☰ Extra

Het leven zoals het was in de rijkswachtbrigade te Knokke - Deel II

Rita Peckelbeen

2026 01 28 133526Het waren andere tijden... 1939-1941

Het verhaal van rijkswachter Maurice Erbo in brigade Knokke stopt niet in 1938. Het gaat hier verder met zijn relaas over mobilisatiegebeuren, de eerste oorlogsdagen, kleine beginnende verzetsactiviteiten en andere perikelen.

Mobilisatie

Na de mobilisatie van 1939 is er een grenswacht controlepost met wegversperring (huidige groenten en fruit Tino's) een beetje voor het toenmalig douanekantoor op Schapenbrugge. Er is prikkeldraadversperring en met Spaanse ruiters kan men de doorgang volledig afsluiten. Tussen het tolkantoor van de Belgen (nu aan handelszaak Vispaleis) en dat van de Nederlanders (nu aan Hof Ter Mude) is er een grenszone (officieel een internationale weg). Er is een tweede grenswacht controlepost aan De Vrede. De twee vaste grensovergangen worden 24 op 24 uur en 7 dagen op 7 bewaakt, ook in de ijzige winterdagen 1939-1940 (1).

2026 01 28 133550Grenswachters van de grenspost Schapenbrugge aanvang mei 1940 Links naar rechts: Rene Goormachtigh, Seraphin Ockier, Maurice Lierman, Maurice Erbo, Jozef Van Den Broucke, Oscar De Groote, ?, Jozef De Baene. Rechts de oude loods van de stoomtram Knokke-Sluis, later vervangen door de elektrische tram.

Mannen uit Westkapelle, Ramskapelle, Heist en Knokke die er hun dienstplicht al een tijd hebben opzitten (afgezwaaid in het Knoks) zijn gemobiliseerd als grenswachters. Zij staan onder het bevel van Maurice Erbo. De grenswachters controleren de identiteit aan de grensovergangen Schapenbrugge en De Vrede. Zij patrouilleren eveneens in de grenszone (tussen Nederlandse en Belgische grensposten) en tussen De Vrede en het wachthuis van de Rijkswacht aan de Internationale Dijk (zie Cnocke Is Hier 58b). Aan dat wachthuis houden de grenswachters het gebied in de richting van Cafe Zeezicht van Janneke Lagasse (Louise van Grollens, later De Witte Kokmuts en nu Zilt en Zout) in de gaten. Aan- en afvliegende vliegtuigen naar de Knokse luchthaven zie je er ook al van ver. De beurtwacht formulieren van de grenswachters worden in het wachthuis afgetekend (1).

Maurice Erbo heeft alternerend een optrekje bij landbouwer Leon Lanckriet, Hazegrasstraat (nu De Zoete Polder) en bij 3 oude jonkheden (de ongehuwde broer Arthur en zijn zussen Elodie en Irma Hoste) in het boerderijtje Kalvekeetdijk 2. Het boerderijtje is eind jaren '70 omgebouwd tot een eengezinswoning en recent volledig afgebroken en vervangen door een nieuwbouw (nu huisnummer 22).

De grenswachters van dienst aan de grenspost Schapenbrugge hadden hun corps de garde (een afzonderlijke ruimte) bij de gastvrije Firmin Van Den Broucke in het cafe Schapenbrugge. Voor de grenswachters aan De

Vrede is dit bij landbouwer Van De Sompele (1).

2026 01 28 133640Met de familie Van den Broucke
V.L.n.r. Oscar De Groote, Jozef Van Den Broucke, Maurice Erbo, Adrienne Bodyn, Rene Goormachtigh, Henriette Dieperinck echtg J. Van Den Broucke, Firmin Van Den Broucke, Seraphin Ockier, Alfons Selen, gehurkt onbekend.

10 mei 1940 voor Maurice Erbo

Op 10 mei 1940 bij het ochtendgloren rookt Maurice Erbo een sigaret aan de achterkant van de boerderij Lanckriet.

Guy leest volgende passage uit zijn familiekroniek: Kijkend in de richting van Nederland ziet hij van daaruit Duitse legervliegtuigen komen aanvliegen. Onmiddellijk volgt een aanval met bommen en mitrailleurvuur op de luchthaven.

Wat vader verder doet weet ik niet, maar op zeker ogenblik komt hij terug in de Oosthoek aan. Van over de Hazegrasdijk strompelen al dan niet zwaargekwetste soldaten. Samen met moeder en anderen vangt hij die Belgische soldaten op. Een van hen is een arm afgeschoten. Vader vordert telefonisch de auto van Charles (Charley) Coppieters 't Wallant op. Die komt vlug uit het Zoute aangereden en stelt zijn wagen vrijwillig ter beschikking voor vervoer van de zwaarst gewonden. Charley brengt deze zelf naar het Sint-Jansziekenhuis in Brugge. Bij een nieuw bombardement twee dagen later worden de heer Eggermont, directeur van de luchthaven en zijn zoon gedood.

Het wachthuis van de Rijkswacht aan de Internationale Dijk wordt op 10 mei 1940 door een Duits bombardement vernield. De fundamenten blijven zitten tot de werken voor de Zwinuitbreiding.

De kolenkelders van de rijkswachterswoningen liggen vol op 10 mei 1940. Veel Oosthoekenaars hebben geen kelder. Men besluit in de brigade de kolenkelders te legen, wat te kuisen en ter beschikking te stellen van die bewoners uit de Oosthoek. Zij brengen er de eerste nachten door en later bij gevaar of alarm. De uitbaters van het Cafe Vierweghe (Fons en Fiene Beyne) en de familie Louis Devinck (boerderijtje aan het Oosthoekplein naast de Sapiniere - nu ter hoogte van de bushalte) zitten in de kelder bij het gezin Erbo (1).

Vluchten voor de oorlog

Tijdens de opmars van de Duitse troepen wordt op een bepaald ogenblik in het gezin Erbo beslist dat Gusta zich best met de twee meisjes per fiets naar de Franse Grens begeeft. Omdat hij toch naar het Rijkswachtdistrict Brugge (aan de Predikherenrei) moet, begeleidt Maurice hen tot Brugge. Daar vertrouwt hij hen toe aan een kennis, een gepensioneerd legerofficier die een tapijtwinkel uitbaat hoek Eiermarkt/Geldmuntstraat/Markt.

Guy vertelt: "Moeder en de kinderen overnachten op de tapijten en vertrekken 's anderendaags richting Menen. Daar woont Gusta's schoonbroer. Vandaar gaat het richting het ouderlijk huis in Komen, waar zij de gebeurtenissen afwacht. Na de Belgische en Franse capitulatie komt zij terug naar Knokke. In het verhaal van haar brigadeleven Knokke is hun reisverslag niet ter zake, maar het is een verhaal van kommer, kwel, grote doorstane angsten en ontbering".

Na het afscheid in Brugge van zijn gezin, keert Maurice terug naar de brigade Knokke. Het zijn hectische dagen tot de capitulatie op 28 mei en de aankomst van de Duitse bezetter in Knokke.

De eerste oorlogsmaand van Maurice Erbo

Guy kent het volledige relaas van de gebeurtenissen niet, maar herinnert zich enkele anekdotes zoals zijn vader die hem ooit vertelde.

"Op een bepaald ogenblik tussen 10 en 28 mei 1940 krijgt het personeel van de brigade het bevel naar Zeebrugge te fietsen om daar in te schepen naar Engeland. Desnoods moeten ze doorrijden tot de haven van Oostende. De rijkswachters stellen in Heist echter vast dat de brug over de Blinker en de Stinker (Leopold- en Schipdonkkanaal) is vernield. De sluizen zijn ook onklaar gemaakt. Zij kunnen dit dubbele obstakel niet overwinnen omdat er toch een stevige stroming staat".

"Dan maar langs de oevers van de Blinker zuidoostwaarts. Om er vast te stellen dat de bruggen aan zowel de baan Westkapelle-Dudzele als Westkapelle-Oostkerke zijn gesprongen. Bijna aan de 'Siphon' geraakt, zien ze dit kunstwerk ook de lucht invliegen. De luchtverplaatsing doet de brokstukken rond hun oren vliegen. Enkele rijkswachters worden tegen de grond gegooid. Enkele Franse soldaten verwijderen zich ijlings aan de overzijde van de Stinker richting Brugge. Bij hun terugtocht vernielen Franse soldaten alle bruggen in de omgeving van Brugge. De vlucht naar Engeland voor de rijkswachters is hiermee finaal ten einde. Ze keren terug naar de rijkswachtbrigade te Knokke".

"Op 28 mei 1940 (dag van de capitulatie) staat vader met collega Alfons Lewyllie te Westkapelle aan het kruispunt van de Dorpsstraat en de Rijksweg Maldegem-Knokke. Zij herkennen Graaf Leon Lippens in een uit richting Hoeke komende auto. De auto toont sporen van een beschieting. Graaf Lippens houdt even halt en roept hun toe "Ze zijn in aantocht, ze zijn daar!". Niet veel later arriveert inderdaad een motorfiets met zijspan in de richting Knokke. De bijrijder groet hen. De Duitsers bezetting is hen hiermee ook duidelijk (1).

Aversies van Maurice

Italiaanse vliegeniers nemen hun intrek in het Andrews Hotel. Duitse soldaten marcheren dagelijks zingend heen en weer tussen de Oosthoek en de luchthaven. Na een tijdje lopen alle (kleine) kinderen mee Heil li heil lo zingend. Na een paar kletsen uitgedeeld door vader doen Cecile en Lucienne dat geen tweede keer. Zijn er soldaten in aantocht dan roept moeder Gusta haar dochtertjes binnen. De oorzaak van de Maurice's woede is niet alleen zijn persoonlijke aversie. Zijn vader heeft in de Grote Oorlog weerstandsactiviteiten uitgevoerd en Maurice is in die periode als tiener door de bezetter mishandeld. "Tussen haakjes: mijn vader haatte Duitsers tot op het einde van zijn leven. Niets kon dat veranderen. Wee de Duitser die hem in de jaren '60 de weg vroeg.

Ofwel kwam hij gegarandeerd ergens aan waar hij niet moest zijn. Ofwel kreeg hij een deel verwensingen naar zijn hoofd" vertelt Guy.

Verder uit de familiekroniek: Mijn vader was van oordeel dat (op enkele uitzonderingen na) hoe rijker en voornamer, hoe vlugger sommigen geneigd waren (al dan niet) vrijwillig of om geldgewin, aan te leunen bij de
bezetter in de Nieuwe Orde. Geldgewin begon bij enkelen te primeren, waar door ze zich om welke reden dan ook (goedkoop) aanboden om op wie dan ook wraak te nemen.

De rijkswachters worden geacht overal actief te zoeken naar onderduikers, achtergebleven geallieerde soldaten, ... naar wie in feite niet pro-Duits is. Maurice weigert samen met een aantal collega's daaraan deel te
nemen. Zij het altijd op een omfloerste manier: potentiele slachtoffers worden waar en wanneer mogelijk op tijd verwittigd. Dat is niet zonder enig gevaar. Overal lopen wolven in schaapsvacht, zelfs in de rijkswachtbrigade.

Beginnende verzetsactiviteiten

2026 01 28 133713De Belgische Regering in ballingschap in London structureert en erkent bepaalde verzetsbewegingen pas vanaf half 1941. Alle acties in bezet Belgie voor die datum vinden plaats op vrijwillige basis en op basis van onderling vertrouwen.

Maurice vertelt zijn zoon dat hij een zesde zintuig heeft als het gaat om de betrouwbaarheid van mensen of collega's. Ondanks zijn verzetsactiviteiten (gewapende weerstand en inlichtingen- en actie agent) voor het
Geheim Leger en de inlichtingendienst Luc-Marc overleeft hij de bezetting. Enkel naar het einde van de bezetting moet hij kortstondig onderduiken. Eerst bij bevriende landbouwers in de wijk 'Het Zandeken' en dan in de ouderlijke woning in Schelderode. Later in het maquis in de omgeving van Conjoux (deelgemeente Ciney) in de provincie Namen.

Nog in zijn Knokse periode werkt hij al mee aan beginnende verzetsactiviteiten. Knokke is Sperrgebiet en verplaatsingen van burgers zijn streng gereglementeerd. Beperkt, zelfs verboden op straffe van............ De toegang tot bepaalde zones is onmogelijk. Rijkswachters in dienst verplaatsen zich wel vrij. Maurice Erbo en enkele collega's maken gretig gebruik van die mogelijkheid. Foto's nemen is totaal verboden. Toch maken ze (op eigen risico) sluikse opnamen van de uitbouw van Duitse verdedigingswerken e.a (1).

Fotohandelaar Michel Warlop, Lippenslaan (toen 273) is een vriend van Maurice Erbo. Al voor de oorlog leent hij hem nu en dan een fototoestel om familiefoto's te nemen. In het begin van de oorlog heeft Michel Warlop zelf een klein fototoestel gemaakt dat onder een kledingstuk, ter hoogte van de borstkas kan verborgen worden. En dat toestelletje gebruiken sommige rijkswachters. Enkel het objectief steekt uit tussen 2 knopen van de jas van het dienstuniform. Zo worden foto's genomen die in die periode naar Groot-Brittannie worden overgemaakt via een van de twee spionagewegen. Maurice Erbo neemt o.a. de foto van de gecamoufleerde Koninklijke villa tussen mei 1940 en maart 1941 (rechts in beeld).

(Maurice Erbo zal pas zijn eerste eigen fototoestel kopen in 1958 n.a.v. de Expo).

Oostkust spionageroutes

Anno '40 - '41 is Hendrik (Henri) Gysbrecht (Aalst, 05/06/1889) samen met zijn echtgenote Agatha Janssens (Merksplas, 07/02/1892) uitbater van cafe Eendracht in de Heiststraat (nu nr. 73) in Zeebrugge. Het cafe ligt in de nabijheid van de Sint-Donaaskerk en de toenmalige rijkswachtbrigade (Heiststraat 152). Hendrik was in Aalst uitgeschreven als rijkswachter en zijn laatste standplaats blijkt brigade Zeebrugge te zijn. Rijkswachters kunnen dan nog na 20 jaar dienst op 'rust' vertrekken.

Via Gysbrecht worden de foto's en documenten aan Madam Jean, verzetsnaam voor mevrouw Marie-Louise Mazeman-Noterman (1890-1981) bezorgd. Zij baat een bontwinkel uit in de Baderstraat te Blankenberge en zou ook eigenaar geweest zijn van het huis (nu cafe Metro) naast de toenmalige Rijkswachtbrigade Blankenberge in de Kerkstraat. Bij verbouwingswerken werden daar documenten gevonden die leiden naar het Poolse verzet in Knokke. Dat relaas behouden we voor een volgend tijdschrift (1).

De echtgenote van Marcel Mazeman richt met een aantal gelijkgezinden in juli-augustus 1940 al een verzetsgroepering Vrij Belgie (V leger) op. Zij krijgt de naam Madam Jean, naar haar zoon Jean die in 1937 op 22-jarige leeftijd tijdens zijn dienst in het Belgisch leger is overleden. De groepering heeft snel vertakkingen langs heel de Oostkust, maar ook in Brussel en zelfs in een deel van Wallonie. De kleine verzetsbeweging rekruteert toch 2000 leden, die later ook vaak tot andere groeperingen behoren. Vrij Belgie-Vrai Belge wil vooral militaire inlichtingen inwinnen en Duitse stellingen, bewapening, mijnenvelden en reserveopslagplaatsen in kaart brengen.

De organisatie zorgt eveneens voor rantsoenzegels en valse identiteitspapieren voor onderduikers en neergehaalde piloten.

Vrij Belgie-Vrai Belge wordt na vele arrestaties in 1943 ontmanteld en gaat door toedoen van Marie-Louise Noterman op in het Geheim Leger. Madam Jean blijkt ook gekend onder de codenaam Etna en als Moeder van de Ondergedokenen.

Madam Jean krijgt later heel wat onderscheidingen waaronder het Amerikaanse Victory Cross.

Een andere alternatieve route voor verzending naar Engeland is de routineuze verplaatsing per tram naar het Rijkswachtdistrict Brugge (aan de Predikherenrei). De foto's en documenten worden afgegeven bij aannemer Maurice Royaux (van inlichtings- en actienetwerk Luc-Marc) in Kristus-Koning of aan zijn echtgenote Anna Claeys (1).

Later zouden nog vele, vele mensen aansluiten bij weerstandsactiviteiten. Als de oorlog evolueert in het voordeel van de Geallieerden worden het er steeds meer. De krijtlijnen voor het organiseren van het Verzet worden echter al van in mei 1940 uitgezet en verder uitgebouwd naar gelang de bezetting vordert in tijd (1).

2026 01 28 133732Attest van Gewapend Weerstander

Terug naar Knokse activiteiten tot 17 maart 1941

Guy Erbo laten we zelf aan het woord over wat hij pas heel laat verneemt van zijn vader. "Voor de oorlog worden sommige 'verdachte' plaatsen 'gerust gelaten'. Ze worden wel permanent bespied door Belgische diensten. Als voorbeeld: de winkel Au Roi du Caoutchouc in de Lippenslaan naast de beenhouwerij De Knock. Dat blijkt later een dekmantel te zijn voor een inlichtingscentrale van het communistische Sovjet spionagenetwerk Die Rote Kapelle van topspion Leopold Trepper. Ander voorbeeld: een cel van de Duitse Abwehr (Spionage en contraspionage van het Duitse Leger) is toen gehuisvest in een van de bakkerijen in de Dumortierlaan.

Tijdens zijn dienstronden onderhoudt mijn vader goede contacten met o.m Charles Coppieters 't Wallant later een van de plaatselijke kopstukken van het Geheim Leger, Jean Morel werkzaam bij de Waterdienst, Michel Warlop (1902-1974) fotograaf in de Lippenslaan, Pierre Cremers drukker in de Elisabethlaan, drukker Van Poucke in de Albertlaan, gemeentebediende Georges Rotsaert (Onafhankelijkheidsfront O.F Patriotische Milities) en onderwijzer Emiel Borghys (Emiel wordt later de mentor van Guy. Hij volgt Emiel -binnen een bepaalde en welomschreven functie- beroepsmatig op als contactpersoon).

Bij mijnheer Rotsaert gaat mijn vader na de oorlog nog veel op bezoek. Op jonge leeftijd vergezel ik hem in de jaren '60 (+ 1962-+1967) ook een paar keer naar de omgeving van het oud ziekenhuis (Bremlaan?). Mijn vader zegt dat hij 'de' man en contactpersoon is in 1940-1941 voor vervalste identiteitsgegevens voor het stilaan vorm krijgende verzet. Drukker Van Poucke aan het gemeentehuis vervaardigt de valse type documenten.

Hoe en waar de Duitse bezetters hun intrek nemen, wordt in kaart gebracht. Een voorbeeld: de GFP, Geheime Feldpolizei (door de bevolking foutief als Gestapo, Geheime Staatspolizei aanzien) trekt in Manoir du Dragon in (Albertlaan). De berichtgeving en foto's worden steeds via een van de twee routes overgemaakt richting Engeland.

Jean Soetemans (hier op 2 augustus 1939 in de brigade gekomen) is gehuwd met Maria Wilhelmina Christoph, een Duitse vrouw. Alle oorspronkelijke Duitsers worden door de bezetter aangesproken om op zijn minst toegeeflijk te zijn tegenover hun vroegere landgenoten. Die keuze is voor de ene persoon al makkelijker dan voor de andere. De bezetter houdt hen ook in het oog.

Mevrouw Soetemans-Christoph doet iets helemaal anders. Zij kent de Duitse taal en kan voor haar echtgenoot en collega's bepaalde documenten vertalen. Zij helpt hen bij de beslissing of bepaalde documenten belangrijk genoeg zijn om via de verzetsroutes over te maken naar Engeland. Mevrouw Soetemans-Christoph lijdt gedurende en na de oorlog wel onder de verdachtmakingen door bepaalde personen uit beide kampen zowel collaboratie als verzet. Haar echtgenoot gaat op 1 oktober 1945 met pensioen en zij baat de kledingwinkel Maison Mady op de Lippenslaan uit. Eens weduwe geworden verhuist ze naar een appartement in de Princess Residence (Lippenslaan 165).

Beroepshalve en in zijn werkomgeving vergaat het vader Maurice echter heel wat minder. Maurice vindt dat zijn brigadecommandant meer dan hoffelijk is voor de Duitse bezetter. Er moet samengewerkt worden met hen en dat kan op twee manieren: of zorgen voor het minste kwaad voor inwoners of mee heulen. Vader twijfelt aan de betrouwbaarheid van de nieuwe brigadecommandant. Duitsers zijn zowaar kind aan huis in zijn privewoning. Gelach is hoorbaar tot in hun aanpalende woning. Het maakt mijn vader razend. Er volgen diverse verbale incidenten met de commandant. Maurice voelt aan dat diens vriendelijke houding naar de bezetter op korte of lange termijn minstens een gedwongen mutatie kan inhouden. Of erger.... Hij wil vooral voor hem en zijn gezin erger voorkomen. Volgens vader hebben nog collega's de Knokse brigade om gelijkaardige redenen verlaten".

Maurice wou ook nog het volgende kwijt over zijn ervaring in Knokke tijdens Tweede Wereldoorlog: "de landbouwfamilies van het Hazegras (Jozef Adriaenssens, Leon Lanckriet, Lucien Lannoye en familie Vandepitte) deelden onbaatzuchtig en zover hun mogelijkheden het toelieten voeding uit aan de meest noodlijdenden onder de Knokse bevolking. En mijn collega's zeiden dat ze dat de ganse oorlog hebben gedaan. (1)" Tot hier het verhaal van Guy.

Na het einde van de Knokse diensttijd

2026 01 28 133753Lidkaart Geheim Leger

Op 25 februari 1941 (kort na de aanstelling van oorlogsburgemeester Florent Leyn) wordt aangifte gedaan dat het gezin Knokke verlaat voor Gent, Langerbrugge Kaai 37. Officieel wordt het gezin geschrapt uit de bevolkingsregisters op 17 maart 1941. Maurice Erbo verlaat op zijn aanvraag het idyllische paradijs Knokke voor de brigade Gent, post VII in Terdonk. Dit is havengebied in de Kanaalzone tussen Terneuzen en Gent. Bij beschietingen of bombardement wordt hun huis zwaar beschadigd en verliezen ze veel huisraad. Maurice Erbo blijft er (met uitzondering van de tijd dat hij moet onderduiken) tot zijn oppensioenstelling op 45-jarige leeftijd in 1948. Maurice heeft ook bijkomende dienstjaren als militair en gewapend weerstander bekomen.

Het gezin vestigt zich na een korte Komense tussenpauze in Schaarbeek, waar ze een kleine kruidenierszaak uitbaten. In 1955 wordt daar een nakomertje Guy geboren.

Een gezin op vakantie in Knokke

Voormalige rijkswachters van de Knokse brigade komen er achteraf terug op vakantie, worden inwoner of hebben er een tweede verblijf. Vanaf 1950 herneemt het gezin Erbo-De Valck zijn bezoek aan Knokke indien mogelijk en zeker in de zomer.

Moeder Gusta vertelt haar zoon in 1975 het verhaal van een stormachtige nacht in Het Zwart Huis. Maurice Erbo en zijn echtgenote zijn op vrijdag 30 januari 1953 in Knokke aangekomen bij hun vrienden jachtwachter Omer Cool en Maria De Keirsgieter. Zij zullen er het weekend doorbrengen, maar de februari storm gooit roet in de weekend-plannen.

N.a.v de tentoonstelling Storm '53 in Sincfala, museum van de Zwinstreek in 2003 vertelt Guy het verhaal. Dit sluit aan bij een ander getuigenis hierover, namelijk dat van Willy Desmedt, vrijwillig brandweerman in die ramp nacht. Omer Cool is ook minder uitgebreid getuige in een van de Dagklappers van Andre D'hont.

Zeker vanaf 1950 tot 1967 huurt het gezin een appartement op de Lippenslaan (nu 57) boven de beenhouwerij van Henri en zoon Willy Crevits (later het wassalon naast Snooker) tegenover het Alfred Verweeplein. Buurman Jean-Pierre Stacher baat er zijn SBR radio- en televisiewinkel uit. Later komt er frituur.

2026 01 28 1338151962 - Guy en zijn ouders op het strand

't Keldertje, waar mevrouw Heynderickx in de keuken de scepter of liever met de pollepel zwaait. Uit die tijd herinnert Guy Erbo zich de gemeenteambtenaren (Hector Ackx, Jan Absil, Rene Bastoen, Gerard Aeben, Julien Daese,.... ) die de huurwoningen en -appartementen controleren en de verblijfstaks innen. Van 1968 tot 1975 trekt de familie Erbo in in een appartement boven bakkerij Clement (nu Vereecke Lippenslaan 60).

Guy mag al die jaren ook meerdere korte periodes bij vrienden of kennissen van vader Maurice logeren. Ook Alfons Lewyllie (Fonten voor de vrienden) is in de Parmentierlaan blijven hangen. Guy is ook welkom bij Oosthoekenaars. De familie Devinck (toen wonende rechtover Pavilion du Zoute), de familie Fons Beyne (cafe Vierweghe), Rene Taller (cafe Luchthaven), Gerard Adriaenssens,..

In zijn herinnering speelt zijn kindertijd en jeugd zich hier af. Hij mag vader Devinck nu en dan vergezellen naar de parking aan de Swimming Pool. Guy mag met zijn papierstekker achtergelaten rommel opruimen.

2026 01 28 1338371972 Gusta, Maurice en Guy op de Canada Square

Kort na het overlijden van vader Maurice in 1975, huurt moeder Gusta een appartement op de eerste verdieping boven de elektriciteitswinkel van Delattre, Dumortierlaan 69. Guy bouwt hier een vriendenkring uit, werkt er als jobstudent, leert er zijn latere echtgenote Hilde Pintelon kennen, wordt er inwoner en sticht er zijn gezin. Guy gaat op rust in 2011 en start met het bundelen van zijn familieverhaal.

Getuigenissen

Guy Erbo, getuigenis als bewerkt uittreksel uit zijn neergeschreven familiegeschiedenis, november 2020 (1)

Bronnen

  • Lucien Dendooven, boek, De nieuw Hazegras-polder, deel Oorlogsjournaal 1940-1945 Constant Devroe, boek, Luchtvaart en golf, Hoofdstuk IV 10 tot 28 mei 1940 Constant Devroe artikel, Cnocke Is Hier 2015/52a pg 33-42
  • Frederik Van Hulle, eindwerk RUG, Blankenberge, een Vlaamse kuststad in de Tweede Wereldoorlog - een prosopografische analyse van het verzet, vopgv-Brugge Oostkust.com
  • Gemeentelijk archief, bevolkingsregister Knokke (1930-1947)
  • Fotoarchief Guy Erbo

Het leven zoals het was in de rijkswachtbrigade te Knokke - Deel II

Rita Peckelbeen

Cnocke is Hier
2022
59a
021-028
BV
2026-02-24 12:39:44