Chez Oscar (1913-1965) - Deel I
Rita Peckelbeen
In oktober 2021 kondigde Tam-Tam, ons lokaal advertentieblad aan dat de familie Van Bockstaele op 21 december verdween uit het restaurant Ten Bos. Nieuwgierigheid en getuigen vinden is genoeg voor mij als Knokse om te achterhalen waarom nog zovelen spreken van Oscars Hul en er een artikel aan te wijden in ons tijdschrift.
In 1904 nam Jules Massart vanop de Blinckaertduin een foto van het landschap van de Zoutepolder. Aan de horizon was nog een ongeschonden duinenrij te zien; op de voorgrond enkele dennen. In 1912 bleef de duin niet onbebouwd. Jules Wassenhove, de in 1905 benoemde bouwmeester van Knokke, ontwierp er een chalet voor Oscar De Langhe. Spijtig genoeg is er in gemeentelijk archief geen spoor van het bouwplan terug te vinden.
Oscar De Langhe werd de eerste uitbater van Chalet du Petit-Bois.

Wie was de eerste uitbater, Oscar De Langhe (1882-1940)?
Nathalie Byl (1888) vertelde in een Dagklapper bij André D’hont dat Oscar De Langhe als beenhouwersknecht alle dagen de bestellingen kwam opnemen in Hotel Littoral, (Lippenslaan 297). Of dat helemaal klopt dat weten we niet, maar het is mogelijk.
Oscar De Langhe werd te Waregem geboren als zoon van beenhouwer Petrus op 22 december 1887. Hij had nog een broer en zussen: Irma, Jerome, Martha en Marie-Louise. Hij werkte als stalmeester op een kasteel voor een gezin uit het Kortrijkse. Oscar leerde in het gezin het kamermeisje Elisa Servaege kennen. In de zomer verhuisde het Kortrijkse gezin met zijn hele hebben en houden naar hun villa in Knokke. Oscar zag hier welke mogelijkheden in de jonge badstad weggelegd waren voor hardwerkende, ambitieuze ondernemende jonge mensen . Hij werd als het ware betoverd door Knokke, maar ook verliefd op Elisa.
Hij huwde op 10 februari 1904 Elisa Servaege (Harelbeke, 31/08/1877-Knocke, 13/10/1917) te Moeskroen. Het liefdesverhaal van Oscar en Elisa werd uitgebreid met vijf kinderen: Antoinette (Moeskroen, 22/11/1904-1974), Marguerite (Gent, 03/11/1906 – ?), Maurice (Gent, 24/11/1907 – ?) en Michel (Waregem, 21/01/1910 – ?). Na hun inschrijving in de Knokse bevolkingsregisters op 10 juni 1911 op Zoute 46 werd Henri als enige Knokkenaar geboren op 3 december 1912. Bij hun inschrijving in Knokke was Oscar vermeld als slachtersknecht. Oscar en Elisa hadden genoeg centen gespaard om in 1912 op de hoge duin een chalet te laten bouwen.
Blijkbaar sloeg Oscar later het aanbod van Maurice Lippens af om zijn chalet te verkopen. Dochter Suzanne en schoonzoon Léon Lippens bouwden later op een andere hoge duin Den Hul.
Het gezin van Oscar De Langhe en Elvira Servaege in 1913: v.l.n.r Marguerite, Martha en zoontje Andre Steenbrugge, tante Marie met Michel, Oscar met baby Henri, Antoinette, Maurice met hondje naast zijn moeder Elise.
Het bleef in de volksmond lang Chez Oscar, een tea-room met op de kaart vooral wafels, kramiek en
boerenbrood. Andere getuigenissen in de Dagklappers kwamen van Louis Viaene (1894) en Marie Bassens
(1890). Marie vertelde het volgende:
Tijdens de oorlog moesten de vrouwen in het bos om hout te hakken voor het strand. Daar waren ook die
kanonstanden waar ‘t water diende uit verwijderd te worden. Bij Oscar De Langhe op de hul was een
orgel. Als we die eens hoorden spelen, lieten we ons werk in de steek en we trokken er heen om te dansen,
een hele dag. We dansten op onze kloeffen. Tot de Duitse schacht ons vond en razend afkwam.
Kleindochter Evelyn Strobbe (1930) bevestigde dat er in die tijd een orgel stond bij Chez Oscar.
Soms was er meer dan een orgel. Louis Viaene (Schees) speelde net als Frans Byl accordeon. Samen met Constant Byl (trommel) en Gustaaf Savels (trompet) speelden ze muziek bij Oscar op de hul verderop de Keunedreef en daar werd ook gedanst. “We lieten het wel niet altijd, of dikwijls, aan ons hart komen” getuigde Louis Viaene. Mogelijk dat zij ook voor animatie zorgden in de nacht van 9 op 10 juni. In het 'Liber Memoriales' van de Sint Margaretaparochie las Jozef Bonte (1936):
In de nacht van 9 op 10 juni 1918 werd bij Oscar De Langhe in het bos een nachtelijk feest georganiseerd.
Vijftien Duitsers en een aantal Belgen namen deel aan dit feest dat overvloedig met champagne en andere wijnen werd overgoten. De parochianen die van de vroegmis kwamen werden met de dronken feestelingen geconfronteerd.
Tijdens WOI werd Oscar opgeroepen, maar kon tamelijk vlug huiswaarts keren. Elisa had astma en stierf bij een aanval op 13 oktober 1917. De kinderen verhuisden korte tijd naar Gent (Lentelaan 48) vermoedelijk bij de ongehuwde tante Marie Louisa Zoë De Langhe (Waregem, 03/01/1887- ?). Tante Marie kwam met de kinderen terug naar Knokke en ontfermde zich over de jonge kinderen en Chez Oscar.
Tot ze bij haar broer Oscar aandrong op een tweede huwelijk. “Je bent een eerste maal gehuwd uit liefde. Sluit nu een tweede huwelijk voor de kinderen” was haar verzoek. Oudste dochter Antoinette had zich ondertussen samen met tante Marie ontfermd over broers en zussen en achtte een nieuw huwelijk overbodig. Maar toch Martha Steenbrugge-De Langhe had een ongehuwde schoonzus Elvira die aan Oscar werd gekoppeld. Oscar sloot een verstandshuwelijk met Elvira op 19 november 1919. Het tweede huwelijk met kleermaakster Elvira Steenbrugge (Gent, 14/03/1881) bleef kinderloos.
Oscar en Elvira op hun huwelijksdag
Oscar met zijn schutterstrofee
Op 26 juni 1919 was Oscar als gasthofhouder ingeschreven te Knokke Zoutedreef 40 (later Zoutelaan 64). Na de Eerste Wereldoorlog was er nog altijd sprake van Chez Oscar. In De Knokse verenigingen, Cnocke Is Hier/1978 lezen we dat bij het huwelijk van Maria Slabbinck en Frans (Sissen) Lierman op 13 december 1922 er een groot feest bij Oscar De Langhe op de hul was. De fanfare De Duinenzonen was er uitgenodigd en ze vergezelden met 40 leden de jonge trouwers naar de ouderlijke hofstee. Na het blazen van de Brabançonne keerden ze terug naar Oscars voor het verdere feestmaal. Levensgenieter Oscar werd blijkbaar betrokken met het plaatselijke verenigingsleven!
In de winterperiode (de toeristen bleven dan weg uit Knokke) organiseerde hij ook schietingen op de staande wip. Hij deed dit samen met boeren en nam hen wel eens mee nar Gent omdat ze normaal niet buiten hun werk- en leefwereld kwamen. Hij was ten andere ook schutter.
Toen tante Marie haar taak bij haar broer als afgesloten beschouwde, keerde zij op 28 november 1923 terug naar Gent, Zandstraat 189. Marie (die ongehuwd bleef) had er een zaak. Aan weerszijden van de winkeldeur twee etalages: een gevuld met sterke drank, de andere met nepjuwelen. Zij kocht later een appartement in Heist. Wanneer ze er verbleef deed ze dagelijks een wandeling naar Chez Oscar.
Henri Delanghe met Bertha Maene en dochter Antoinette.
Marguerite De Langhe methaar dochter Eveline Strobbe.
Het chalet
Talrijke prentbriefkaarten werden bewaard met herinneringen aan Au châlet du bois Chez Oscar, Sentier chez Oscar, En ballade chez Oscar, Le Zoute Pittoresque met zicht op de zandweg naar den hogen hul van Oscar.
Naast Franstalige ook Duitstalige vermeldingen als Im Waldidyl bei Oscar. Prachtvollste aussicht van Knocke Zoute auf dunen, holländische Landschaft & meer. Café cramique, gaufres. Deutsche&Belgische bierre geven duidelijk blijk van een Duits cliënteel voor WOI.
Oscar was ondernemend maar ook een vooruitziend man. In de kelder stond een generator om elektriciteit op te wekken. Hij had al tamelijk vroeg een telefoon, nummer 31. Bereikbaar zijn en bestellingen doen werd zo veel makkelijker.In de zomer werden op de eerste verdieping ook kamers verhuurd.
Dochter Marguerite werd in de winter ‘nanny’ bij het gezin uit Brussel dat hier in de zomer was. De dame was Engelstalig en zo kreeg Marguerite de kans om Engels te leren. Marguerite vertelde haar dochters dat ze zich in het begin afvroeg wat mevrouw bedoelde met “Tatildoe”(That will do).

Chez Oscar marcheerde heel goed en er werd bijgebouwd. In het bijgebouw (los van het hoofdgebouw) was de wasserij. Naast de familieleden die in de zaak meewerkten waren in de zomer altijd een vijftal meisjes uit het binnenland tewerkgesteld. Boven de wasserij waren een vijftal eenvoudig ingerichte kamers voor als zomerverblijf. Eveline herinnert zich dat een van de meisjes ook Oscars voeten verzorgde. Zoon Henri De Langhe bleef na zijn huwelijk in 1936 met Bertha Maene nog een tijdje bij vader inwonen. Zijn in 1937 geboren dochter Antoinette herinnert zich de commodes uit de inboedel van Chez Oscar, die bij hen thuis in de
Smedenstraat later een plaats kregen.
Tea-room (1912-1941)
Chez Oscar was enkel in de namiddag open en alle bezoekers waren opgekleed: mannen in kostuum, vaak met wit hemd en das, dames nooit zonder hoed. Naast veel Frans werd er ook veel dialect gesproken. Als het terras vol zat passeerde een Italiaanse zanger met gitaar om nadien bij de klanten een kleine bijdrage te vragen. “Funiculi, funicula, les gens de Siska” zong hij op zekere dag en was zich onmiddellijk bewust van zijn vergissing. Hij droop af zonder de normale rondgang bij de klanten. Antoinette en Marguerite hebben daar jaren later nog hartelijk om gelachen. Of het om Troubadour gaat, die zowel in de strip Spoken in het Zwin als in een artikel van Danny Lannoy in ons tijdschrift 1986/23b opdook, weten we niet.
Enkele personeelsleden op de gevoelige plaat
Oscar was een heel goede kok zo vertelde ons Evelyn. Een haasje gevangen? Hij wist precies hoe dit te behandelen bij het rijpingsproces. Waarschijnlijk nog een gevolg van de doorgegeven ouderlijke kennis en de dienstjaren bij welstellende gezinnen. Maar Chez Oscar bleef altijd tearoom.
Rosalia Vanderkruys, moeder van Elvira (werd erg gewaardeerd door Oscar) zat in het torentje op uitkijk. “Zijn jullie klaar, want de eerste klanten komen aan” riep ze. Het was ook zij die de boterbolletjes rolde en haar steentje zo bij droeg. Alle kinderen De Langhe hadden een taak in de tearoom Chez Oscar. De meisjes werden dienster, Henri wafelbakker en Michel moest het terras vegen en net houden.
Op het terras stonden achter veel lange tafels nog zitbanken. Sloeber Michel legde zich horizontaal op de banken en “verdween” zo uit het zicht van de roepende zus of vader. Hij leerde nichtje Evelyn ook liedjes zingen met “aangepaste” teksten die haar moeder Marguerite in verlegenheid brachten. Evelyn zingt nu nog Sinterklaai, de erpelgaai, z’n koeken zin taooi…..
Louis Van Landschoot, de echtgenoot van Antoinette (tante Netta) was timmerman maar vooral een zeer handige man van veel talenten. Uit een blok hout heeft hij het roze varken geklopt dat bij Chez Oscar als schommel werd geïnstalleerd. Het roze varken werd legendarisch: elk kind moest daar eens op geschommeld hebben. Jozef Bonte (1936) herinnert zich “Oscars Nul” van zijn kindertijd, waar hij nog voor de Tweede Wereldoorlog met mama Julma Maertens een wafel ging eten. De grote toekter (schommel) in de vorm van een groot roos gekleurd varken is hem bijgebleven. Het logge ding ging wel niet zo hoog, maar voor de kinderen was het de attractie van Oscars. De zondagse wandeling van Adolphe en Marguerite Strobbe-De Langhe met hun kinderen Evelyn en Elise ging altijd richting Chez Oscar. Ook deze meisjes moesten toen absoluut schommelen.
Evelyne op het varkentje met Louis Van Landschoot, links Adolphe Strobbe, rechts Michel De Langh
Oscar was ongelukkig in zijn tweede huwelijk. Hoewel zij als stiefmoeder heel goed voor de kinderen was, won ze hun harten niet (volgens een van onze getuigen noemden ze haar soms Mère Boubou). Elvira was te verschillend van hun moeder Elisa. Kleindochter Evelyn Strobbe (1930) herinnert zich haar als de vrouw met een dot waaruit altijd een sliert haar los hing en die altijd een zwarte schort droeg. Elvira maakte op haar een eerder onverzorgde indruk en dat van een halve non. Kleindochter Antoinette heeft helemaal geen slechte herinneringen aan haar en zij was dol op haar stiefgrootmoeder Rosalia.
Oscar ging graag iets drinken bij Steffe in het café Wellust in de Lippenslaan (naast Hotel Boudewijn). Het café werd gesloopt om de Boudewijnlaan aan te leggen. Stefanie Janssens trok met echtgenoot Achiel Strobbe naar het Alfred Verweeplein om daar café Wellust open te houden.
Oscar durfde wel eens een pintje te veel drinken. Op zekere dag kwam Oscar zingend naar huis met een verhaal.
“Weet je wat Steffe nu gedaan heeft? Ze heeft haar haren kortgeknipt. Ewel, jullie mogen dat ook doen”. ‘s Avonds rond 20u trokken dochters Antoinette en Marguerite nog naar de kapper om hun haren kort te knippen, want ze wisten dat als vader terug nuchter was hij zijn toestemming hiervoor zou weigeren. ‘s Anderendaags hadden de meisjes al spijt van hun impulsieve actie.
Moeder Bertha Maene zei altijd dat het niet moeilijk was dat Netta (Knokke,1937) graag een pint lustte. Haar grootvader had het haar immers geleerd. Oscar doopte de fopspeen van de inwonende kleindochter Antoinette in bier en een van de eerste woorden die zij uitsprak was teusje. Ze kwam bij haar grootvader achter de bar iets te drinken te vragen.
Het einde van Chez Oscar maar niet van Oscars Hul
Oscar had een slechte bloedsomloop en was ziekelijk zodat in 1940 bij het begin van de Tweede Wereldoorlog het gezin Strobbe-De Langhe introk op Chez Oscar. Vluchtende kennissen uit het binnenland trokken tijdelijk in hun woning in de Zoutelaan 31a.
De negenjarige Evelyn zag hoe haar grootvader stilletjes aan de achterdeur weende toen de jonge Duitsers met ontblote bovenlijven Heili, Heillo zingend in de Blinckaertlaan voorbij marcheerden. Volgens haar leed Oscar heel veel pijn leed en is hij thuis is overleden op 6 november 1940. Haar moeder Marguerite had veel verdriet na zijn overlijden. Ze was meteen ook haar thuis voorgoed kwijt, Chez Oscar stond een tijd leeg, werd verwaarloosd, en na de oorlog volgden er geen bezoeken meer voor de kinderen Strobbe.
Elvira Steenbrugge keerde al op 3 oktober 1941 terug naar Gent, Vrouwenstraat 134. Volgens Antoinette De Langhe had de familie geen contact meer met haar. In 2011 werd Antoinette door uitbaatster Caroline Vanneste bij de rouwmaaltijd van haar moeder Bertha Maene gewezen op een afstammeling Steenbrugge die toevallig ook aanwezig was in Ten Bos. In het gesprek vernam Antoinette het verdere (triestige) verhaal van Elvira.
Het restaurant werd in 1942 verkocht aan August Bockaert-Laura Mortier. Laura had haar sporen in de horeca in Knokke en Brugge verdiend. Strategisch gelegen op de hoogste duin van Knokke was het in de oorlogstijd een mogelijk strategische uitkijkpost. ie had er nog altijd een fantastisch uitzicht op de omgeving, de zee en de duinen. Van appartementen op de Zeedijk was nog geen sprake. Tijdens de bevrijdingsdagen was het tea-room ernstig beschadigd door intense beschietingen. Na de bevrijding ging Jozef Bonte met de buurjongens spelen in het Sparrenbos rond Chez Oscar. Uiteraard gingen de jongens op speurtocht in het in puin liggende gebouw. Via een grote opening konden ze in de kelder kruipen. Ver kon dat evenwel niet omdat die gedeeltelijk onder water stond.
Chez Oscar bleef een ruïne tot het in 1948 volledig werd gesloopt. In opdracht van bouwheer Bockaert werd in 1952 een nieuwbouw ontworpen door architecten Charles en Gerald Hoge (plan 5189 in het gemeentelijk archief). Het gebouw zoals we het anno 2022 nog kennen was klaar en in 1954. Het behield de naam Chez Oscar.
In 1965 werd de zaak uitgebaat door de familie Andreas Heyman (ouders van wijlen schepen Georges Heyman). Uit het toenmalige stadsplan blijkt hoeveel bos er dan nog is. De familie Heyman startte naast tearoom ook een restaurant en wijzigde Chez Oscar in het toepasselijke Ten Bos. In 1969 werd de zaak overgenomen door Fernand Van Bockstaele en Denise Mabesoone. Dit verhaal krijgt u in een volgend tijdschrift.
Zijn er nog nazaten van Oscar De Langhe in Knokke?
Oscar zijn afstammelingen én naam zijn in Knokke-Heist zeker niet uitgestorven. Oscar en zijn eerste vrouw Elisa Servaege kregen vijf kinderen.
Antoinette (Moeskroen, 22/11/1904-1974) was naaister en huwde op 15 september 1928 timmerman Louis Van Landschoot (1904-1981). Zij gingen in de Zoutedreef 24 wonen. Oscar De Langhe (1882-1940) werd samen met zijn dochter Antoinette en haar echtgenoot Louis Van Landschoot begraven. Antoinette werd door de familie aangesproken als Netta. Tante Netta en haar echtgenoot Louis Van Landschoot (1904-1981) hadden hun zoontje Jacques (Brugge, 11/02/1934-16/02/1934) kort na de geboorte verloren en bleven kinderloos.
Tante Netta was wel moederlijk voor iedereen. Bij haar was iedereen welkom, ze bood iedereen een luisterend oor, stond troostend klaar als het nodig was of gaf wijze raad. Ook aan haar neven en nichtjes. Netta en Louis woonden in het Amerikapad recht tegenover zijn vader Co Landschoot die in 1929 zijn echtgenote Rosalia was verloren. Zijn dochter Sylvie en haar echtgenoot Joseph Janssens woonden bij vader in.
Vrij en Blij’, Diksmuidestraat
Marguerite Josephine (Gent, 03/11/1906-?) huwde op 17 december 1929 schilder Adolphe Stefaan Strobbe (Zeebrugge, 09/11/1906). Zij gingen eerst wonen Zoutedreef 19, later in de Diksmuidestraat 5 in de villa Vrij en Blij, naar de leuze van Adolphe. Anno 2022 getuigt de glazen voordeur van de woning nog van deze leuze.
Adolphe was schilder-behanger en samen met zijn echtgenote baatten zij een tapisseriewinkel in de Zoutelaan Ze kregen drie dochters Evelyn Maria (Knocke a/zee, 16/09/1930),
Elise Raymonde Maria (Brugge, 01/05/1932) en Myriam Rita Diane Eveline (Brugge, 20/05/1945). Als oudste kleindochter werd Evelyn het keppekindje van grootvader Oscar. . -
Evelyn stond haar moeder lange tijd bij in de winkel en huwde op 4 april 1952 Paul Daled, leraar aan het Koninklijk Atheneum in Oostende,waar ze gingen wonen. Elise werd regentes en huwde op 4 september
1958 Jozef Sevens en volgde haar echtgenoot naar zijn geboortestad Lommel. Jongste dochter Myriam huwde op 27 september 1966
iacques De Groote en ging wonen in de Zoutelaan, 45. Het koppel kreeg 2 zonen Serge (Knokke, 10/03/1967) en Amaury (Knokke, 17/02/1970).
Maurice Hiëronymus (Gent, 24/11/1907-?) huwde op 4 februari 1933 Laura Waeghe (Knokke, 28/01/1912). Het echtpaar baatte in de Sparrendreef 26 een beenhouwerij uit. Samen hadden ze drie dochters en een zoon: Nicole Leontine (Brugge, 11/04/1934),
Jeannine Elisa Elvira (Brugge, 11/11/1938), Marguerite Anna Marie Antoinette (Knokke, 25/11/1942) en Daniel Gustaaf (Knokke, 20/08/1948).
Michel Achiel (Waregem, 21/01/1910 — ?) huwde op 3 mei 1933 Judith Marie Doosche (Knocke a/zee,17/01/1912). Zij woonden in de Lippenslaan 102 waar Michel zijn horlogezaak uitbaatte. Hun zoon Roger Oscar
werd geboren te Brugge op 17/01/1934. Hun dochter Micheline te Knokke op 22/11/1944.
Henri Cornelis (Knocke, 03/12/1912-1971/2?) was de enige van de kinderen die in Knokke werd geboren. Hij huwde Bertha Laura Maene (Zerkegem, 21/08/1912-) te Roksem op 13 mei 1936. Na hun huwelijk woonden ze in Chez Oscar, Zoutelaan 64. Hij was in de zomer de wafelbakker en in de winter hielp hij zijn broer Maurice in de beenhouwerij in de Sparrendreef. In 1945 begon het echtpaar zelf een beenhouwerij in de Smedenstraat 34.
Henri en Bertha hadden een dochter Antoinette Elisa Pauline (Brugge, 05/10/1937) en een zoon Oscar Henri (Brugge, 18/08/1946). Antoinette (Netta) herinnerde zich dat zij als kind zag hoe de Duitsers de grachten
aanlegden en dan de dikke muur bouwden om de Zeedijk af te sluiten. Uit onderzoek blijkt dat zij op 16 september 1940 werden ingeschreven in de Zeewindstraat 7 ging (waar nu de fietsenverhuur is). Later kocht Henri een huis in de Smedenstraat 26 waar het gezin op 28 december 1944 werd ingeschreven. Hij baatte er zijn beenhouwerij uit.
Antoinette huwde Etienne Vlaeminck (Knokke, 1933-Knokke-Heist, 2013) en kreeg 2 zonen. Broer Oscar huwde Odette Lamote en werd uitbater van Traiteur La Toscane. Hij heeft 4 zonen: Frank Henri Albert (Knokke,13/06/1966), Marc Albert Henri brandweerman (Knokke, 14/06/1967), Reno Peter (Knokke, 11/11/1968) en John Valère Etienne (Knokke, 27/07/1970).
Dank
Wij willen Jozef Bonte (1936) danken voor zijn getuigenis, archivaris Roland Schils voor zijn hulp, maar zonder de gesprekken , foto’s en inbreng van Antoinette De Langhe (1937), Evelyn Strobbe (1930), Elise Strobbe (1932) en Myriam Strobbe (1945) zou dit stuk geschiedenis nooit geschreven zijn. Waarvoor onze oprechte dank aan de kleindochters van Oscar De Langhe.
Bibliografie
André D’hont, boek, Dagkiapper uit Knokke deel 2 1976, p. 72, p. 82 en p. 139.
André D’hont, boek, Cnoc Is Ier jaarboek 1978, De Knokse verenigingen, deel 1 p. 26.
Danny Lannoy, boek, Het Knokke van toen, 1985, p.102.
Danny Lannoy, artikel, Strips van Roberten Bertrand, Cnocke Is Hier, 1986/23.
Jacques Maertens/Danny Goetgebeur, foto’s, Knokke Vroeger en nu IV, Cnocke Is Hier, 2014/51b p 34-40.
Willy Vandersteen, strip Robert en Bertrand, Spoken in het Zwin.
Gemeentelijk archief, Bevolkingsregister 1910-1920, boek 1 pg 102 - register 1920-1930, boek 7 pg 1252 en boek 10 pg 1923 en boek 11 pg 2358 — register 1930-1947, boek 3 pg 341, boek 7 pg 980 en 1014 en boek 8 pg 1090 en pg 1122 — register 1947-1960 boek 40 pg 5890, boek 45pg 6649 - 1961-1970 boek 31 pg 4543 (i.v.m. families De Langhe, Strobbe en Van Landschoot).
Gemeentelijk archief, Bevolkingsregister 1931-1947, boek 24 pg 3490 en boek 4 pg 571 (i.v.m. Bockaert-Mortier)
www. Recollectinglandscapes.be, foto’s, Massart, Charlier, Kempenaers,Michiel De Cleene.

