Camille Pissarro - Brieyen yanuit Knocke, 1894
Danny Lannoy & Frie Devinck
Je kunt je afvragen, wat heeft de grote Franse impressionist met Knokke te maken.... Wel, hij verbleef er in de zomer van 1894 en heeft er ook geschilderd.
Camille Pissarro werd in 1830 geboren in Charlotte-Amalia, hoofdplaats van het eiland Saint Thomas, toen een Deense kolonie in de Caraiben. Zijn ouders waren van Franse origine met Joodse roots. Vader was een koopman in koloniale waren die er zich omstreeks 1826 had gevestigd. Tussen 1842 en 1847 verbleef Camille in een kostschool te Passy bij Parijs. Na zijn terugkeer werd hij ingeschakeld in de zaak maar dat lag hem niet. Tekenen en schilderen genoten zijn voorkeur. In 1852 ging hij met de Deense schilder Fritz Melbye naar Caracas. Drie jaar later verbleef hij in Parijs waar hij zich in 1859 liet inschrijven in de Academie Suisse, een prive atelier waar hij Monet en Cezanne leerde kennen. Hij ging schilderde aan de oevers van de Seine en in Montmartre.
Begin 1860 trok hij in bij Julie Vellay (Grancy-sur- Ource 1838/ 1926), de dochter van een wijnboer en in 1863 werd hun eerste zoon Lucien geboren; ze huwden pas in 1871 te Croydon in Engeland. Geleidelijk aan kreeg hij als schilder een goede naam en faam. Hij werd een vernieuwer onder de impressionisten die toen nog niet algemeen aanvaard werden door het kunstminnend publiek. Camille was ook een der eersten die de nieuwe techniek ging toepassen, namelijk het niet meer mengen van kleuren maar het rechtstreeks aanbrengen van pigmenten met naast elkaar liggende punten. De nieuwe stroming kreeg de naam 'Divisionisme' of 'pointillisme' met Seurat als voorloper. Signac en Feneon volgden in zijn spoor en en dit werd meteen een bron voor het latere 'Fauvisme' van o.m. Matisse.
Pissarro werd toegelaten tot de Salons van 1864 tot 1869 en zou stilaan zijn persoonlijke techniek ontwikkelen.
Door de Frans-Duitse oorlog van 1870 verloor hij contact met zijn collega's artiesten. Pissarro was Deens staatsburger, maar vluchtte toch via Bretagne naar Engeland. Zijn huis in Louvenciennes werd geplunderd door zowel Franse als Duitse soldaten; honderden schilderijen gingen verloren.
In Engeland werd hij beinvloed door het werk van Turner en Constable, maar het plein-air schilderen werd zijn liefste bezigheid met het veranderende licht en vluchtige effecten. Hij werkte er samen met Monet.
Eens terug uit Engeland vestigde hij zich met zijn familie in Pontoise, een 30 km ten noorden van de hoofdstad. Hij nam deel aan de eerste exposities van de impressionisten. Dit idyllisch dorpje bij de rivier de Oise was het decor voor veel van zijn werk. Pissarro leidde in het begin een armoedig bestaan, was vaak gedeprimeerd en moest zijn familie onderhouden (1). Hij verhuisde tijdelijk naar een woning van zijn halfzuster in Osny en tenslotte naar Eragny, beide dicht in de buurt van Pontoise.
Links de woning van Pissarro in Eragny
De familieleden in de tuin te Eragny
Camille Pissarro in zijn atelier
Voor een groepstentoonstelling in 1874 stuurde hij 5 doeken in. Deze manier van tentoonstellen genoot grote bijval. Men betaalde 1 franc toegangsgeld en kon men een enorm aantal schilderijen bewonderen. 10 % van de verkoopprijs van een werk was voor de inrichter.
Conservatieven vonden het opkomend impressionisme een verkeerde kunstuitdrukking. Nog tot in de 20ste eeuw kreeg de stijl niet altijd de erkenning die ze verdiende.
De stroming was vooral opmerkelijk; het waren een twintigtal kunstenaars, die elkaar goed kenden en allen uit een stad kwamen.
Een van de belangrijkste kunsthandelaars die de impressionisten steunde was Paul Durand- Ruel (2). Hij was vindingrijk, en kocht zelf heel wat werken die hij doorverkocht in Europa en de USA. Hij had zelfs een filiaal in Brussel, die een uitgewezen locatie was ten opzichte van de Franse hoofdstad, namelijk gemakkelijk bereikbaar per spoor, dezelfde taal en wat later zou blijken, een toevluchtsoord voor artiesten.
Omstreeks 1880 had hij nauwe banden met de jongere garde waaronder Georges Seurat, Paul Signac en zijn oudste zoon Lucien.
Vanaf 1890 volgde Pissarro minder het neo- impressionisme maar gaf de voorkeur aan een soepeler lijn en werkte zijn eigen idee uit. Vooral stadsgezichten werden zijn onderwerp. Hij werkte in Parijs, Rouan, Le Havre, Dieppe en in zijn vertrouwde omgeving rond Eragny.
Ondertussen had Pissarro Theo Van Rysselberghe (Gent 1862/Saint Clair,Fr 1926) ontmoet in Parijs waar hij als enige Belg in 1892 deelnam aan de eerste tentoonstelling Exposition des Peintres Neo- Impressionistes, en daar zou het niet bij blijven. Ditzelfde jaar, 1892, stelde Pissarro nog tentoon met 75 doeken bij Durand - Ruel, die zelf 10 werken aankocht. Hij was ook te gast bij Les XX te Brussel. Bij de eerste tentoonstelling van La Libre Esthetique was werk te zien van Morisot, Georges en Lucien Pissarro, Sysley en Camille Pissarro.
Lucien Pissarro (Parijs 20.02.1863/ Londen 10.07.1944) was de eerste zoon van Camille en Julie Vellay die in de voetsporen van zijn vader ook kunstschilder werd, letterontwerper en graficus. Net als zijn vader werd hij beinvloed door Seurat en Signac. Hij kreeg bekendheid als subtiel, gevoelig en lumineus landschapsschilder.
Hij stelde in 1890 ook tentoon bij de Societe des Artistes Independants en bij Les XX te Brussel.
In 1890 verliet hij de ouderlijke woning, vestigde zich definitief in Londen en huwde er Esther Bensusan; het echtpaar kreeg een dochtertje. Lucien ging zijn eigen weg, maar bleef ideeen uitwisselen; hij was altijd dichtst verwant met zijn vader.
In 1906 werd hij lid van de New English Art Club. In 1911 was hij medestichter van de Camden Town Group die het neo-impressionisme ging hanteren. Lucien werd de oprichter van Eragny Press in Hammersmith, die zich specialiseerde in boeken in klein formaat geillustreerd met handgemaakte gravures.
Vanaf 1883 hield Camille Pissarro, 20 jaar lang, er een uitgebreide briefwisseling op na met Lucien in Londen. Deze documenten werden in 1949 gepubliceerd bij de uitgeverij Albin Michel.
Uit die schat aan gegevens vonden we enkele brieven uit de periode toen Camille in Knokke verbleef.
De brieven geven een kijk op de relatie vader-zoon, die intens was. Ze zijn een schat aan gegevens over hun dagelijks 'kunst' leven en wat er gebeurde in de boeiende artistieke en politieke wereld op het einde van de 19de eeuw.
1894
Veel kunstenaars kregen in die tijd wel eens de stempel van anarchist....al waren ze weinig betrokken in de politieke wereld. Zo ook ging Camille Pissarro door als socialist met sterk anarchistische ideeen.
Op 26 april was de kunstenaar Felix Feneon (3) aangehouden met 30 anarchisten 'pour affiliation a une association de malfaiteurs et detention d'engins explosifs qui provenaient probablement de son ami, le terroriste Emile Henry, qu'on venait d'executer. S'etant brillamment et courageusement defendu, Feneon sera acquitte le 12 aout apres un proces retentissant.
Vanuit Parijs (29 mei 1894)
schreef Camille: J'irai a Paris lundi; Titi viendra m'y rejoindre pour que je l'accompagne a Bruxelles. Je profiterai de l'occasion depuis longtemps attendue pour aller voir les belles collections de l'ecole flamande (...)
Uit de uitgebreide brief vanuit zijn woonplaats Eragny (18 juni 1894) halen we het volgende: J'ai regu un mot de Theo van Rysselberghe. Je lui reponds immediatement que j'attendrai son retour a Bruxelles pour m'y rendre. Je serais curieux de voir Bruges. Si je pouvais y faire quelques toiles !
(...) Ce voyage de Bruxelles, que ta mere desire, va finir par me vider mon escarcelle. - Avec cela pas la plus petite esperance de vente a l'horizon (...).
Paris ( 23 juni 1894)
Je pars demain, mardi, si le temps le permet, pour Paris. J'y resterai tout au plus deux ou trois jours.
Ta mere viendra nous rejoindre, moi et Felix, et nous prendrons le train pour Bruxelles. Mais vraiment, le temps affreux qu'il fait ici me remplit d'incertitude, la saison s'avance pendant ce temps ; il faut prendre une decision (...) J'emporte de quoi travailler pendant deux ou trois mois ; J'ai juste de quoi faire face a mes depenses, je serai ensuite sans rien. Je risque beaucoup, mais je ne vois pas comment faire autrement.
Bruxelles (26 juni 1894): Hotel de Suede Je crois que je vais faire des aquarelles a Bruges. Je commencerai sans doute quelques grande toiles que je terminerai a l'atelier a Eragny (...)
(27 juni) : Nous sommes arrives a Bruxelles hier soir. J'ai rencontre Theo van Rysselberghe a la gare et nous l'attendons ce matin. Nous resterons probablement ici une huitaine, Theo devant rester ce temps ici. Il nous accompagnera jusqu'a Bruges. Bruxelles et les environs me paraissent avoir de caractere; en chemin de fer nous avons entrevu des motifs epatants.
Rien de neuf sinon l'assassinat du president Carnot (4) qui vient joliment compliquer les choses en France. Comment tout cela va tourner ? Les pauvres peintres vont joliment s'en ressentir. Theo arrive et te fait dire bien des choses. Ta mere et Felix se portent bien et nous vous embrassons tous les trois.
Hier komt de moord op de Franse president van Frankrijk ter sprake. Een Italiaanse anarchist werd aangehouden. Deze zaak zal de gemoederen aanwakkeren om anarchisten op te pakken en te vervolgen!
Hotel du Singe d'Or op de hoek van de Zuidzandstraat en huidig Zand in Brugge waar Pissarro verbleef op 6 juli 1894.
(6 juli 1894) Bruges, Hotel du Singe d'Or (vrij vertaald uit het Frans)
Mon cher Lucien,
Samen met Theo wordt besloten vrijdag Brussel te verlaten voor Antwerpen waar we niet zullen verblijven; diezelfde avond gaan we naar Gent en .dan terug naar Brugge, langs enkele typische gehuchten. Op deze manier kan ik de beste locatie kiezen. We gaan naar Knocke -sur-Mer. Eens we er zijn, schrijf ik je er wel over.
Hier hebben we reeds enkele schetsen gemaakt van het kanaal. Het is best interessant, maar we zijn nog niet goed gei nstalleerd om te schilderen.
We stellen het prima. Je moeder ging naar het bos met Felix, ik wacht hier op Van de Velde (5).
Van Rysselberghe had reeds in 1883 in Knokke met enkele collega-kunstenaars een tijdje de zomer doorgebracht. Eerst verbleef de groep in de Laiterie of Hotel Prince Baudouin; later huurde hij de villa Duivekot als zomerverblijf.
Theo Van Rysselberahe en Henri Van de Velde.
Hotel de Bruges, waar Pissarro verbleef. Links de oude pastorij met de toen smalle Zeeweg bij het kruispunt van de Dorpsstraat
Brieven vanuit Knocke
Knocke, Hotel de Bruges, 15 juillet 1894
Mon cher Lucien,
Ik ben hier sinds maandag. Je moeder vertrok dinsdag naar Brussel en van daaruit naar Frankrijk. Ik heb slechts enkele aquarellen geschilderd, de streek is opmerkelijk mooi,(...) sinds enige tijd is Titi niet erg gezond. Bij het verlaten van Parijs, had hij erge maagpijn. Ons vertrek uit Brussel, vergezeld door van Rysselberghe, had niet veelbewogener en vrolijker kunnen zijn. In Antwerpen, in Gent, hier en in Knocke hebben we veel gewerkt. Titi, in het gezelschap van Theo, nam een zeebad dat zijn toestand moet hebben verslechterd; hij kwam hier erg moe terug, met hoofd- en oogpijn en een erge neusonsteking die me zorgen baarde. - Wat me het meest zorgen baart over dit alles is dat Titi zich hier verveelt en niet in Belgie wil blijven. Wat te doen?
Het is een kwestie om ervoor te zorgen dat hij zich op zijn gemak voelt, maar waar?(...)
Terugkeren naar Eragny lijkt op dit moment onmogelijk.
Hoe kan ik werken?
Knocke, par Bruges, 30 Juillet 1894
Mon cher Lucien,
Vertrouw niet op Belgie om te praten over de gebeurtenissen die iedereen zorgen baart, de eenvoudige bourgeois als de felste anarchist: de terreur van de panamisten is zo groot dat de uiting van het woord alleen hen al woedend maakt. We ontvingen (in ieder geval Theo) een brief van Carpenter die ons nieuws geeft over Luce. Vrienden zorgen voor zijn vrouw die een baby heeft. Tot overmaat van ramp is ze net terug naar een hospitaal met een borstabces. Ik durfde mijn vriend Georges Lecomte niet te schrijven om hem geen problemen te bezorgen, want hoe onschuldig men ook is, men kan zich zorgen maken en vrienden in verlegenheid brengen zonder dat te willen. Hier ontvang ik geen kranten, onmogelijk om ze te krijgen, dus ik ben me er helemaal niet van bewust. Titi is veel beter sinds hij hier is. (...) Theo is echt charmant voor ons en doet er alles aan om het aangenaam voor ons te maken.
Ik heb zoveel zorgen over de toekomst dat ik bang ben dat mijn werk eronder zal lijden. Denk dat amateurs in Parijs hier gedesorienteerdzijn door de gebeurtenissen die ze niet meer over kunst willen horen: in Amerika is het nog erger: niets, niets !... Miss Cassatt zegt dat het een kwestie is van nieuwe verkiezingen, dat de dingen snel weer op hun plaats zullen worden gezet met andere mensen! Dat wil zeggen, er zullen bedriegers zijn die de anderen zullen vervangen... Dat is een troost!
Maximilien Luce (6) die met Feneon, Signac (7), Mirbeau (8), Grave, Elisee Reclus (9) en anderen behoorden tot een groep anarchistische intellectuellen, vrienden van Pissarro, die pas gearreseerd waren door nieuwe razzia's.
Mon cher Lucien,
Ik ben sedert vrijdagavond terug van onze uitstap naar Zeeland. Ik zag in Middelburg de klederdracht van vrouwen en de charmante kinderen waar je me met zoveel enthousiasme over vertelde. Het is inderdaad buitengewoon esthetisch mooi. Ik kan zeggen dat we echt onder invloed waren van de lokale kleur, de sfeer en de zo primitieve stijl van dit kleine hoekje van Nederland. Elisee Reclus, Theo, Felix en ik brachten deze twee dagen door in betovering; we vervolgden onze excursie naar Westcapelle, het uiterste punt van het eiland Walcheren, met vruchtbare gronden, dat het me op de een of andere manier deed denken aan de eilanden rond St. Thomas. In Veere zag ik prachtige landschappen. De botermarkt van Middelburg, onder grote bomen, wat een schilderij!!
Ik ben bang dat ik gedwongen zal worden om een tijdje in het buitenland te blijven. Sinds de laatste wet die door de Franse Kamer is aangenomen, is het absoluut onmogelijk voor iedereen de veiligheid te garanderen. Als je denkt dat het aan een concierge is toegestaan om je brieven te openen, dat een eenvoudige opzegging je aan de grens of in de gevangenis kan laten slepen, zonder zichzelf te kunnen verdedigen! De vrienden verlieten Frankrijk achtereenvolgens. Mirbeau, Paul Adam (10), Bernard Lazare (11), Steinlen (12), Hamont waren anders gearresteerd, ze vluchtten op tijd; de arme Luce werd gepakt, waarschijnlijk door een aanklacht. En omdat ik achterdochtig ben tegenover sommige personen in Eragny die ons haten, zal ik in het buitenland blijven. Ik schrijf Durand-Ruel om hem te vragen of ik enkele doeken kan opsturen.
Ik heb hier nogal wat gewerkt; Ik ben bezig met zeven tot acht doeken.
C. Pissarro, Molen te Knocke, olie op doek, Sotheby's N. Y. Het schilderij werd foutief betitelt als Molen van het Kalf. Het is echter de molen van Van Damme in het dorp (verkocht in 2002)
Knocke par Bruges, 9 aout 1894
Mon chere Lucien,
Ik kom uit Brussel vergezeld door Rodolphe (zoon) - Je vraagt me of ik zo nerveus was: zeker, ik heb tegenwoordig vreselijke trances doorgemaakt. Ik ben niet veel beter dan jij, maar ik doe grote inspanningen om de problemen te overwinnen. Dit is onvermijdelijk het lot van al diegenen die om hun vrienden en hun kunst geven! We moeten dapper vechten.
Ik ontmoette hier jonge schilders uit Munchen (Max Stremel & Paul Baum) die erg enthousiast waren over de impressionisten en die me vroegen of ik geen doeken wil exposeren in Munchen, waar ik aanhangers heb (...) hier in Brussel is er niets, niets te doen van uit h et oogp unt van de verko op. In dit geval ga ik naar Munchen. Ik heb u niet geschreven dat Durand had geantwoord dat hij blij zou zijn om de goede betrekkingen met mij voort te zetten, alleen de zaken zijn rampzalig. Mijn prijzen zouden moeten verlaagd worden. Dus ik zal het proberen in Munchen; Ik zal je uitgebreid schrijven. Wat mij doet nadenken zijn de kosten van kaders en transport. Ik zal nog wat schilderijen naar Durand sturen.
Wat mijn 'Naakten' betreft, ik ben er niet tevreden mee; ik had helemaal geen informatie (...).
(Knocke ) aout 1894
C. Pissarro, Kermis Knocke, aquarel van de Zeeweg met een koets en heel wat volk op de been. Het lijkt meer op een begrafenis! Uiterst rechts Hotel de Bruxelles, aan de horizon het Grand Hotel en de vuurtoren. Getekend vanuit zijn hotelkamer op de 2de verdieping.
Knocke, 21 aout 1894,
Mon Cher Lucien,
Ik stuur je 100 frank - als je wil komen, stel het dan niet uit. Ik moet nog twee schilderijen afmaken, het is een kwestie van nog minstens acht dagen. Als je meteen zou komen, zou je me hier nog steeds vinden. Wat betreft de vier grote doeken die ik heb afgemaakt, ze moeten zo snel mogelijk naar Durand worden verzonden.
C.P.
Knocke, 5 Septembre 1894
Mon cher Lucien,
Ik ben blij u te kunnen meedelen dat vriend Luce vrijdag is vrijgelaten. Theo kwam het me vanmorgen vertellen en liet me je brief lezen.
Je moeder schrijft me een buitengewoon belangrijke brief: Edline wil ons huis kopen. Ik schrijf je moeder dat het nodig is om in ieder geval goed na te denken, als het zou gebeuren moeten we ons in de buurt van Londen vestigen, (...). Ik weet bijna zeker dat je moeder niet zal akkoord zijn. In ieder geval kunnen we terugkeren naar Pontoise en we hebben ook nog onze residentie met de werkplaats in Londen, of liever in de omgeving. Op deze manier kunnen we de jongeren een goede opleiding geven. Het zou niet veel verschil maken voor het bedrijfsleven.
Hier zijn de moeilijkheden hetzelfde als in Frankrijk, maar we hebben een uitstekende vriend Theo en zijn familie...
Mon cher Lucien,
Ik weet het niet, om de waarheid te zeggen, toen ik terugkeerde naar Frankrijk. Ik heb vier grote doeken van 20 afgewerkt, niet zonder problemen, het weer was zo afschuwelijk; Ik heb nog drie schilderijen van 15 af te maken en wil de verloren tijd graag goedmaken door een paar anderen op de 'ezel' te te zetten.
Het is erg moeilijk om iets goeds te kunnen doen als er zoveel onderbrekingen in de sessies zijn. Dat maakt me waarschijnlijk zo onzeker en zelfs ongelukkig. Inferieures Aan de andere kant maak ik me zorgen over Durand: ik heb binnenkort een reeks schilderijen voor hem; Ik heb nog geen antwoord ontvangen. Dus hier zit ik weer in het donker. Ik vind mijn studies niet goed. - Kan ik veilig terugkeren naar Frankrijk? Ik weet het niet. Ik merk het vertrek van verschillende activisten op. Het lijkt mij dat ik die absoluut niet ken en afgezien van elke actie, ik heb niets te vrezen, maar zoals u zei, er is altijd een reden om bang te zijn.
C. Pissarro, Kerkje van Knocke, aquarelstudie van het kerkje tegenover Hotel de Bruges
C. Pissarro, Le clocher du Village, olie op doek,( Musée du Petit Palais, Paris). Beeld van Knocke-dorp gezien vanaf villa Duivekot en de Van Damme molen.
Brief aan zijn andere zoon Georges
Knocke - sur- mer, 22 Sep. 1894,
Mon cher Georges,
Ik heb uw brief van dinsdagavond ontvangen. Ik antwoordde niet meteen want ik stond klaar om de trein te nemen naar Oostende om Lucien op te pikken. Door de gesprekken en de bezoeken aan Mme Theo, de inspectie van de schilderijen, kon ik U niet schrijven.
Vanochtend ontving Lucien een brief van Esther die ons nieuws geeft, over Tommy die niet slechter is, hoewel de dokter twee keer per dag langskomt.
Nog geen nieuws over Durand, wat me wat erg lang lijkt.
Ik schreef echter aan Casburue een 2e brief om dingen zo snel mogelijk te regelen. We verwachten Theo en Carpenter uit Brussel, vanavond of morgenvroeg. Ze gaan naar Zeeland voor een excursie van 2 of 3 dagen. Gedurende deze tijd zal ik me voorbereiden om samen naar Brussel te vertrekken.
Ik zal je op dat moment schrijven. Je vraagt me of Baby schetsen maakt...
Hij werkt veel, en boekt snelle vooruitgang, als hij zo voort doet zal hij mooie dingen maken, zijn tekeningen zijn zeer persoonlijk. Hij tekent veelal de duinen op een opmerkelijke manier voor een beginner. - Titi maakt - een portret van een dame van het hotel, het gaat goed, (...).
Heel mooi je pelikanen, je doet er goed aan om figuren te schilderen, doe het zoveel mogelijk.
Geef me nieuws over Tommy, tot ziens, kussen van alle vier, je vader,
Fragment van de handgeschreven brief aan Georges op briefpapier van het hotel.(Giraud-Pissarro-Segalo, no 2027,19th-20th Art, Paris)
Nadat Camille zijn zoon had gezien in Brussel besliste hij terug te keren naar Frankrijk. Rodolphe vergezelde zijn vader naar Eragny. Felix, daarentegen bleef bij Theo Van Rysselberghe in Hemiksem bij Antwerpen. Pissarro bezorgde de directeur van La Libre Esthetique Octave Maus (13) enkele doeken in Belgie geschilderd.
Fragmenten van latere briefwisseling met betrekking tot zijn verblijf in Knokke.
Brief 4 november 1894 , Eragny
Mevr. Cassett schreef me dat ze de schilderijen van Knocke had gezien en dat ze haar bevielen, vooral 'De Molen'.
Mijn manier van schilderen voldoet blijkbaar niet aan de verwachting van sommige estheten.
Brief 14 december 1894, Eragny Ik heb beslist enkele schilderijen tentoon te stellen in Dresden: Mon soleil couchant de Knocke/ Paysanne se trempant les pieds dans une riviere/ Paysanne gardant la vache/ L'Inondation/die ik op de Expo van 1892 had en herwerkt heb is schitterend geworden, denk ik toch.
Brief 9 januari 1895, Parijs Theo (Van Rysselberghe) is in Parijs met zijn echtgenote. Zij openen er een tentoonstelling met grote portretten,... waar een zeldzaam talent van Theo als portretschilder onthuld wordt ware het niet bedorven door het rampzalig toepassen van het pointillisme (...)
Er zijn tekeningen van naakten, mooie pastels met een sterk karakter.Theo is een talentvol artiest...Het is echt spijtig, hij zou ontegensprekelijk een uitzonderlijk schilder kunnen worden.
Het echtpaar verbleef een tweetal dagen bij Pissarro; zij discuteerden er vooral over hun kunst U)
Brief 14 januari 1895,
Het is onmogelijk dat na mijn expo in Dresden er een komt in Berlijn. Max Stremel, de schilder van Knocke a/z deed dit voorstel. Ik wil wel een tweetal doeken voorzien.Ik werk enorm veel (....)
Vanuit Dresden kwam geen nieuws van M. Morawe; zelfs geen catalogus, geen aankondiging, niets...(...).
Brief 19 april 1895, Rouen
Ik ben met Dario de Regoyos (14) in Rouen. Ik ben op zoek naar een hotel op de kaai, waar ik ook wil schilderen (...).
Brief 23 mei 1895, Eragny
Ik heb mijn studies bekeken van Knocke, ik vind ze goed en zelf speciaal door de helderheid van de kleuren. Durand weigerde mijn werk uit Knocke te verkopen. Hij vond ze minder waardevol!
Theo heeft me verteld dat Van de Velde meubels ontwerpt, meer Engelse stijl dan Vlaamse (...).
Camille Pissarro kreeg zijn laatste levensjaren af te rekenen met een ooginfectie. De 64-jarige artiest schreef aan zijn zoon: ik moet hard werken, er blijft mij niet veel tijd over om te leven... Zolang ik nog scherp kan zien moet ik schilderen, opdat ik eervol mijn leven mag beeindigen.... Hij bleef verder werken tot aan zijn dood in 1903 in Parijs in de leeftijd van 73 jaar.
Voetnoten
1. Famile Pissarro:
Kinderen: Lucien (20.02.1863/ Londen 12.07.1944)
Jeanne (Minette) (1865/1874)
Adele Emma (1870/ 1870 2 weken oud)
Georges Henri (1871/1961) pseudoniem kunstenaar 'Manzana'
Felix (Titi) (1874/1897) pseud. 'Jean Roch' Ludovic-Rodolphe(Tiolo) (1878/ 1952) schilder, graveur 'Ludovi-Rodo'
Jeanne (Cocotte) (1881/ Parijs 1948)
Paul-Emile (Guigasse) (1884/ 1972) schilder ,Paulemine'
2. Paul-Henri DURAND-RUEL (1831/1922)
Was een Franse kusthandelaar. Hij organiseerde tentoon- stellingen en had naast Parijs een filiaal in N.Y en Brussel. Hij steunde de jonge impressionisten in de kunstwereld in het 4de kwart van de 19de eeuw.
3. Felix Fénéon (1861/1944) journalist, criticus en anarchist; lanceerde de term neo-impressionnisme. Werkte in 1891 voor het anarchistisch tijdschrift Le Chat Noir. Zocht zelf geen roem of bekendheid.
4. Op 25 juni 1894 werd de president Marie-Fran?ois (Sadi) Carnot (1837/1894) vermoord in Lyon door een Italiaans anarchist. Hij was de 4de president sedert 1887 van de Derde Franse Republiek. Pissarro was niet voor geweld maar koesterde sympathieen voor de anarchisten
5. Henry Van de Velde (Antwerpen 1863/ Zurich 1957) was lid van L'art Independence; ging onder invloed van Van Rysselberge het Divisionisme toepassen; werd decoratief kunstenaar, architect en directeur van een kunstnijverheidsschool in Weimar. Hij legde zich toe op de Jugendstill en Art & Crafts. Was te Knokke gedomicilieerd in 1890 bij zijn oom en tante en verbleef in de villa 'Ten Anker' op de Zeedijk.
6. Maximilien Luce (Parijs 1858/1941) sloot zich aan bij de neo-impressionisten; stelde tentoon bij Les XX in 1889 en bij La Libre Esthetique in 1895 en 1897; anarchistisch journalist.
7. Paul Signac (1863/1935) legde zich vooral toe op het pointillisme, een voorbeeld voor vele collega's.
8. Octave Mirbeau (1848/1917) Frans romanschrijver, kunstcriticus, promotor van het impressionisme en vriend van Monet en Pissarro.
9. Elisee Reclus (1830/Torhout 1905) geograaf, activist, zou lesgeven in de ULB vanaf 1892, bewogen leven ; ligt begraven te Elsene.
10. Paul Adam (1862/ Parijs 1920) Frans romanschrijver en kunstcriticus, promotor van het impressionisme. Schreef een historisch roman over de Napoleontische oorlogen.
11. Bernard Lazare (1865/Parijs 1903) journalist en criticus van Joodse origine, publicist en verdediger van Dreyfus.
12. Theophile Steinlen ( Zwit. 1859/ Parijs 1923) tekenaar, schilder, graficus. Vestigde zich in Montmartre; bekend van zijn affiche Le Chat Noir; werkte voor veel tijdschriften; vriend van Toulouse Lautrece.
13. Octave Maus (1856/1919) advocaat, journalist criticus; stichter van de avantgarde groep Les XX en later La Libre Esthetique in Brussel.
14. Dario de Regoyos ( Ribadesella 1857/ Barcelona 1913) kwam in 1879 vanuit Spanje naar Brussel; werd lid van de groep L'Essor, en stichtend lid van Les XX ; hij maakte deel uit van de schildersclan van Van Rysselberghe in Knokke. Had een impressionistische techniek, fosforescerend, fantastisch en vreemd.
