De Cinemawereld van Luc Peire in Cine Monty te Knokke - Deel 1
Marc Peire
In 1951 realiseerde Luc Peire drie monumentale muurschilderingen in de aloude al fresco-techniek waaronder De Cinemawereld voor Cine Monty in het modernistisch Noordzeehotel van Huib Hoste te Knokke.
De fresco’s vormen een cruciale fase binnen Peires artistieke ontwikkeling vanuit het figuratieve naar een stilerende en abstraherende taal. Omwille van hun specifieke techniek bekleden ze zowel in het oeuvre van de kunstenaar als in de moderne Vlaamse kunst na 1945 een unieke plaats.
De Cinemawereld werd later overschilderd en verdween in die hoedanigheid definitief achter een voorzetwand. Definitief?
Op basis van getuigenissen, fotomateriaal, kleurpoederrestanten en van een diepgaand onderzoek van de twee bewaarde en door de Vlaamse Overheid beschermde fresco’s van Luc Peire te Sint-Kruis, is in dit tweedelige essay getracht De Cinemawereld terug in beeld te brengen en contextueel te situeren.
Luc Peire, Knokke, 1955
Noordzeehotel Knokke
De fresco’s van Luc Peire
Beeldend kunstenaar Luc Peire (Brugge 1916 - Parijs 1994) evolueerde vanuit het Vlaams expressionisme (in het kielzog van zijn leermeester Gustave van de Woestyne en van Constant Permeke) naar een logische- lineaire, verticale en ruimtelijke abstractie tijdens de jaren 1950 en groeide vervolgens internationaal uit tot de meester van het abstract verticalisme. Niettegenstaande zijn wijdverbreide buitenlandse carriere, bleef hij van 1946 tot aan zijn dood zijn atelier en woning in de De Judestraat te Knokke behouden.1 Luc Peire realiseerde in 1951 drie muurschilderingen in al fresco (dit is de gecompliceerde techniek van schildering op een natte kalkpleisterlaag): 2 Evocatie van Vlaanderen (189 x 443 cm) en Zeebrugge ’51 met Visser (255,5 x 132 cm) en Vissersvrouw (255,5 x 137 cm) in de privewoning van zijn broer Marcel te Sint-Kruis (Brugge); De Cinemawereld (met Filmtypen en Cinemabezoekers) (250 x 2 000 cm (?))3 voor Cine Monty in de Piers de Raveschootlaan te Knokke, aangebracht op de noordmuur in de gang van de oorspronkelijke portierswoning van het modernistisch Noordzeehotel van architect Huib Hoste.4
De fresco’s te Sint-Kruis zijn in goede staat bewaard gebleven. Omwille van de artistieke en kunsthistorische waarde van die muurschilderingen werd de woning in 2015 als monument beschermd door de Vlaamse Overheid.5
Luc Peire, fresco Evocatie van Vlaanderen (1951). Foto: Matthias Desmet, Cel fotografie Stad Brugge, 12.06.2014
Luc Peire, fresco Zeebrugge ’51 (1951) Links: Visser. Rechts: Vissersvrouw. Foto: MP
De hoogtedimensie van dit fresco is ongetwijfeld verkeerd opgegeven. Het fresco begint circa 130 cm boven de grond (boven soubassement). De hoogte van het fresco zelf moet circa 150 cm bedragen. Dit kan afgeleid worden uit de fotografische bronnen in situ (Archief Stichting Jenny & Luc Peire, in dit essay afgekort als Archief SJLP). Luc Peire staat op een plank op schragen vlak voor het fresco. Luc Peire zelf was niet zo groot (170-173 cm?). Er is ook geen zekerheid over de breedte van het fresco: 20 m (opgegeven exclusief of inclusief het centrale ingelijste 'filmdoek’ als filmaffiche tussen Cinemabezoekers en Filmtypen?
Na de sluiting van Cine Monty in 1964 werd de wand met De Cinemawereldmet een witte verflaag overschilderd. Zo verdween het fresco. Tijdens de realisatie in 2006 van de nieuwbouw met de garagetoegang voor de bewoners van Residentie Monty (in de Lippenslaan) werd voor de bewaarde muur met het overschilderde al fresco een voorzetwand geplaatst.
Beelden van dit fresco werden in het ontstaansjaar 1951 op zwart-wit foto’s vastgelegd. Restanten van de poeders waarmee Peire zijn drie fresco’s inkleurde zijn bewaard gebleven
Gedeeltelijk gezicht op het fresco De Cinemawereld (1951) van Luc Peire in de lokettengang van Cine Monty te Knokke.
Filmtypen links, Cinemabezoekers rechts. Centraal het scherm voor de annonce van de geprogrammeerde film. Uiterst rechts: Luc Peire voltooit de laatste giornata van het totale fresco. Foto: Jenny Peire
Dit beperkte al fresco-oeuvre van Luc Peire kan uniek genoemd worden in de moderne Vlaamse kunst na 1945. Geen andere kunstenaar paste deze techniek toe.6 Binnen de Belgische kunst van de 20ste eeuw is Luc Peire samen met Robert Crommelynck, Auguste Mambour en de kunstenaars van Forces murales (Louis Deltour, Edmond Dubrunfaut, Roger Somville)7 verantwoordelijk voor het geringe aandeel van werken in de aloude al fresco-techniek. De gestileerde figuratie van Peires fresco’s paste weliswaar nog binnen het zogenaamde ‘verfraaiingsconcept’ van de officiele publieke murale kunst in Belgie begin jaren ’50.8 Deze stijl accordeerde toen (nog) niet met het naoorlogse Belgische abstract modernisme dat zich aanvang jaren ’50 onder andere met wandschilderingen (niet in de al fresco-techniek) en -panelen sterker begon te profileren in de sociale omgeving.9
Niettegenstaande vormen de fresco’s door hun specifieke techniek - het beschilderen van een (groot) muuroppervlak met in water gemengde kleurpoeders op een ‘verse’ natte pleisterlaag (intonaco) binnen de afgebakende termijn van een dag (= giornata als werkeenheid, Work Patch) - een cruciaal moment binnen Peires artistieke proces dat leidt van reductie van de figuratie tot schematisering en stilering, om uiteindelijk via een metafysische impuls te komen tot een abstractie (non-figuratie) die de spirituele band met menselijke figuur en ruimte blijft behouden.10 Het toepassen van de al fresco-techniek kadert dus in Luc Peires naoorlogse onderzoeksfase op weg naar een eigen plastische abstraherende taal.
Dat Peire muurschilderingen in al fresco-techniek realiseerde heeft niet alleen te maken met zijn grenzeloze bewondering voor de meesters van het Italiaanse Trecento (14de eeuw) en Quattrocento (15de eeuw) maar, zoals hijzelf verklaart, ook met zijn aandacht voor de integratie van verschillende kunstdisciplines.11 Het zijn de initiele gefixeerde realisaties met betrekking tot het environment van een specifieke architectural ruimte. Ze bepalen de artistieke meerwaarde van de spatiale omgeving en vormen de opmaat voor Peires latere integratieprojecten en spiegel-Environments.
De kans om zijn schilderkunst als een vorm van gefixeerde integratiekunst (namelijk als artistieke versmelting) binnen de architecturale omgeving toe te passen, noopte Luc Peire tot het beschilderen van grote wandoppervlakken. Zo zijn de muurfresco’s van 1951 te Sint-Kruis en te Knokke de grootste formaten die Luc Peire heeft beschilderd voor 1965. De technische realisatie en de werkwijze van het al fresco-schilderen hebben Peires artistieke visie en uitwerking sterk beinvloed, ook op het vlak van het pure tableau-schilderen. Zijn sleuteldoek La Famille Godderis uit hetzelfde jaar 1951 is hiervoor exemplarisch.12
Italie
Luc Peire, die een klassieke kunstopleiding had gevolgd te Brugge (1930-1935), te Gent (1932-1935) en te Antwerpen (1935-1940) was tijdens de jaren ’40 niet volledig mee gestapt in het Permekiaanse expressionisme, niet in het Wolvensiaanse luminisme, en kon zich ook binnen La Jeune Peinture Belge - waar hij samen met Rik Slabbinck en Jack Godderis tot ‘La tradition flamande’ werd gerekend13 - niet verzoenen met de ‘opgelegde’ abstraherende stijltrend, indirect gedicteerd door La Jeune Peinture Frangaise. Hij was te zelfbewust, zijn artistieke persoonlijkheid was te groot en zijn klassiek aanvoelen te sterk.
In een herbronning- en reflectiefase onderneemt Peire van oktober 1947 tot maart 1948 een reis naar Italie en Sicilie voor een directe confrontatie met de oude kunst.14 Het gaat om een studiereis: de Italiaanse kunst leren kennen door ze ter plaatse te gaan bekijken.15
De ontdekking van Italie heeft Peire naar eigen zeggen (vlak na de reis in een brief aan Jozef Muls) mede ‘verstevigd’ in zijn visie en opvatting over kunst.16 Uit deze getuigenis blijkt des te sterker dat Peires opvatting in se ‘klassiek’ gericht was. De preferentie voor het structurele, het tektonische (de gesloten klare opbouw) en het lineaire zou hem vanaf 1947 - het jaar van de confrontatie met het Italiaanse Trecento en Quattrocento en in het bijzonder met de frescokunst van Giotto, Piero della Francesca en Fra Angelico - geleidelijk doen distantieren van vroegere invloedssferen die de facto niet tot zijn eigen artistieke denken en voelen behoorden. In 1966 zal hij bij Ludo Bekkers nogmaals het belang van die reis benadrukken: “Italie is heel belangrijk geweest. Schilderen is voor mij altijd een soort gewetensonderzoek.”17
Kunstcriticus en -essayist Marcel Duchateau had al in 1952 gewezen op het ingrijpende belang van Italie en de meesters van de vroegrenaissance op Peires stijl.18 Hij legde hierbij de nadruk op de elementen (“sluimerende krachten”) die bij Peire aanwezig waren voor de Italiereis van 1947 en door de confrontatie met de Italiaanse meesters geprikkeld en actief geworden zijn.19
Peires artistieke visie zal zich vanaf dan verbinden met de begrippen ‘klassiek’ en ‘renaissance’ om zich als een vertegenwoordiger van een ‘nieuw classicisme’ en een ‘nieuwe renaissance’ te profileren binnen de Europese kunst van de 20ste eeuw.20
Gelijkwaardige behandeling van het volle en het lege in functie van emfasis (nadruk) en essentie, contrapuntische ordonnantie (het pal naast elkaar positioneren van tegengestelde elementen) en dichotomie (opdeling in twee niet overlappende elementen) in functie van ‘evenwicht door tegenwicht’ - ten volle ontdekt in de fresco’s van Giotto, Piero della Francesca en Fra Angelico - zullen binnen Peires artistieke evolutie een constante blijven.21 Daarbij heeft de fascinatie voor de kunst van deze meesters Peire sterk gestimuleerd zelf de al fresco-techniek aan te leren en concreet toe te passen.22
Evocatie van Vlaanderen en Zeebrugge ’51 te Sint-Kruis
Dat Peire, Vlaams bewust kunstenaar, in zijn fresco Evocatie van Vlaanderen de kust, de locatie Damme en Tijl Uilenspiegel met Nele tot onderwerp neemt, spreekt voor zich. De kunstenaar kent de polderstreek tussen zijn geboortestad Brugge en zijn woonplaats Knokke uitstekend en houdt van deze omgeving.23 De nieuwgebouwde woning van zijn broer Marcel te Sint-Kruis ligt op enkele kilometers afstand van Damme. Peire moest Damme door wanneer hij vanuit Knokke naar Sint-Kruis reed om er zijn al fresco te realiseren.24 Evoceert Luc Peire in de familiewoonkamer op de begane grond dit overkoepelende theatraal uitgewerkte thema ‘Vlaanderen’ waarin ruimte en tijd overstegen wordt, voor de leefruimte van zijn inwonende moeder op de bovenverdieping, brengt hij met een dubbelfresco ode aan een specifieker, intiemer thema: de Zeebrugse vissershaven met visser en vissersvrouw als genretaferelen.
De beide fresco’s te Sint-Kruis getuigen van Peires voorliefde voor de klassieke gesloten compositie met zin voor evenwichtige verhoudingen binnen een uitgebalanceerde configuratie en een gestructureerd kleurgebruik gerelateerd aan lijn en vlak. Voor dat laatste werd Peire ongetwijfeld geinspireerd door de specifieke coloristische toepassing in de fresco’s van Piero della Francesca te Arezzo. Roberto Longhi noemt dit met een neologisme formacolore: een ideale synthese en verbinding van vorm en kleur, waardoor de ideale relatie gelegd wordt tussen perspectivisch illusionisme (als driedimensionaal) en pure, serene oppervlaktedecoratie (tweedimensionaal).25
Opvallend, bijna levensgrote menselijke figuren beheersen in beide fresco’s het totaalbeeld. Dit is ook zo in het fresco De Cinemawereld te Knokke.
De Cinemawereld te Knokke
Niet enkel de unieke gelegenheid om de al fresco-techniek dicht bij huis toe te passen, maar ook een sterke interesse voor de film als kunstvorm stimuleerden Peire om zijn Cinemawereld te realiseren.26 Dit dubbelfresco voor Cine Monty te Knokke, een bioscoop van democratische en familiale signatuur, brengt Peire aan op de muur in de gang naar de filmzaal vanuit de Piers de Raveschootlaan. Die toegang werd bij voorkeur geopend voor de namiddagvoorstellingen.27
Links: voorgevel portierswoning van voormalig Noordzeehotel (later toegang Cine Monty), Piers de Raveschootlaan 13 Foto: MP, 08.07.2002
Rechts: grondplan Noordzeehotel (Lippenslaan) van Huib Hoste met toneelzaal en gang uitkomend in de Piers de Raveschootlaan. Aanduiding locatie fresco De Cinemawereld (1951) is toegevoegd. Foto uit Avermaete, Provo & Verdonck 2005, p. 124 (boven). Fotobewerking: MP
Visueel onderzoeksmateriaal
Op basis van getuigenissen, beschrijvingen, onderzoeksresultaten van de bewaarde fresco’s te Sint-Kruis,28 maar ook aan de hand van fotografisch bronnenmateriaal kan het fresco De Cinemawereld in Cine Monty te Knokke iconografisch (beeldinhoudelijk) geduid en stilistisch en technisch benaderd worden.
Het visueel bronnenmateriaal omvat:
- Negen zwart-witfoto’s (waarvan zeven met negatief) uit 1951 bewaard in het Archief SJLP. Zowel de groep Filmtypen als de groep Cinemabezoekers zijn partieel gefotografeerd door Studio Verwee A. uit Brugge.29 Vermoedelijk zijn de zeven andere foto’s door Jenny Peire gemaakt: shots van het interieur (in situ), shots van fresco-delen en van Luc Peire die de laatste giornata realiseert.30
- Tien kleurenfoto’s die ik (MP) op 26.08.2004 in situ maakte: twee foto’s van de locatie (de totale muur) en acht close-upshots van de muur met in 2001 blootgelegde frescodetails (“minimale steekproeven”),31 die, omwille van hun minieme oppervlakte en hun lukrake verspreiding op de muur, onmogelijk exact te lokaliseren zijn binnen het frescotafereel.




Iconografie en beschrijving
Het fresco De Cinemawereld in de lokettengang van de bescheiden bioscoop is thematisch uitgewerkt: Filmtypen links, Cinemabezoekers rechts. De twee corteges van quasi levensgrote figuren komen naar elkaar toe en ontmoeten elkaar fictief op het scherm met de annonce van de geprogrammeerde film en straks live in de filmzaal. 32 Met Cinemabezoekers confronteert Peire het levende publiek met zichzelf. Hij houdt het een spiegel voor.
“De (...) echte bioscoopgangers werden aldus geconfronteerd met een imaginaire file die zij, in afwachting dat zij aan het loket aan de beurt kwamen, personage na personage konden waarnemen.
De tweede helft van de wand fungeerde als voorafspiegeling van wat het scherm straks zou tonen en stelde archetypen van de filmwereld voor.”33
Annonce van Cine Monty uit 1954. Foto uit Lannoy 2003, p. 29
Filmtypen
Op basis van de zwart-witfoto’s uit het archief SJLP zijn - voor zover de duidelijkheid het toelaat - 19 figuren te onderscheiden:
Reconstructie totaalbeeld van het fresco Filmtypen (Knokke, 1951) (met door MP ingevoegde nummering (FT 1-19)).
Montage van drie fotografische bronnen
- FT 1 Groucho Marx van The Marx Brothers met dikke wenkbrauwen en snor, in zwart kostuum, met ronde bril en dikke sigaar, in zijn typisch waggelende positie als het ware leunend tegen de volgende figuur (Romeins soldaat (FT 2)).34
- FT 2 Romeins soldaat met kam op de helm, malienkolder (?), mantel, ovalen schild en speer
- FT 3 Cancan-danseres (hoofd met pluim bekroond, donkere bustehouder, donkere kousen, petticoat, opgeheven linkerbeen dat verdwijnt achter dame met hennin (FT 5))
- FT 4 Mickey Mouse (Disney) (likkebaardend blikkend naar Cancan-danseres (FT 3))
- FT 5 Bourgondische dame met gesluierde hennin (plooien in het lange kleed zijn zichtbaar)
- FT 6 Musketier (met Frans Hals-kraag, verticaal gestreepte pofmouw, pluimhoed en uitgerust met sabel of degen waarvan enkel greep en pareerstang zichtbaar zijn)
- FT 7 Donald Duck (in half matrozenpak, de toeschouwer aankijkend) (Disney)35
- FT 8 Frans politieagent (met brede hangsnor en met opengesperde ogen kijkend naar een boef (FT 9))
- FT 9 Boef (gangster) in geruite kledij, met oogmasker en sluipend met pistool voor zich
- FT 10 Sexy vrouw (verleidster, hoer) met sterk gewelfde vormen, geprononceerde boezem, sigaret in de linkerhand, leunend tegen (schuine) lantaarnpaal
- FT 11 Man met pet, ring in linkeroor, sigaret in de mond en hand in de broekzak, in conversatie met sexy vrouw (FT 10)
- Ft 12 Slanke soiree-dame in lang kleed, met brede schoudercape
- FT 13 Soiree-heer in rokkostuum (met witte vlinderdas), met buishoed, lange cape, breed lachend (met vrouwelijk uitziende lippen) naar de dame (FT 12)
- FT 14 Dwerg Dopey (uit Disney’s Sneeuwwitje en de zeven dwergen (Snow White and the Seven Dwarfs), 1937) FT 15 Wit paard (frontaal, wendt het hoofd naar cowboy (FT 16))
- FT 16 Cowboy (met vale hoed, houdt rechterhand op zijn revolver in houder)
- FT 17 Sprookjesprinses met tot op de schouders hangende gekrulde haarlokken, kroontje, waaier en hoepelrok met arabesken versierd36
- FT 18 Pluto (staartloos, de bezoekershond opwachtend?) (Disney)
- FT 19 Charlie Chaplin (The Circus, 1928)
Zeker voor Charlie Chaplin (en misschien ook voor enkele Disneyfiguren) moet Peire zich geinspireerd hebben op voorbeelden uit de editie Le Cinema van Jean A. Keim uit 1940 (Keim 1940) uit zijn lectuurarchief.37 Voor Groucho Marx (uiterst links) is de exacte inspiratiebron niet bekend. Wellicht alludeert Peire op de film At the Circus (1939) met The Marx Brothers, als tegenhanger van Chaplin in The Circus (van 1928) uiterst rechts. Zo sluit Peire zijn Filmtypen in tussen twee bekende meesters van de komische film: Chaplin als representant van de stille film, de lichaamstaal, het gebaar; Groucho Marx als exponent van the verbal wit, het verbale vuurwerk uit de beginjaren van de geluidsfilm.
Links: still van Charlie Chaplin uit The Circus (1928). Foto uit Keim 1940, p. 97
Rechts: Luc Peire, Charlie Chaplin uit Filmtypen
Filmtypen representeert verschillende filmgenres en -stijlen: slapstick en komische film (FT 1), historische film en kostuumdrama (FT 2,5,6), romantische film (musical/dansfilm) (FT 3,12,13), animatiefilm (FT 4,7,14,18), filmkomedie (FT 6), gangster- en politiefilm (FT 8,9), misdaadfilm (suspense) (FT 9), poetisch realisme (FT 10,11), sprookjesfilm (FT 14,17), western (FT 15,16), stille film (FT 19), tragikomedie (FT 19).
Buiten Groucho Marx, Chaplin en de figuren van Disney zijn geen echt herkenbare historische figuren (acteurs) terug te vinden. We nemen aan dat Luc Peire zich de andere filmfiguren en -genres heeft verbeeld.38 Karikaturaal vertonen ze te algemene trekken om ze concreet aan bepaalde acteurs of actrices toe te wijzen. De identificatie blijft approximatief.
De cowboy (FT 16) met wit paard (FT 15) zou kunnen refereren aan stripfiguur Lucky Luke of aan acteur John Wayne.39 De man met pet en sigaret (FT 11) en vrouw met boezem (FT 10) zijn geinspireerd door de Franse cinema (realisme poetique) van de jaren dertig en veertig, maar de getekende figuren lijken niet echt op Jean Gabin en Arletty.40 De man met de buishoed (FT 13) kan Rudolph Valentino zijn of Fred Astaire, of Douglas Fairbanks .. ,41 De cancan-danseres (FT 3) kan alluderen op Moulin Rouge van Andre Hugon en Yves Mirande.42 De Romeinse soldaat (FT 2) knipoogt naar de spektakelfilms over het antieke Rome zoals Quo Vadis (1924, Gabriellino D’Annunzio & Georg Jacoby), Ben Hur (1925, Fred Niblo & Charles Brabin) of Caesar and Cleopatra (1945, Gabriel Pascal). De musketier (FT 6) legt mogelijks de link naar La Kermesse heroique van Jacques Feyder.43
Still uit film La Kermesse heroique (1935) van Jacques Feyder. Foto uit Keim 1940, p. 125
Luc Peire positioneert zijn figuren op een scene (plein of brede straat) aangegeven door de horizontale. Het decor met straatlantaarn en huizengevels scheppen in het centrum de verklarende stedelijke context bij politie (FT 8), boef (FT 9) en het straatkoppel (FT 10,11). Het vormt een afgebakende contrastepisode tussen het historisch adellijke stel (Bourgondische dame (FT 5) met de musketier (FT 6)) en het chique soiree-koppel (FT 12,13). Met evenveel zin voor grappige tegenstelling plaatst Peire de statische Romeinse soldaat (FT 2) naast de dynamische cancan-danseres (Ft 3). De gebogen vormen van helmkam en hoofdpluim zorgen voor formele parallellie.
Peire beeldt zijn figuren uit in zuiver profiel (FT 2,9,10,12,16,17), driekwart profiel (FT 1,3,4,5,6,7,8,11,13,14,15,18) of frontaal (FT 20). Door de verschillende blikken, gelaatsuitdrukkingen, houdingen, poses en bewegingen van de filmfiguren, worden de bezoekers voorbereid op wat het scherm hen zal tonen. De dynamiek binnen het fresco wordt versterkt door de kleine Disney-figuren Mickey Mouse (FT 4), Donald Duck (FT 7) en dwerg Dopey (FT 14) die zich in tegenrichting, als het ware mee met de ‘echte’ cinemabezoekers, al haasten naar de toegangsdeur van de filmzaal.
Het internationale karakter van De Cinemawereld (‘archetypen van de filmwereld’)44 in de lokale cinema te Knokke, contrasteert schijnbaar met de plaatsgebonden evocatieve sfeer van de fresco’s Evocatie van Vlaanderen (‘geschiedenis van de eigen streek’)45 en Zeebrugge ’51 in de privewoning te Sint-Kruis. Toch reikt de uitbeelding van de pleiade van filmhelden in humoristisch en karikaturale stijl niet aan de universele kracht en het tijdloze karakter van Evocatie van Vlaanderen waarin Tijl, Nele en de Bourgondische dames binnen een klassiek gestructureerde, tektonische compositie ‘de geografische en historische beperkingen [overstijgen] en door hun houding en stijl verwant [lijken] met figuren uit de renaissance’.46
Cinemabezoekers
Reconstructie van het totaalbeeld van het fresco Cinemabezoekers (Knokke, 1951) (met door MP ingevoegde nummering
(CB 1-24)). Montage van drie verschillende fotografische bronnen
Van Cinemabezoekers is geen volledig beeld overgeleverd. Het bestaande fotomateriaal toont Luc Peire bij de realisatie van de laatste vijf (?) getekende figuren in de (vermoedelijk) vierde en laatste (uiterst rechtse) giornata. De basistekening geeft aan dat nog een dame met hoed en bontkraag (CB 20), een heer met deukhoed (CB 21) (en kinderen beneden rond of bij hem?), een dikkere man in lange mantel en bolhoed (CB 22) met naast hem een (jongere?) dame (CB 23) met gegolfde coiffure volgen. De bezoekers observerend, sluit een gekostumeerde heer met bril, donkere das en linkerhand in vestzak (CB 24) de rij af. Fysieke gelijkenis met Lucien Loris, de toenmalige uitbater van Cine Monty, valt hierbij op.
foto van Lucien Loris, toenmalig uitbater van Cine Monty. Foto uit Lannoy 2003, p. 28
Luc Peire, figuur CB 24 van Cinemabezoekers
Op het beeldmateriaal zijn in het totaal 24 figuren te herkennen: 23 personen, een hond. Onder de al gezeten personen in de zaal is een dame door haar profiel duidelijk herkenbaar.
Op het fresco treden de bezoekers (in zuiver profiel) de zaal (links, grenzend aan het affichescherm) achteraan binnen vanuit een gesuggereerde gang. Een horizontale lijn vormt de grens tussen gangbodem en -muur. Op de zwart-witfoto’s is een bepaald kleurverschil merkbaar tussen bodem en muur. De leegte van de achtergrond (namelijk de gesuggereerde wand waartegen de bezoekers zich voortbewegen) valt op. Vanuit het gezichtspunt van de bezoekers zijn de zetelrijen in de filmzaal al goed bezet.
“bezoekers, bestaande uit de meest diverse typen uit de samenleving, werden op kenschetsende en levendige manier in een gestyleerde vorm ten tonele gebracht”, schrijft Remi Boeckaert in 1952.47 Luc Peire had het jaar ervoor aan deze auteur zijn mening gegeven over diens novelle Het kruis en de vrouw.48 Hij apprecieert in de eerste plaats de observatiekwaliteit: “Ik hou van die rake en nuchtere kijk op mensen en toestanden, alsmede ditgene welke we als een cynis[ch]e kijk zouden kunnen bestempelen. Over het algemeen vind ik het zeer vlot, origineel en goed gebouwd.”49 Die woorden typeren de facto Peires eigen observerende, wat cynische blik bij de karikaturale uitwerking van Cinemabezoekers.50
Gezichtsprofiel (met mond- en oogtekening), kledij, coiffure, haarsnit, hoofddeksel, bril en attributen (bijvoorbeeld handtas) typeren elk personage afzonderlijk, “op humoristische en licht karikaturale wijze”.51 We onderscheiden: enkeling en koppel, kind (CB 2,12,19) en volwassene, vader met (sterk gelijkende) zoon (CB 12,13), moeder met dochter (of twee vriendinnen?) (Cb 14,15), gegoede (CB 6,9,10,18,22,24) en minder gegoede (CB 16,17), notabele (CB 6), rijke burger (CB 10,22), middenklasser (Cb 13,24), anti-burger (artiest?) (CB 16,17), militair (CB 8).
Mager of corpulent, kaal of met kapsel, met of zonder hoofddeksel, bril, baard of snor, stappen ze vooruit, de blik gericht op zaal en scherm. Blijkbaar spreekt het filmmedium ieder lid van de samenleving aan, ook de sierlijke staartloze donkere windhond, die zich wellicht komt amuseren met Pluto, Disney’s lieveling, die zich aan de andere zijde bij Filmtypen bevindt.
Bij het dier valt vooral de gelijkenis op met de benen - en ook met de plaatsing ervan - van het paard in het fresco Evocatie van Vlaanderen.
Zoals in Evocatie van Vlaanderen hanteert Luc Peire bij de tekening van zijn figuren de rechte lijn en de brede boog, hier bijzonder nauw aansluitend bij de striptekenstijl. “Bij de bezoekers zijn sommige figuren duidelijk geinspireerd op de ‘klare lijn’ van Herge. De man met de handen in de zakken is hier een mooi voorbeeld van”, meent Jeroen De Schuyteneer.52 Enkele gelegenheidstekeningen tonen aan dat Peire de klare lijnvoering al in de jaren ’40 rigoureus wist toe te passen.
Links: Herge, Kuifje. Foto: www.willgoto.com/picturesMidden: Luc Peire, huwelijksaankondiging Marcel Peire en Simonne Duwel (1943, tekening, IMP 498B). Foto: MP
Rechts: Luc Peire, figuren CB 12 en CB 13 van Cinemabezoekers
Bepaalde kenmerken van Peires Cinemabezoekers vallen inderdaad samen met de ‘klare lijn’-stijl van Herge: cartoonachtige personages in een realistisch decor; de kunst van het weglaten; enkel de essentiele lijnen; geen overbodige details; geen of nauwelijks gebruik van schaduwen en arceringen; heldere vlakverdeling in de tekeningen; geen kleurverloop.53 Toch tekent Peire in vergelijking met Herge zijn figuren meer rechtlijnig en statisch uit. Suggestie van beweging via extra plooienspel in de kledij laat hij achterwege in functie van het zuiver formele. Peire vermijdt puur gelijkmatige en vlakke inkleuring. Ook brengt hij de donkere contourlijn niet overal egaal aan zoals bij Herge. Lijndikte en kleur zijn gedifferentieerd.54
Snelle invulling en afwerking
Het beschilderen van een grote wandoppervlakte op een vochtige pleisterlaag - dus binnen een begrensde tijd - noopt de kunstenaar tot een snelle werkwijze en een vereenvoudigde, schematiserende uitbeelding. Hoe toont zich dit in De Cinemawereld?
Het achtergronddecor blijft grotendeels leeg (enkel summier ingevuld: straatscene bij Filmtypen; filmzaal met gevulde zitjes in Cinemabezoekers) en is vlak, maar niet opaak ingekleurd.
De menselijke figuur is uitgetekend in rechte lijn en brede boog, lineair, in een bijna karikaturale stijl, nauw aansluitend bij de striptekenstijl.
Afwezigheid van modele en schaduwpartijen (rond de omtreklijnen) valt op.
Tijdrovend detailwerk is vermeden. Zo zijn handen en vingers van de cinemabezoekers grotendeels achterwege gelaten, veelal gesuggereerd en gecamoufleerd (op de rug, in de zakken, rond riem van draagtas, onder mantel, jas of cape).
Het bioscooppubliek is in zuiver profiel uitgebeeld. Mensenkoppels zijn in overlapping weergegeven. Gezichtsdetails zijn stereotiep, summier en zuiver lineair aangegeven.
Afgeleid uit Evocatie van Vlaanderen en Zeebrugge ’51 fungeert de blankheid van de intonaco (= de bovenste pleisterlaag waarop geschilderd wordt) als kleur in de compositie (= a risparmio).55 De kleding is monochroom (niet opaak) ingevuld of met lijn- en ruitpatroon gearceerd, zonder plooienspel. Een uitzondering hierop is het kleed van de Bourgondische dame met gesluierde hennin in Filmtypen (FT 5).
Kledijonderdelen (zakken, mouwen, kraag, boord ...) worden eenvoudig en schematisch in contourtekening aangebracht.
Thematisch toont Filmtypen een grotere diversiteit dan Cinemabezoekers. Vandaar de rijk gevarieerde kledij en kostumering die meer detailwerk vragen in de decoratie ervan.
Tweedeling
Luc Peire integreert zijn drie fresco’s Evocatie van Vlaanderen, Zeebrugge ’51 (met Visseren Vissersvrouw) en De Cinemawereld (met Filmtypen en Cinemabezoekers) perfect in de gegeven realiteit van de architectuur en de omgeving. Iconografisch-inhoudelijk zijn de taferelen respectievelijk aangepast aan de context van een privewoning en van een publieke locatie. De taferelen beantwoorden aan de leefwereld van het gezin te Sint- Kruis en spelen doelgericht in op de betrokkenheid van de zich ontspannende bioscoopbezoeker te Knokke. Compositorisch vertonen de drie fresco’s gemeenschappelijke kenmerken. Tweedeling en tegenbeweging van figuren rond een centraal aandachtspunt.
Verbeelding en spielerei typeren de uitwerking van de historische evocatie (Evocatie van Vlaanderen), het genretafereel (Zeebrugge ’51) en de karikatuur (gelinkt aan de cartoon) (De Cinemawereld).
Met het introducerende stilleven in Zeebrugge ’51 hanteert Peire een klassieke methode voor ruimteschepping. In Evocatie van Vlaanderen experimenteert hij op het vlak van ruimte door overlapping en positionering van diepteplans boven elkaar. Peire wendt in dit fresco voor het eerst de horizontale aan als referentielijn voor een intuitief en eigenzinnig uitgewerkte dieptesuggestie. Dit procede past hij tot in zijn laatste abstract werk toe.
De Cinemawereld vat Peire op als een lange fries met de positionering van ‘klare lijn’-figuren in cortege-vorm. Het gehele fresco vertoont een additieve, juxtapositionele opbouw, namelijk een groepering van naast elkaar geplaatste figuren.
Daarom zijn niet zozeer in De Cinemawereld, maar in Zeebrugge ’51 en in het bijzonder in Evocatie van Vlaanderen ten volle de componenten aanwezig die Peire meeneemt en uitwerkt in zijn later oeuvre: uitgebalanceerde tegenbeweging van de figuren binnen een tektonische (klaar opgebouwde) eenheidsstructuur, dichotomische indeling en ruimtelijk experiment binnen scenische opbouw met diepteplans.
BIBLIOGRAFIE
ARONBERG LAVIN, Marilyn, BERTELLI, Carlo, DONATI, Maria Teresa & MAETZKE, Anna Maria (2009), Piero della Francesca.
The Legend of the True Cross in the Church of San Francesco in Arezzo, Skira, Milano, 2009, 278 pp.
AVERMAETE, Tom (Red.), PROVO, Bregje (Red.) & VERDONCK, Ann (2005), Huib Hoste 1881-1957, Centrum Vlaamse Architectuurarchieven (CVAa) / Vlaams Architectuurinstituut (VAi) (Focus Architectuurarchieven), Antwerpen, 2005, 272 pp. BEKKERS, Ludo (1966), ‘Gesprek met Luc Peire’, in: Streven, jrg. 19, deel II, nrs. 11-12, Antwerpen, 08-09.1966, pp. 1066-1073 BEKKERS, Ludo (1969), ‘gesprek met Luc Peire’, in: Museumjournaal, serie 14, nr. 4, Amsterdam, 08.1969, pp. 170-176 BOECKAERT, Remi (1951), Hetkruis en de vrouw (uit de novellenbundel “Tranen en Spotternij”), Uitgave “Arsenaal” (Tijdschrift voor Letterkunde), Gent, s.d. [1951?], 24 pp. [cover: tekening door Luc Peire]
BOECKAERT, Remi (1952), 'Kunstschilder Luc Peire', in: Band, jrg. 11, nr. 3, Leopoldstad-Kalina, 03.1952, pp. 97-99 BRASSEUR, Camille (2015), Connexions One [uitgave naar aanleiding van de tentoonstelling 'Connexions One. Belgische kunst 1945-1975' voorgesteld in het mvAc te Antwerpen, 19.09 - 20.12.2015], Pandora Publishers / mvEditions, Antwerpen, 2015, 408 pp. CENNINI, Cennino & MOTTEZ, Victor (1911), Le Livre de i’art ou Traite de la Peinture. Mis en iumiere pour la premiere fois avec des notes par le chevalier G. Tambroni. Traduit par Victor Mottez. Nouvelle edition augmentee de dix-sept chapitres nouvellement traduits, precedee d’une iettre d’Auguste Renoir, et d’une preface inedite du traducteur, suivie de notes et d’eciaircissements sur la fresque, par Victor Mottez, Bibliotheque de l'Occident, Paris, 1911, 152 pp.
CHRISTOPHE, Lucien (1952), 'Inleiding', in: “Kunst en Arbeid”. De monumentaie kunst in de openbare en industrieie gebouwen (...) ingericht door het Ministerie van Openbaar Onderwijs onder de Hoge Bescherming van H.M. Koningin Elisabeth, (tentoonstellingscatalogus), 08-29.10.1952, Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, Uitgeverij “La Connaissance”, N.V., pp. 4-10 COLINART, Sylvie & MENU, Michel (Eds.) (2001), La matiere picturale: fresque et peinture murale. Cycle de cours intensif sur les ‘Sciences et Materiaux du Patrimoine Cuiturei’ sous ia direction du Prof. R.A. Lefevre. Villa Rufolo - Ravello, 15-20 septembre 1997, Edipuglia, Bari, 2001, 172 pp.
COMER, Johan (2012), 'Schilderkunst in en buiten Knokke', in: Kontaktblad Gidsenbond Brugge & West-Vlaanderen, jrg. 33, nr. 1, Brugge, 01-02.2012, pp. 12-14
COUPRY, Claude (2001), Les materiaux: supports, enduits, pigments, liants, in: COLINART, Sylvie & MENU, Michel (Eds.), La matiere picturale: fresque et peinture murale. Cycie de cours intensif sur ies ‘Sciences et Materiaux du Patrimoine Cuiturei’ sous ia direction du Prof. R.A. Lefevre. Villa Rufolo - Ravello, 15-20 septembre 1997, Edipuglia, Bari, 2001, pp. 21-26 DE HOUWER, Veerle (2002), 'Noordzeehotei’ (lezersbrief), in: De Standaard, Brussel, 22.04.2002
DE HOUWER, Veerle, DEREZ, Mark, POULAIN, Norbert, ROEGIERS, Jan, VANDENBREEDEN, Jos, VAN SANTVOORT, Linda, VERDONCK, Ann & VERPOEST, Luc (2002), 'Red het Noordzeehotel van de sloophamer', in: De Standaard, Brussel, 03.04.2002 DE INVENTARIS VAN HET BOUWKUNDIG ERFGOED - Huis van 1950 (ID: 77470), West-Vlaanderen. Brugge. Sint-Kruis. Polderhoeklaan 31, http://inventaris.vioe.be/dibe/relict/77470, consultatie 14.11.2011 DELEVOY, Robert L. (1946), La Jeune Peinture Belge, Editions Formes, Paris-Bruxelles, 1946, 222 pp.
DEMEESTER, Beatrijs (1982), Luc Peire. Monografie [+ Bijlage]. Proefschrift tot het bekomen van de graad van licentiaat in de Kunstgeschiedenis (promotor: Prof. Dr. M. De Maeyer). R.U.Gent (H.I. voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde), 08.1982, 216 pp. (Monografie) / 217 pp. (Bijlage) (Archief SJLP/M82-1)
DEMYTTENAERE, Hc (2021), 'Beste Plato / Beste Dr ethicus', reactie (12.07.2021) op: PLATO, 'Het Noordzeehotel van Huib Hoste te Knokke-Heist', in: Kneistikrant, 10.07.2021. digitaal: Plato: Het Noordzeehotel van Huib Hoste te Knokke-Heist | Kneistikrant dm (2006), 'Fresco van Luc Peire vernield', in: De Standaard, Brussel, 20.04.2006 DM (2006), 'Fresco van Luc Peire vernield', in: Het Nieuwsblad, Brussel, 20.04.2006 DM (2006), 'Fresco van Luc Peire vernield', in: Het Volk, Brussel, 20.04.2006
DUCHATEAU, Marcel (1952), 'Luc Peire', in: Drie Vlaamse schilders (Denijs Peeters, Red.), Artistenfonds Rockoxhuis, Antwerpen, 1952, pp. 19-27 (+ ill. XI-XX)
FH (2006), 'Fresco Luc Peire vernield in Knokke', in: Gazet van Antwerpen, Antwerpen, 20.04.2006
FoNtIER, Jaak (1973), 'In gesprek met Luc Peire', in: De Vlaamse Gids, jrg. 57, nr. 3, Antwerpen, 03.1973, pp. 30-39
FONTIER, Jaak (1973), 'Wat met de integratie?', in: De Periscoop, Brussel, 09.03.1973, pp. 1, 6
FONTIER, Jaak (1976), 'Luc Peire: de diversiteit van de eenheid', in: Aspecten Luc Peire, (tentoonstellingscatalogus), Stedelijk Cultureel Centrum Knokke-Heist, Knokke-Heist, 26.06-13.09.1976, z.p. [pp. 8-12 (N)] / [pp. 14-15 (F)] / [pp. 16-17(E)] / [pp. 18-19 (D)]
FONTIER, Jaak (1995), 'De integratiewerken in Belgie', in: Luc Peire 1916-1994, (tentoonstellingscatalogus), Snoeck-Ducaju & zoon / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, Gent-Antwerpen, 22.04 - 25.06.1995, pp. 111-117 FUGA, Antonella (2006), Materialen en technieken, (bewerkt en vertaald door Paul van Calster), Ludion (Kunstbibliotheek, serie onder redactie van Stefano Zuffi), Gent, 2006, 384 pp.
GUISSET, Jacqueline & BAILLARGEON, Camille (Eds.) (2009), Forces murales, un art manifeste. Louis Deltour, Edmond Dubrunfaut, Roger Somville, Editions MARDAGA, Wavre, 2009, 240 pp.
HD (1991), 'Luc Peire', in: Brugsch Handelsblad, Brugge, 06.09.1991
Jvh (2001), 'Fresco's Luc Peire in Noordzee-hotel?', in: De Standaard, Brussel, 22.01.2001
JVRB (2006), 'Familie klaagt vernieling fresco's Luc Peire aan', in: Het Laatste Nieuws (Regio Brugge-Oostkust), Asse, 21.04.2006 KAISER, Franz-W. (2008), 'Muurschildering. Wall Painting', in: Wall Paintings 1+9/9+1, (tentoonstellingscatalogus), bkSM (beeldende kunst Strombeek/Mechelen), 12.10-14.12.2008, pp. 25-54
KEIM, Jean A. (1940), Le Cinema, Editions Bourrelier & Cie (Collection La joie de connaitre), Paris, 1940, 128 pp. kgv (2003), 'Geen hoop meer voor Noordzeehotel', in: De Standaard, Brussel, 20.03.2003
LONGHI, Roberto (2002), Piero della Francesca. Translation and Preface by David Tabbat. With an Introduction by Keith Christiansen, Stanley Moss - Sheep Meadow Book, Riverdale-on-Hudson, New York, 2002, 364 pp.
LANNOY, Danny (2003), 'Cinema te Knokke', in: Heemkring Knokke Cnoc is ier', tijdschrift 40, Knokke, 2003, pp.15-30 LANNOY, Danny & DeViNCK, Frieda (2010), Knokke. Nostalgie in Woord en Beeld, De Distel, Knokke-Heist, 2010, 192 pp. MATTELAER, Paul (2006), Persmededeling: Luc Peire en Huib Hoste vernederd te Knokke, (e-mail), Sint-Lukasarchief vzw,
Brussel, 26.04.2006 18:38, print 27.04.2006, 1 p. (Archief SJLP/PERS)
[MICHIELS, Ivo] (1954), 'De Salons van de week. Luc Peire: kunst van de synthese', in: Het Handelsblad, Antwerpen, 03.03.1954
MUNOZ PEIRATS, Maria Jose (1980), 'Vive y pinta en Gandia. Luc Peire, un artista de nuestra epoca. Manana dara una conferencia en la Facultad de Letras de Valencia', in: Levante, Valencia, 14.02.1980
NBL (2003), 'Hotel verdwijnt toch', in: De Streekkrantvan West-Vlaanderen Noord, Roularta, Roeselare, week 39, 23-29.09.2003 NYsSeN, Hubert (2004), 'Salkin, Emile. Pour la Nouvelle Biographie Nationale', 06.2004 http://www.hubertnyssen.com/carnetstextes/divers14.htm, consultatie 08.04.2014
PAS, Johan (Red.) (2013), Contradicties/ Contradictions. Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen 2013-1663, AsaMER / Paper Kunsthalle vzw, Gent, 2013, 302 pp.
PEIRE, Marc (2006), Persmededeling: Aanklacht: ‘Fresco’s van Luc Peire naar de vernieling in voormalig Noordzeehotel’,
19.04.2006 11:43, print 19.04.2006, 3 pp. (Archief SJLP/PERS)
PEIRE, Marc (2009), 'Fresco/Fresque', in: Stichting/Fondation Jenny & Luc Peire. Bulletin 7, jrg. 7, Knokke-Dorp, 07.2009, pp. 10-14 (N) / pp. 10-13 (F)
PEIRE, Marc (2016), Van wand naar ruimte. Onderzoek naar de invloed van het 'al fresco' op het werk van Luc Peire. Proefschrift voorgelegd tot het behalen van de graad van Doctor in de Kunstwetenschappen, Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Promotor Prof. dr. Steven Jacobs. University Press (Zelzate), Gent, 12.2016, 753 pp.
PEIRE, Marc (2019), 'La Famille Godderis. Diptiek van gestileerd evenwicht en verborgen metafysica', in: Stichting/Fondation Jenny & Luc Peire. Bulletin 17, Knokke-Dorp, jrg. 17, Knokke-Dorp, 06.2019, pp. 49-61
PEIRE, Marc (2020), 'Luc Peire. Kunstenaar-curator van de tentoonstelling Vormen van heden / Esthetique d'aujourd'hui (Knokke, 1957)', in: Eigenbouwer. Tijdschrift voor de goede smaak, nr. 12, Haarlem, 06.2020, pp. 70-81 PEIRE, Marc (2021), 'Luc Peires ideaal Museum voor Knokke-Heist / Le musee ideal de Luc Peire pour Knokke-Heist', in: Stichting/Fondation Jenny & Luc Peire. Bulletin 18, Knokke-Dorp, jrg. 18, Knokke-Dorp, 07.2021, pp. 62-77 (N) / 77-84 (F)
PEIRE, Marc & SOETAERT, Els (2005), Luc Peire. Catalogue Raisonne of the Oil Paintings, Lannoo,Tielt, 2005, 432 pp. PEIRE-VERBRUGGEN, Jenny & PEIRE, Marc (inleiding en annotaties) (2001), De ateliers van Luc Peire, Ludion, Gent-Amsterdam,
2001, 112 pp.
PIRON, Paul (2003), Dictionnaire des artistes plasticiens de Belgique des XIXe etXXe Siecles [A-K] (volume 1), Editions Art in Belgium, Ohain-Lasne, 2003, 800 pp.
PIRON, Paul (2003), Dictionnaire des artistes plasticiens de Belgique des XIXe et XXe Siecles [L-Z] (volume 2), Editions Art in Belgium, Ohain-Lasne, 2003, 830 pp.
PLATO (2021), 'Het Noordzeehotel van Huib Hoste te Knokke-Heist', in: Kneistikrant, 10.07.2021. digitaal: Plato: Het Noordzeehotel van Huib Hoste te Knokke-Heist | Kneistikrant
POULAIN, Norbert (2002), 'Het Noordzeehotel', in: Noordzeehotel Knokke. Persmap 3 juli 2002, samenstelling: K.U.Leuven Universiteitsarchief, Leuven, 03.07.2002, p. [1]
RINCKHOUT, Eric (2006), 'Fresco's van Luc Peire vernield bij verbouwingswerken in Knokke', in: De Morgen, Brussel, 21.04.2006 STEFANAGGI, Marcel (2001), ‘Les techniques de la peinture murale’, in: COLINART, Sylvie & MENU, Michel (Eds.), La matiere picturale: fresque et peinture murale. Cycle de cours intensif sur les ‘Sciences et Materiaux du Patrimoine Culturel’ sous la direction du Prof. R.A. Lefevre. Villa Rufolo - Ravello, 15-20 septembre 1997, Edipuglia, Bari, 2001, pp. 29-45 STEVERLYNCK, Sam (2006), 'Architectuur. Red het Modernisme', URBANMAG, www.urbanmag.be, consultatie 09.11.2006 VANDENBREEDEN, Jos (2006), Persmededeling: Fresco’s van Luc Peire in de voormalige doorgang naar het Noordzeetheater- Cinema Monty: een vervolg op de schandelijke afbraak van het Noordzeehotel te Knokke!, typoscript/mailbericht, Sint-Lukasarchief vzw, Brussel, 20.04.2006, 1 p. (Archief SJLP/PERS)
VANDENBREEDEN, Jos (Red.) (2006), Een Casino voor de toekomst. Nieuwe stedelijkheid in Knokke-Heist, Gemeentebestuur Knokke-Heist / Verdographics, Knokke-Heist, 12.2006, 194 pp.
VAN DUPPEN, Jan (2002), Vraag om uitleg van Jan Van Duppen, Vlaams volksvertegenwoordiger aan minister Paul Van Grembergen, Vlaams minister van Binnenlandse aangelegenheden betreffende de noodzakelijke bescherming voor het Noordzeehotel van de Vlaamse modernistische architect Huib Hoste te Knokke, 04.04.2002, webstek Jan Van Duppen, http://users.pandora.be/jan.van.duppen/j_parlement_noordzeehotel5.htm, p. 1, consultatie 02.02.2003 VAN DUPPEN, Jan, VAN GREMBERgEn, Paul & LAURYS (2002), Jan, Vlaams Parlement-Commissievergadering-nr. 200, Vraag om uitleg van de heer Jan Van Duppen tot de heer Paul Van Grembergen, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands Beleid, over de noodzakelijke bescherming voor het Noordzeehotel van de Vlaamse modernistische architect Huib Hoste te Knokke. Vraag om uitleg van de heer Jan Laurys tot de heer Paul Van Grembergen, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands Beleid, over de bescherming als monument van het Noordzeehotel in Knokke, Verslag van 2 vragen in het Vlaams Parlement, Brussel, 25.04.2002, pp. 17-21. http://docs.vlaamsparlement.be/docs/handelingen_commissies/2001-2002/c0m200cul24-25042002.pdf, consultatie 02.02.2003 VERHOEVEN, Karel (2002), 'Ultieme mayday voor Noordzeehotel', in: De Standaard, Brussel, 04.07.2002 WATERSCHOOT, Hector (1979), 'Omroep. 'Curriculum' op BRT-TV 2. Luc Peire: Van Permeke naar een Parijse slaapstad', in: Knack, nr. 43, Brussel, 24.10.1979, pp. 126, 131-132
XURIGUERA, Gerard (1976), Luc Peire, Carmen Martinez editions, Paris, 1976, 192 pp.
Voetnoten
1 Sinds 1959 tot aan zijn dood resideerde Luc Peire samen met zijn vrouw Jenny Peire-Verbruggen (1908-1993) te Parijs en betrok er verschillende atelierwoningen. Het koppel reisde veel en bracht de zomermaanden gewoonlijk door in Knokke. Zie Peire- Verbruggen & Peire Marc 2001.
2 De drie fresco's zijn technisch, iconografisch en stilistisch uitvoerig geanalyseerd in Peire Marc 2016.
3 Afmetingen op basis van Fontier 1973b (p. 6) en Fontier 1976 (p. [11]). Demeester 1982 (p. 199) neemt deze gegevens over.
4 Zie plan van het Noordzeehotel in AVERMAETE, Tom (Red.), PROVO, Bregje (Red.) & VERDONCK, Ann (2005), Huib Hoste 1881-1957, Centrum Vlaamse Architectuurarchieven (CVAa) / Vlaams Architectuurinstituut (VAi) (Focus Architectuurarchieven), Antwerpen, 2005, p. 124.
5 Brief (2 pp.) van Dries Van Den Broucke (Afdelingshoofd Onderzoek en Bescherming Vlaamse Overheid - Onroerend Erfgoed) [Brussel, 27.01.2015, kenmerk 4.001/31005/122.1, bijlagen 2] aan Marc Peire [Betreft: Brugge: woning met fresco’s van Luc Peire. Bescherming als monument bij ministerieel besluit van 15 januari 2015\.
6 Voor wandschilderingen kiest men in de moderne tijd meestal voor minder gecompliceerde technieken. Daarom blijven Peires fresco’s vrij uniek en specifiek.
7 Zie GUISSET, Jacqueline & BAILLARGEON, Camille (Eds.) (2009), Forces murales, un art manifeste. Louis Deltour, Edmond Dubrunfaut, Roger Somville, Editions MARDAGA, Wavre, 2009, 240 pp.
8 Zo wordt op de tentoonstelling “Kunst en Arbeid”. De Monumentale Kunst in de openbare en industriele gebouwen in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel in 1952 (08-29.10) een zwart-witfoto getoond van het fresco Cinemabezoekers. Het werk wordt vermeld in de catalogus op p. 25 onder het nummer 61 en als volgt beschreven: PEIRE, Luc "Het Publiek", muurschildering in een bioscoop te Brugge[sic] (1951) (Foto Verwee).
9 Zie Brasseur 2015, pp. 109-127.
10 Door binnen een globale eenheidsvisie grote oppervlakken als zuivere giornate te realiseren - waardoor werkeenheden dageenheden worden - vermijdt Luc Peire bewust detailuitwerkingen en hierdoor ook een patchwork van Work Patches.
Luc Peire heeft altijd het metafysische karakter in de aanzet tot zijn abstracte kunst beklemtoond: “des 1956 on peut souligner dans ma demarche une tendance “metaphysique abstraite”.” (Luc Peire in Xuriguera 1976, p. 154).
11 Fontier 1973a, p. 36.
12 Zie Peire Marc 2019, pp. 55-57.
13 Delevoy 1946. Op 15 maart 1947 neemt dit kunstenaarstrio misnoegd ontslag uit La Jeune Peinture Belge.
14 Zie Peire Marc 2016, pp. 144-160.
15 Peire zelf noemt ze een studiereis in zijn aanvraag voor de Academia Belgica te Rome: “Monsieur le Comte, Je me permets de vous ecrire au sujet du voyage d’etudes que je compte entreprendre suite aux bourses que j’ai obtenues (prix Godecharle et prix de Rome).” (brief [Knokke, 03.10.1947, typoscript met aangebrachte correcties in manuscript] aan ‘Monsieur le Comte Lippens, Vicepresident du Conseil d’Administration de l’Academia Belgica, Rome’).
16 Brief van Luc Peire [Knokke, 02.04.1948] aan Jozef Muls: “Ik ben ervan overtuigd dat deze reis naar Italie mij van het grootste nut geweest is, en mijn opvatting en visie op de schilderkunst er duchtig door verstevigd is.” (AMVC-Letterenhuis Antwerpen P2765/B nr. 47.135/9).
17 Bekkers 1966, p. 1068.
18 Duchateau 1952, p. 24.
19 Uit vergelijkend onderzoek is gebleken dat Peires intenties zich het sterkst lieren aan het klassieke idioom van zijn Antwerpse leermeester Gustave Van de Woestyne dat specifiek gericht was op de tekening met grote aandacht voor vorm, lijn en contour, gekoppeld aan zin voor mystiek en metafysica (namelijk het bovennatuurlijke en het niet-zintuigelijke). Ook Van de Woestynes grote aandacht voor de gelijkwaardigheid van het ‘lege’ tegenover het ‘volle’ in een compositie zal Peire zeker opgevallen zijn. (Peire Marc 2016, pp. 92-101).
Uit de analyse van Peires perceptie (waarneming) en appreciatie van oude kunst tijdens museumbezoeken (via zijn aantekeningen in catalogi) voor de Italiereis, is gebleken dat een specifieke aandacht voor structuurelementen zoals dichotomie en contrapuntische ordonnantie manifest is. (Peire Marc 2016, pp. 115-121).
20 ‘nieuwe klassiek’: Michiels 1954; ‘nieuwe renaissance’: Duchateau 1952, p. 27. Zie Peire Marc 2016, pp. 95-97.
21 Uitgewerkt in Peire Marc 2016 (Hoofdstuk 3 (3.4)).
22 In een interview met Maria Jose Munoz Peirats (Munoz Peirats 1980) vermeldt Luc Peire het jaartal 1950 en De Balearen als locatie waar hij de frescotechniek heeft geleerd
23 In 1991 getuigt de kunstenaar nog: “Al ben ik intussen meer dan 30 jaar Parijzenaar, toch keer ik ieder jaar graag naar mijn geboorteland terug. Dat betekent dan in de eerste plaats Knokke, want tijdens de zomer wordt Brugge platgewalst door toeristen en ik voel er weinig voor om mij tussen die meute te mengen. Neen, geef mij dan maar de kust en ook de omgeving van Damme. Uit dit alles mag je echter niet de verkeerde konklusie trekken dat ik niet van Brugge houd. Ik ben, wat genoemd wordt, een fiere Bruggeling omdat die stad op een historisch verleden mag prat gaan dat velen ons kunnen benijden. Brugge is ook een stad die gegroeid is uit de geschiedenis.” (HD, ‘Luc Peire’, in: Brugsch Handelsblad, Brugge, 06.09.1991).
24 Sint-Kruis was tot voor 1971 een zelfstandige randgemeente van Brugge.
25 David Tabbat in Longhi 2002, pp. xiii, xv. Een hoogtepunt van Piero’s toepassing van formacolore ziet Longhi in het fresco Droom van Constantijn (Arezzo, San Francesco): “the beautiful synthesis of form and color, had never before been seen in our art; nor, most certainly, in any foreign art, either.” (Longhi 2002, p. 39). In Piero in Arezzo (1950) schrijft Longhi het geheim en de essentie van Piero’s kunst toe aan deze synthese: “The secret of Piero’s poetics, in fact, lies in his carefully calculated conjoining of the areas of color corresponding to these forms. He achieves this fusion through a “perspective synthesis”, first developing a group of simple shapes three-dimensionally, and then putting them back up against the two-dimensional picture plane as a “chromatic fagade”.” (Longhi 2002, p. 161).
26 Peire hield van film. “Indien ik geen schilder was, zou ik films maken of architect worden. Film is het expressiemiddel van onze tijd”, verklaart Luc Peire in 1966 aan Ludo Bekkers (Bekkers 1966, p. 1072).
27 Lannoy 2003, p. 25. De oorspronkelijke officiele toegang naar de zaal ligt naast de gelagzaal in de Lippenslaan. Zie grondplan van het Noordzeehotel. De toegang vanuit de Piers de Raveschootlaan kwam er hoogstwaarschijnlijk op initiatief van de toenmalige uitbaters Lucien Loris (1910-1968) en Charlotte D’Haens (1914-2009) die in juni 1947 de bioscoop hadden overgenomen en later aan Luc Peire de wens hadden geuit voor een muurschildering in de gang. (Lannoy 2003, pp. 25, 28).
28 Zie Peire Marc 2016.
29 Bron: stempel op verso van vier foto’s groot formaat ervan en fiche van Jenny en Luc Peire bij de foto’s.
30 Op basis van mondelinge informatie van schilder Willy Desmedt (°25.01.1930) aan Marc Peire op 26.07.2014. Samen met Gilbert Decock bezocht Willy Desmedt Luc Peire ter plaatse tijdens de realisatie van het fresco. Hij herinnerde zich een dame die toen foto’s maakte van het fresco en van Luc Peire aan het werk. De dame maakte geen contact.
31 De steekproeven zijn uitgevoerd op initiatief van de Afdeling ROHM West-Vlaanderen Monumenten & Landschappen (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap). “Er zijn in 2001 inderdaad enkele minimale steekproeven uitgevoerd om de schildering te lokaliseren. Spijtig genoeg kon ze niet gered worden.” (E-mail van Catheline Metdepenninghen (Erfgoedconsulent bouwkundig erfgoed - interieur, Onroerend Erfgoed West-Vlaanderen) aan Marc Peire, vrijdag 12 april 2013 4:15 PM, Subject: RE: Dossier Fresco Luc Peire te Knokke).
32 Boeckaert 1952, p. 99. Dit namaakscherm is geen realisatie van Luc Peire. De idee hiervoor wellicht wel.
33 Fontier 1995, p. 112.
34 Groucho Marx is te zien op een still uit de film Monkey Business (1931) van The Marx Brothers in Keim 1940 (p. 118) (Archief SJLP/LALP).
35 Donald Duck woont op een woonboot. Vandaar het matrozenpak.
36 Bij Jaak Fontier opgegeven als 'de koningin’ (Fontier 1995, p. 112).
37 Luc Peire inspireert zich voor Chaplin op de afbeelding in Keim 1940, p. 97 (Archief SJLP/LALP). Hij brengt de figuur in spiegelbeeld op het fresco over en voegt de wandelstok toe. Op basis van vergelijking lijkt de inspiratiebron (Keim 1940, pp. 81, 99) voor de Disneyfiguren Pluto, Mickey Mouse, Donald Duck en de jongste (kinderlijke) dwerg Dopey (de enige dwerg zonder baard) uit Sneeuwwitje en de zeven dwergen (Snow White and the Seven Dwarfs, 1937) eerder onzeker of althans zeer vrij geinterpreteerd.
38 Informatie hierover verkreeg ik via filmdeskundige Wouter Hessels, docent aan het Departement RITCS (Erasmushogeschool - Brussel), die de beelden analyseerde met medewerking en hulp van deskundigen van Cinematek-Brussel. (E-mail van Wouter Hessels aan Marc Peire, zondag 22 april 2012 23:05, Onderwerp RE: Cinematypen Fresco Luc Peire 1951 / E-mail van Wouter Hessels aan Marc Peire, woensdag 2 mei 2012 13:34, Onderwerp: RE:RE: Cinematypen Fresco Luc Peire 1951).
39 Lucky Luke: Belgische stripreeks (sinds 1946). De serie is bedacht door de Belg Maurice De Bevere (pseudoniem “Morris”), die een filmfan was en zich voor zijn tekenstijl inspireerde op de destijds populaire westerns. Hij documenteerde zich ook via bioscoopaffiches. John Wayne: legendarisch Amerikaans acteur (1907-1979), bekend voor zijn ‘macho'-rollen in westerns en oorlogsfilms.
40 Realisme poetique: Stroming binnen de Franse film in de jaren 1930-1940 waarbij de esthetiek gebaseerd was op het samengaan van realisme (naturalisme) en lyriek. Ze werd vertegenwoordigd door regisseurs als Jean Vigo, Rene Clair, Jean Renoir, Marcel Carne, ... De acteerprestaties van Michel Simon, Jean Gabin, Michele Morgan en Arletty blijven emblematisch voor het genre.
Jean Gabin: Frans filmacteur (1904-1976) die in de jaren ’30 en ’40 zijn imago ontwikkelde: zijn gezicht als cynisch masker van verveling en een sigaretje nonchalant tussen de lippen bungelend.
Arletty (pseudoniem voor Leonie Marie Julie Bathiat) (1898-1992): Franse actrice, zangeres en fotomodel. Speelde onder andere in de film Fric-Frac (1939) met Michel Simon en Fernandel en in Le jour se leve (1939, regisseur Marcel Carne) met Jules Berry en Jean Gabin. Werd in 1945 beroemd door haar rol van Garance in Carnes Les Enfants du paradis. Ze blijft in de herinnering door haar vertolkingen van 'femme fatale’, vamp en prostitue op de Franse scene en set tijdens de jaren ’30 en ’40. Ze was gezegend met de combinatie van charisma, mooie verschijning en indrukwekkend acteervermogen.
41 Rudolph Valentino (1895-1926): Italiaans-Amerikaans filmacteur. Was een van de eerste sekssymbolen en werd later “The Great Lover" genoemd. In een artikel in de Chicago Tribune in 1926 werd Valentino aangevallen wegens het 'vervrouwelijken' van de Amerikaanse man. Hiertegen heeft de acteur fel gereageerd.
Fred Astaire (1899-1987): legendarisch Amerikaans film- en Broadway ballroom danser, zanger en acteur.
Douglas Fairbanks Sr. (1883-1939): Amerikaans acteur, filmproducent en scenarioschrijver. Een van de eerste grote stars uit het tijdperk van de stille film, vooral bekend van rollen in mantel- en degenfilms. Zo was hij onder andere te zien als Zorro (The Mark of Zorro, 1920), D'Artagnan (The Three Musketeers, 1921) en Robin Hood (Robin Hood, 1922). Van Douglas Fairbanks was bekend dat hij zijn stunts zelf uitvoerde.
42 Musical (Frankrijk) uit 1940 met onder andere de Amerikaans-Franse danseres, zangeres en actrice Josephine Baker (19061975).
43 Het verhaal van deze Frans-Duitse filmkomedie uit 1935 speelt zich af in 1616 in Boom tijdens de Spaanse overheersing, ten tijde van de schilder Jan Brueghel de Jonge.
44 Fontier 1995, p. 112.
45 Fontier 1995, p. 111.
46 Fontier 1995, p. 111.
47 Boeckaert 1952, p. 99.
48 Boeckaert 1951.
49 Brief van Luc Peire [Knokke, 05.04.1951] aan auteur Remi Boeckaert (bewaard in het AMVC-Letterenhuis te Antwerpen: P2765, nr. 97.971). De brief begeleidde een drietal tekeningen van Luc Peire waaruit Remi Boeckaert zijn keuze diende te maken voor de cover van de uitgave van de novelle Het kruis en de vrouw (Boeckaert 1951). De covertekening (inkt en lavis) is geregistreerd als IMP 486B in Archief SJLP.
50 Met cynische, spottende ondertoon had Peire al in 1948 Les Amateurs (CR 286) geschilderd. Op dit doek beeldt hij zichzelf af in zijn atelier, als een acteur schilderijen presenterend voor een in volle ernst kunst kiezend burgerlijk echtpaar. Later zal de kunstenaar dit doek vernietigen.
51 Fontier 1995, p. 112.
52 E-mail van Jeroen De Schuyteneer (historicus en stripdeskundige) aan Marc Peire, woensdag 4 april 2012 22:46, Onderwerp: RE: vraagje stripfiguren? Fresco’s Luc Peire 2. Met “De man met de handen in de zakken” wordt bezoeker CB 13 bedoeld.
Herge, pseudoniem voor Georges Prosper Remi (1907-1983): Belgisch striptekenaar, in de eerste plaats bekend als schepper van De avonturen van Kuifje (sinds 1929).
53 Kenmerken van de ‘Klare lijn’: https://nl.wikipedia.org/wiki/Klare_lijn. Inkleuring is (op basis van vermoeden) af te leiden uit de zwart-witfoto’s van de fresco’s in Archief SJLP, en ook uit de onderzoeksresultaten van de bestaande fresco’s Evocatie van Vlaanderen en Zeebrugge ’51 te Sint-Kruis.
54 Het kleuraspect van de omlijningen kan op vermoeden afgeleid worden uit de toepassing van de contourlijnen in de fresco’s Evocatie van Vlaanderen en Zeebrugge ’51.
55 “that is, leaving exposed the bare plaster” (MAETZKE, Anna Maria, ‘The Frescos’, in: Aronberg Lavin, Bertelli, Donati & Maetzke 2009, p. 126). Een uitsparingstechniek die onder andere dikwijls door Piero della Francesca werd toegepast. Luc Peire voorziet de intonaco-pleisterlaag wel met een basiswassing.
