waren ze deel van het vliegveld als dienstgebouw, later van de karting en ook korte tijd de woning van gezin Kris Struyf. De oude verbindingsweg met twee onderscheiden smalle stroken is de eigenlijke toegangsweg tot het koninklijk domein. Naast de woning voor de huisbewaarder is een lokaal waar de vaste rijkswachtpost is gevestigd. De familie Florian- Irma Capelle (uit Halle-Booienhoven, deel van Zoutleeuw) is huisbewaarder-kamerheer van de koninklijke villa. De families Florian-Capelle en Erbo-De Valck zijn altijd contact blijven houden. Later wordt de vaste rijkswachtpost gei'ntegreerd in de woning van de huisbewaarder (later het gezin Robert Trio-Elza Debaere) (1).
Wachtpost Rijkswacht op het domein van de Koninklijke Villa; de heren Florian, Maurice Erbo en Alfons Lewyllie. ----------- Bij het wachthuisje naar Nederland toe.
De rijkswachters hebben naast die vaste wachtpost op het koninklijk domein nog een wachthokje in de bocht of kruising tussen de Internationale Dijk en het stukje dijk richting Zwart Huis. In het wachthokje staat een kachel en de dienstdoende rijkswachter(s) moet telkens een zak kolen met de fiets van de kazerne naar het wachthokje vervoeren. De kolen worden besteld bij Georges Traen in de Pierslaan (Cafe Traen) (1).
Minder koninklijk loopt het tussen twee landbouwers. Die zijn om onbenulligheden slaags geraakt en de gealarmeerde rijkswachters moeten tussenbeide komen en de gemoederen bedaren. Na veel gepalaver wordt de ruzie schijnbaar bijgelegd en vertrekken de twee wetsdienaars terug naar de eenheid. Bij aankomst in de kazerne vernemen ze dat een van de twee ruziezoekers ondertussen met een riek is gestoken. Rijkswachters terug naar de landbouwoorlog om vaststellingen te doen (1).
Als een wetsdienaar opgeroepen wordt, is er nogal vaak negatief nieuws te vertellen. Een later zeer internationaal bekend Franse zanger en entertainer gedraagt zich op een bepaald ogenblik toch ook minder koninklijk. De man treedt op in het Casino en hij en zijn gevolg verblijven in het Hotel du Nord, hoek Alfred Verweeplein/Lippenslaan. Zij verdwijnen met de noorderzon, zonder hun verblijf, drankverbruik en maaltijden te betalen (1).
rijkswachtpost is gevestigd. De familie Florian- Irma Capelle (uit Halle-Booienhoven, deel van Zoutleeuw) is huisbewaarder-kamerheer van de koninklijke villa. De families Florian-Capelle en Erbo-De Valck zijn altijd contact blijven houden. Later wordt de vaste rijkswachtpost gei'ntegreerd in de woning van de huisbewaarder (later het gezin Robert Trio-Elza Debaere) (1).
De rijkswachters hebben naast die vaste wachtpost op het koninklijk domein nog een wachthokje in de bocht of kruising tussen de Internationale Dijk en het stukje dijk richting Zwart Huis. In het wachthokje staat een kachel en de dienstdoende rijkswachter(s) moet telkens een zak kolen met de fiets van de kazerne naar het wachthokje vervoeren. De kolen worden besteld bij Georges Traen in de Pierslaan (Cafe Traen) (1).
Minder koninklijk loopt het tussen twee landbouwers. Die zijn om onbenulligheden slaags geraakt en de gealarmeerde rijkswachters moeten tussenbeide komen en de gemoederen bedaren. Na veel gepalaver wordt de ruzie schijnbaar bijgelegd en vertrekken de twee wetsdienaars terug naar de eenheid. Bij aankomst in de kazerne vernemen ze dat een van de twee ruziezoekers ondertussen met een riek is gestoken. Rijkswachters terug naar de landbouwoorlog om vaststellingen te doen (1).
Als een wetsdienaar opgeroepen wordt, is er nogal vaak negatief nieuws te vertellen. Een later zeer internationaal bekend Franse zanger en entertainer gedraagt zich op een bepaald ogenblik toch ook minder koninklijk. De man treedt op in het Casino en hij en zijn gevolg verblijven in het Hotel du Nord, hoek Alfred Verweeplein/Lippenslaan. Zij verdwijnen met de noorderzon, zonder hun verblijf, drankverbruik en maaltijden te betalen (1).
Getuigenissen
(1) Guy Erbo, getuigenis als bewerkt uittreksel uit zijn neergeschreven familiegeschiedenis, november 2020, (+ foto's uit zijn archief)
Bronnen:
Paul De Coninck, Rond de Poldertorens 1995 , artikels
Constant Devroe, boek, Luchtvaart en golf, pg 59 foto en van pg 132-135, pg 173), pg 243 (1991)
Constant Devroe artikel, Cnocke Is Hier 2015/52a pg 33-42 Andre D’hont, artikels, Cnocke Is Hier 1983-1989 en 1999 Jos Retsin, artikel, Cnocke Is Hier 1989/26 Gemeentelijk archief, bevolkingsregister Knokke (1930-1947)
Inventaris Onroerend Erfgoed.be Leerlingenlijst Zevecote 1937-1938 (in privebezit)

