Het mysterie rond Jozef Fibiger (1923-2004) opgelost
Rita Peckelbeen
Frederik Van Hulle, zoon van Geert (oud-politiecommissaris in Brugge) maakt in het academiejaar 2001-2002 aan de RUG Nieuwste Geschiedenis zijn eindwerk Blankenberge, een Vlaamse kuststad in de Tweede Wereldoorlog - een prosopografische analyse van het verzet (Promotor Bruno Dewever). Tijdens zijn opzoekingen wordt zijn interesse gewekt door een verhaal over een vreemde vondst. Eind jaren 90/begin 2000 is het dak van het huidig danscafe Metro (Kerkstraat 157 te Blankenberge) vernieuwd. Tussen gebinten onder de oude dakpannen zitten een soldijboekje en militaire kentekenplaatjes. Frederik zijn interesse is gewekt en de familie Van Hulle komt in het bezit van een Soldbuch (soldijboekje) en de militaire kentekenplaatjes op naam van Jozef Fibiger. Spijtig genoeg vinden noch zoon noch vader Van Hulle enige aanknopingspunten met de Blankenbergse oorlogsgeschiedenis. Tot Geert per toeval zijn beroepsmatige Knokke-Heistse kennis Guy Erbo aanspreekt.
Het bewuste soldijboekje en militaire kenteken

Een speurtocht
Guy heeft interesse voor de plaatselijke geschiedenis. Hij herinnert zich de naam Fibiger van foto's over de bevrijdingsdagen in Knokke in Cnoc Is ier (1990/27). Hij doet navraag bij kennissen en/of heemkundigen. Zij bevestigen dat Jozef Fibiger tijdens de bevrijdingsdagen in Knokke was. Claire Ziegler, weduwe Andre D'hont, vertelt Guy dat de foto's in het artikel Jean Morel over 1 november 1944 (Cnoc Is Ier 1990/27) in het bezit zijn van Omer De Groote (1925-2013) (Elektro De Groote Lippenslaan, later Standaard Boekhandel, nu afgebroken).
Omer De Groote toont Guy de foto van een decoratie plechtigheid in oktober 1945 in Knokke. Bij die gelegenheid worden o.m. Anton Borek en Jozef Fibiger onderscheiden door Burgemeester Deckers. Omer geeft hem een viertal kopieen van foto's waar beide Polen te zien zijn in gezelschap van mensen uit het Geheim Leger (o.m. Jean Morel) in de villa Etoile du Berger. Spijtig genoeg zijn deze originele foto's nu verdwenen. Gelukkig kreeg Guy wel een portretfoto van Jozef met aan de achterkant Poolse vermeldingen en de datum 2 oktober 1945. De foto's werden ooit afgeleverd door Studio Wildemeersch.
Anton Borek en Jozef Fibiger op het Verweeplein na de vereremerking.
Verzetsgroep van Jean Morel in de villa Etoile du Berger; Fibiger vooraan met pet en armband.
Guy wil de documenten aan J ozef (of z ijn familieleden mocht hij o\/erle den zij n) terugb ezorgen. Ma ar het wordt een niet aflatende jarenlange zoek- en ontdekkingstocht die doorkruist wordt door het beroeps- en gezinsleven.
OpzoeFmgen in binnen- en buitenlandse rrcUieven leveren nu en dan een nieuw kpennopingspunt. Tal \/an al dan niet toevallige dntmoetinneln leiden tot weer nieuwe feitjes, nieuwe aanspreekpunten, documenten, vaak vracUteloos delefoon- en mnilverkeer, ide ee n,..^ On een bepaald ogen b»lik wo rdt het wel duiFal ij'k dat Jozef of zijn nazaten niet leven in Belgie, Engeland of Duitsland. Toch moet Jozef ergens sporen nagelaten hebben.
In evlen dan maar? Viet de hulp van een Knoks-Poolse familie (wat later uit evokl<e-l-leist vertrokken) worden erieven geschreven en een contactpersoon ia de h^er Kazimierz Ol^jniczak gevonden. Het eersta lintact met een afstammeling Fibiger komt met Stanislaw Fibmgier. Die vertelF een neef van Jozef te zijn,, die na zijn terugkeer in Polen gevangenwerd genomen en in een werkkamp opnusloten. Bij zfjn vrijlating wam hij dysisch en UzycUiscU gebroken. Begin aarem 2000 verbleef hij in men psynUidtriscUe inr^telling voor beiddrde mannen. Daar de udu liet contact op, ondgnks alle verdere ondernomen pogingen. Nit blij'k^t zijn nemf Stanislaw directeur vac fie muziekschool in oal isz te eijn geweest. Vermoedelijk was het voor Stanislaw ongemakkelijk om de moeilijke familiegeschiedenis op te rakelen.
Pas in 2021 komi een eind aae tiet mysterie Fibiger. Gden losse eindjes nzeerl We Eunnen een gezicht, een earn enUdnnerd verhaal en gdbestddn den koppelen aan de vaorwe rpen eevonden in Blankenberge. Hi eronUei een pof^inig tot reconstructie van een triest levensverUdnl van een Poolse man die in 1944 hulp bood aan het Geheim Leger in Knokke. Het Ftr Freedtm Museum in Ramskapelle heeft er een verhaal bij.
Jozef Fibiger een Pool in het Duitse leger
De familie Fibiger verhuisde in 1848 van 0ostenrijk naar Polen om daar gronden te ontginnen. De volgende generaties bleken sucufsvoI en lareidden hun gazit uit. De erootvpd er an vader va n J ozef waeen we l stellende |dndeinendreg/ere-boeies geworden. Jozef werd geboren |n hiet gezin ean Antoni en Rozalia op 17 december 1923 in Nedaegzew, Kreia Kiel isz (Centraal Po|en). In het nazin waren er zes kinc|eren: Alfred, Jozef, Alfreda, Antoni,Weronika en Jan.
Na de Duitse inval in september 1939 in Polen kreeg de welstellende familie (zoals vele anderen) de keuze: Nools blijven en in beslagname van hun bezittingen of Volksduitser worden met lie houd van voonouderlijke bezittmnen. De familie Fibindp maakte de nweede keuze.
De broers Alfred en Jozef werden zo verplicht dienst te nemen in het Duitse leger. Alfred werd gestationeerd in Noorwegen1 .if 1944 moest hij een tavge eh baere voettocht door sngeuw eg i_js ondememeo naar Pommeren nip daar de oorlog verder te zetten. Hij werd gevangengenomen en overleefde de oorlog.
Wat Jozef b otreft i s h^t roCboekje een gdtuige. Op ^ september 19-42 trad Jo oef toe tot 2 Infanterie Ersatz EJatl 21 (= gpleiding)1 Op 30 j'uni /Lg4n maakte hij deel uit van het 25e Armee Z^e (trenddidj Regiment Bdderdeel van de 712e infanterie [Divisi3. Op 1 maart 1944 volgde er binnen het 732e Grenadier Regiment nog eao interne mutatie.
in h/t gem eentelijk archief vonden we een verslag omtrent de Werking van het Geheim Leger Schuilttrd Kntcke a/zee vanaf a'lnde 1940 118 ntvember ag44 van O/luitenant Pie rre Cremers. Beg i n :1.944 waren er hier 1e brigades met elk 10 tot °7 personen. We lezen er ook h^t volgend e:
In h^ begin van het jaar wtrdt or vtntact gemaakt met Polm die verplicht in het Duitsche leger ingelijfd zijn, wij bent^nn ee mtgelijkheid zich te trganiseren en bij eventiuele landing de Duitschers de dtlkstoot te bezo^en. Zij bezorgen ons handgraeaten nn munitie, wij van enze iianti zorgen ervoor dat plaatoen gereed komen om hon bij een eventuete vlucht nit het: Duiteche leger te helpen. Omstaeeos juli 1944 moek hun leider die ontdekt woe en voor hoogverraad ter deod veroordieeld was, vluchten, wij neme9 hem op eu organiseren verder met hnm den wekrstand tegen de Wehrmacht. Op eindu auijnstus vertirekt de hier 3 jaag ekrbljjvende 712 ief.Dv en vertonen z'tch de eerste teekens van ineenstarting der Wehrmache Wij werfan met man en macht om goede Polen uit hde mngen weg te roepen, wapens te bemaahtigen enz...
Het terugtrekkende Duitse leger bewoog zich richting Vlissingen. Maakte de dan 20-jarige Jozef Fibiger gebruik van de terugtrekkende Duitsers om te deserteren in Blankenberge? Een feit is wel dat hij als vermist werd opgegeven op 7 september 1944 bij de 9e Kompagnie Grenadiers in Berchem bij Antwerpen. In de chaos kwamen de Duitsers daar pas tot de vaststelling dat Jozef ontbrak bij hun troepen.
Samen met andere landgenoten in Knokke tijdens de bevrijdingsdagen
Wisten de Duitsers veel dat op datzelfde moment een aantal ondergedoken Polen het Knokse Geheim Leger en in de kelders van villa Valencia (Albertlaan/Vlaams Pad) verbleven. Op 31 augustus 1944 was Fibiger al uit Blankenberge weg en via Zeebrugge in Knokke bij het Geheim Leger gekomen. Onder de Polen ook de legendarische Anton Borek, ooit gekazerneerd aan de Lekkerbek, door de Duitsers ter dood veroordeeld maar hij kon vluchten op 21 augustus. Of de ondergedoken Polen elkaar op een of andere manier kenden weten we niet. Fibiger en Borek werden opgevangen door Jean Morel in de Etoile du Berger (Albertlaan, 71). In zijn boek vertelde Jean Morel dat de Fibiger en Borek elkaar in de armen vielen toen zij mekaar daar op 31 augustus zagen.
Op 9 september 1944 werd Zeebrugge Mole al bevrijd. Het gebied tot aan het oude sas bleef evenwel een niemandsland tot begin november. Zowel Duitsers als geallieerden en verzetsmensen voerden daar 's nachts regelmatig incursies (= aanvallen) uit.
Tussen 10 en 12 september werd er door de Canadezen succesvol slag geleverd bij Moerbrugge maar de aanval aan 't Molentje-Moerkerke mislukte op 13-14 september. Pas op 9 oktober landden geallieerden in Hoofdplaat en konden ze Knokke en Westkapelle bevrijden op 1 november. Heist en Ramskapelle volgden op 2 november en Zeebrugge Sas en dorp op 3 november 1944. De bevrijders worden sinds 1974 begin november herdacht in de 33 km lange Canadese Bevrijdingsmars van Hoofdplaat naar Knokke.
In de bevrijdingsperiode was Fibiger belast met het onderhoud van het wapentuig van het Geheim Leger. Hij heeft sabotagedaden gepleegd op de Rommelasperges in de golfterreinen. Hij nam deel (samen met de andere Polen) aan de aanval op de postcentralebunker in de Pierslaan. Mogelijk was hij er ook bij toen de Poolse Brigade Borek samen met leden van het Geheim Leger een aanval uitvoerde op 4 kanonnen in de golfterreinen. Hij was ook bewaker van de Duitse krijgsgevangenen.
De bevrijdingsgeschiedenis van Knokke en omstreken zijn uitvoerig beschreven en gedocumenteerd in uitgaven van Cnocke Is Hier en boeken van o.m. Karel Aernoudts, Constant Devroe, Danny Lannoy, Jean Morel en Roger Morre. Over de bevrijdingsdag zelf toch nog deze passages.
...Het Geheim Leger was reeds te 7 u. op het stadhuis. Alles werd ondernomen om rechtstreeks met de Canadezen in kontakt te komen. Met Gaston De Saedeleer zou het kommandant Cremers lukken rond 8 u., bij het waterkasteel. Jean Morel ruimde met Anton Borek en zijn Poolse groep afweerkanonnen in de golf op. ...
..Het was 10u15 op die 1 november 1944 als schepen Jules Rotsaert in de "Etoile du Berger" van Morel kwam. Hij vroeg zo vlug mogelijk komaf te maken met de telefoonpost ter Pierslaan. Men had nog maar pas de Duitse weerstand in de aanpalende golf opgeruimd. Drie Polen waren, samen met de Canadese verkenner Harry Adams, vertrokken om de 22 krijgsgevangenen naar de Geallieerde lijn te voeren...
..We waren maar met zes, Anton Borek, vier Polen en ik, om de schepen te volgen langs de Albertlaan. Bij het postgebouw dienden alle nieuwsgierigen de Mommenstraat in gestuurd te worden. De grote bunker stond een vijftigtal meter verder. Er werd niet getalmd. Plat tegen de grond vonden Borek en Morel hun weg naar de betonnen burcht, terwijl de vier anderen hen dekten. Allen met de bajonet op het geweer, handgranaten klaar.
Het Geheim Leger van commandant Cremers gaf op diezelfde dag te 13 u. het bevel het Binnenhof te veroveren, om de bevrijding van Knokke als voltooid te kunnen beschouwen. Het werd andermaal een kluif voor Morel, Borek en de Polen. Ze waren nu met elf, goed bewapend, ook met meer Duitse handgranaten. Ze trokken vanaf de Albertlaan door het Vlaams Pad, verzekerden er zich van dat ze nergens uit villa's vijanden in de rug zouden krijgen, en kwamen in de Elizabetlaan. Tot de ingang van het Binnenhof. Het was eens een gezellige buurt buiten het verkeer. Nu een versterkte vesting, binnen de pinnetjesdraad de mijnen goed zichtbaar.
De Poolse tekst op de achterkant van een foto met Fibiger verwees naar Brussel. Het nu nog bestaande Hotel Siru op het Rogierplein was herkenbaar in de achtergrond. De foto bewijst dat hij na de bevrijding in onze hoofdstad Brussel was.
Op 7 november 1944 vertrok Fibiger samen met de andere Polen richting Engeland/Schotland naar het Vrij Poolse Leger. In het zakboekje van het Poolse communistische leger dat hem in 1950 wordt afgeleverd, worden zijn antecedenten weergegeven. Hieruit blijkt dat hij op 21 december 1944 deel uitmaakte van de 1e Poolse Pantserdivisie in Schotland waar hij een cursus tot chauffeur volgde. Na die opleiding werd hij in maart 1945 overgebracht naar het Nederlands oorlogsfront als motorrijder. In mei 1945 werd hij motorrijder estafette bij de stafdivisie van de 1e Poolse Pantserdivisie. Hij bracht er militaire bevelen over en maakte er ook de bevrijding van Nederland mee in mei/juni 1945.
Fibiger en een vriend op het Rogier-plein bij het nog bestaande Hotel Siru
Militair zakboek van de Poolse Republiek.
Op 2 oktober 1945 spelde burgemeester Camille Deckers in Knokke Jozef een decoratie op. Hoe en op welke manier men hen heeft gecontacteerd, waar Jozef en Anton op dat ogenblik verbleven,... hebben we niet kunnen achterhalen. In het gemeentelijk archief Knokke-Heist is op de doos waar we mogelijke verwijzingen hadden kunnen terugvinden, genoteerd ambtsgeheim bij het onderdeel Vereremerkingen. In de archiefdoos geen enkele andere verwijzing.
Jozef Fibiger en Anton Borek krijgen een medaille van burgemeester Camiel Deckers (2 oktober 1945).
Terug naar de Poolse familie in een communistisch land
Op 26 mei 1947 eindigde zijn soldatenleven. Na de demobilisatie kregen de Polen in West-Europa de keuze : in het Westen blijven of teruggaan naar hun geboorteland. In Engeland en Wales bestond een Poolse katholieke missie waar velen een nieuwe thuis vonden. Burger Jozef Fibiger maakte een andere keuze: hij keerde in 1947 terug naar zijn Poolse familie in Kreis Kalisz.
De communisten waren dan in Polen aan de macht en al de bezittingen van de Volksduitsers waren genationaliseerd. De ooit welstellende familie Fibiger was al zijn bezittingen kwijt en daarenboven werden ze als vroegere collaborateurs in hun gemeenschap scheef bekeken. Jozef werd er op 13 maart 1948 als reservist ingeschreven en op 7 december 1948 vrijgesteld van dienst. Jozef had dan al vastgesteld dat hij een verkeerde keuze had gemaakt en probeerde terug te keren naar West-Europa.
Bij zijn poging in 1948 om de Oder (toenmalige grens tussen Polen en de DDR) over te zwemmen werd hij opgepakt door het Russische Communistische leger. Na zijn arrestatie belandde hij in een strafkamp van het Communistische Poolse Leger. In het heropvoedingskamp van Wroclaw stond hij onder zware psychologische druk die hem levenslang parten zal spelen.
Wat de zoektocht ook niet makkelijk maakte, was dat de familienaam Fibiger ondertussen ook andere schrijfwijzen kreeg. Het werd na Fibinger uiteindelijk Fibingier. Jozef Fibiger is nu Jozef Fibingier. Na zijn vrijlating in 1950 keerde Jozef terug naar Opatowek (Kreis Kalisz) en leerde zijn echtgenote kennen. Hij huwde Teresa Wojtysiak (1932-2013) in 1955 en kreeg 2 kinderen. Zijn zoon Jan werd geboren in 1956, zijn dochter Gabriela in 1959.
Huwelijksfoto van Jozef Fibingier en Teresa Wojtysiak.
Zoon Jan, die ons via onze contactpersoon mevrouw Jadwiga Miluska de laatste informatie bezorgde, heeft zijn vader altijd ziek gekend, maar Jozef werkte wel als tuinier in een cooperative. Al in 1962 werd posttraumatische amnesie (geheugenverlies) vastgesteld en hij belandde van het ene ziekenhuis in het andere. In 1975 kwam hij in een rustoord terecht, herkende zijn kinderen niet meer. Hij vertelde hen wel opnieuw en opnieuw zijn oorlogsverhaal. En hij won het in schaakpartijen altijd van zijn zoon! Jozef stierf in 2004. Zijn jonge leven eindigde voor het ooit goed begon. Zijn echtgenote Teresa, die jarenlang het gezin runde, overleefde hem 9 jaar.
Jan was ondertussen in 1981 gehuwd met Anna Jankowska en vader van een zoon Pawel (1982) en dochter Alicja (1986). Zijn zus Gabriela was al in 1980 gehuwd met Stanislaw Lazniak en moeder van twee zonen: Sewer (1981) en Bartomiej (1984). De oorlogsverhalen deden Jan zeker na de val van het communisme in 1989 verlangen naar meer informatie uit West-Europa. Maar zij wisten eerst niet goed waar te beginnen.
Tussen de foto's bleek Jan nog in het bezit te zijn van foto's van een decoratieplechtigheid. Guy kwam op 14 november 2021 in het bezit van een scan van deze foto. De foto werd genomen op de plechtigheid in Knokke. De bevestigende link met Knokke is er!
De in Blankenberge gevonden documenten hebben geleid tot het achterhalen van het levensverhaal van Jozef Fibingier: een Poolse jongen die op 17-jarige leeftijd verplicht dienst nam in het Duitse leger, deserteerde, tijdelijk in Knokke in de bevrijdingsdagen hulp bood aan het Geheim Leger. In 1945 ontving hij nog een onderscheiding in Knokke en kwam kort daarna in zijn vaderland in een strafkamp terecht en werd daarna nooit meer geestelijk gezond.
Het verhaal van Jozef Fibingier is het verhaal van zovelen. Een typisch triestige en weinig rooskleurige levensloop van miljoenen Volksduitsers die eerst onder het juk van de Nazi bezetter en daarna van het communisme kwamen, verguisd werden door hun dorpsgenoten en soms ook door hun familie.
Verloren land, verloren bezittingen, verloren jeugd, verloren gezondheid, verloren gemoedsrust, verloren dromen en voor zovelen verloren leven. Nooit meer oorlog, maar ja.... Het verhaal doet me terugdenken aan een verhaal dichter bij huis. In het essay Zink beschrijft David Van Reybrouck het onwaarschijnlijke levensverhaal en de lotgevallen van Emil Rixen (1903-1971), een inwoner van het ooit Neutraal Moresnet, nu behorende tot Duitstalig Belgie. Mein Leben war von Anfang an ein Leidensweg staat op zijn doodsprentje.
Dit artikel kon niet tot stand komen zonder de hulp en aanwijzingen van talloze personen zowel in Knokke-Heist en omgeving als in het buitenland. Heel in het bijzonder danken wij Guy Erbo, Roland Schils en Frederik en Geert Van Hulle.
De hulp van twee dames en een heer nl. mevrouw Helena Gillis-Madra als onze tweede vertaalster, de heer Kazimierz Olejniczak en mevrouw Jadwiga Miluska als resp. onze eerste en tweede contactpersoon in Polen, was onontbeerlijk. Buurvrouw Helena is immers afkomstig van de streek rond Kreis Kalisz, wat Guy Erbo toevallig van haar echtgenoot Marian Gillis verneemt begin 2021. Dat bracht de zaak in een stroomversnelling. Mevrouw Jadwiga Miluska heeft als studente in 1975 Belgie bezocht. Twee tantes van haar behoorden tot het Benediktessenklooster in Rixensart. Zij had als bibliothecaris beroepsmatig geregeld contact met Jan (Hij bleek 10 jaar gemeenteraadslid te zijn geweest in Kobierno). Helena Madra en Jadwiga Miluska zijn kennissen.
Nog een toevalligheid?
Bij latere opzoekingen bleek dat het tot cafe Metro (Kerkstraat 157 Blankenberge) verbouwde huis in de oorlogsjaren eigendom was van het echtpaar Mazeman-Noterman. Over dit echtpaar kon u al meer lezen in het tijdschrift Cnocke Is Hier 2022/59A. Naast dit cafe was de Rijkswachtbrigade Blankenberge gevestigd. Tijdens de oorlogsjaren was er zeker een (swing)cafe Metro in Blankenberge. Het werd in het eindwerk van Frederik Van Hulle vermeld. Een eerste maal werd er naar verwezen omwille van rellen in de oudejaarsnacht 1941; een tweede maal bij de arrestatie van leden van het verzet. Door de loslippigheid van zijn moeder werd Louis Caes (geboren in 1925 en een van de jongsten in het Geheim Leger Blankenberge) in het ouderlijk huis in 1943 samen met enkele kompanen aangehouden. Louis Caes zou in mei 1945 terugkeren in Blankenberge.
Links de woning waar de documenten werden gevonden (Kerkstraat 157, Blankenberge)
Bibliografie
Gemeentelijk archief Knokke-Heist, doos K1108, decimaal classificatienummer 547, weerstanders Jean Morel, boek, Contribution a la Verite Historique, La Brigade Polonaise p. 106-115 Constant Devroe, boek, De laatste witte vlag, 1991 Karel Aernoudts, boek, Waar de rode klaproos bloeit, 1972
Andre D'hont, boek, Knokke onder de oorlog Cnoc Is Ier, delen 1 t.e.m. 5, 1983- 1987 Andre D'hont, artikel, Jean Morel over 1 november 1944, Cnoc Is Ier 1990/27 Andre D'hont, artikel, De bevrijding van Knokke , Cnoc Is Ier 1994/31 Roger Morre, boek, De slag om't Molentje, 1981
Frederik Van Hulle, eindwerk RUG, Blankenberge, een Vlaamse kuststad in de Tweede Wereldoorlog - een prosopografische analyse van het verzet David Van Reybrouck, boek, Zink, 2016
