☰ Extra

Een visser is altijd paraat

Marita van de Vijver

Artikel verschenen in het Brugs Handelsblad 1987

Waar het lied der branding ruist bij dag en nacht

Waar ’t vertrouwde huisje altijd op me wacht

Waar de meeuwen schreeuwen boven ’t golf gedruis

Daar ben ik geboren en daar voel ik me thuis

Afbeelding1Heist is het vissersdorp van Maurice De Groote waaraan hij reeds heel zijn leven verknocht is.

Zijn hart vibreert nog altijd met de golfslag van de Noordzee.  Zijn vertrouwde huisje bevindt zich in de de Vrièrestraat. 

Visser gerezen en visser gebleven: Maurice De Groote, 84 jaar jong.   In blakende gezondheid en vol energie.

Van lavertje tot stuurman

 Als jongetje van 11 jaar mocht ik voor het eerst mee in zee in 1914.  Dat was toen de gewoonte.  Iedereen begon het vissersleven op zeer jonge leeftijd.  Ik kreeg allerlei kleine karweitjes op te knappen: onderhoud, visnetten klaarmaken, vis inzouten…. In die tijd vaarden we nog op Heist.  Heist had toen een plaats waar 15 à 20 vaartuigen aanlegden.  We vaarden met platte schepen en zeilen, zonder motor, volledig afhankelijk van de windkracht.  Deze schuiten vaarden maximum 50 km ver.  De bemanning bestond uit hooguit vier personen: de stuurman, een hulpstuurman, een matroos en eventueel een lavertje.  Beurtelings hielden we de wacht.  De wachttijd bedroeg drie uren zodat we nooit van kleren moesten veranderen aangezien we om de haverklap aan dek geroepen werden.  Soms konden we wel eens in onze “kooi” kruipen maar toch moesten we altijd paraat staan om te beginnen.

We beschikten niet over koelsystemen noch ijs aan boord.  Daarom waren we verplicht de reizen kort te houden dit in tegenstelling met nu.

Meestal vertrokken we op maandag om de vrijdag terug thuis te zijn.  We bleven vijf dagen weg.  Ook de verkoop verliep heel anders want er was geen vismijn. Een gedeelte van de vis werd ter plaatse aan de man gebracht maar het merendeel werd overgeladen op stootkarren of kruiwagens waarmee we op de Heistse kasseien botsten heel Heist rond.

Tijdens de bezetting van de Duitsers waren de schepen ten dele weg: opgeëist door de bezetter.

Van 1916 tot 1918 moest ik verplicht voor de Duitser werken: herstel van de dijken en dergelijke.   

Pas na de oorlog lagen de zee en het vissersleven weer open.  Veel wijzigde zich.  Geleidelijk aan werden de zeilschepen uit de vaart genomen, gemotoriseerde schepen zagen het levenslicht.  Niet meer Heist maar Zeebrugge werd de thuishaven.  Een kleine vismijn werd gebouwd.  De vissershaven te Heist zou stilaan verdwijnen, de Heistse visserij niet. 

Ondertussen had ik mij reeds op de stuurmanskunst toegelegd.  Met nieuwe vaardigheden nieuw leven.  In 1920-1921 kon ik als stuurman op een van de eerste gemotoriseerde vaartuigen de Z 554 Yolande Maria van wal steken.  Dit vaartuig zou het grootste deel van mijn leven mij zee-thuis worden  We vaarden nu wel een stuk verder uit we visten meer en meer rond de Witte Bank.

Afbeelding2Naargelang de motorcapaciteiten toenamen  gingen de reizen verder en bleven we ook langer weg.  Ons huidig schip de Z 579 La Paloma  richt de boeg meestal voor een drietal weken richting de Britse eilanden  (ongeveer 300 km).

Mijn drie zoons hebben ook gevaren.  Mijn jongste zoon maakte zijn eerste zeereis tijdens de storm van 1953 waarbij een bemanningslid om het leven kwam.  Mijn tweede zoon is ook eens ternauwernood aan de dood ontsnapt.  Samen met zijn kameraad had hij zich vastgeklampt aan de touwen van de netten … zijn handen lagen diep open.  Zijn kameraad moest het begeven, hij kon niet meer gered worden.

Het leven aan boord

Visser zijn is een hard maar mooi beroep.  Men verdient goed zijn brood maar de keerzijde is dat men weinig huiselijk leven kent.  Men moet zowat in een vissersgezin geboren worden en vroeg beginnen.  Door de huidige schoolplicht wordt dat moeilijker.  De vissersvrouwen moeten goed hun plan kunnen trekken.  Meestal is het wel zo dat vissersjongens trouwen met een meisje uit de visserij die de gezinssituatie ook zo gekend hebben.  In Heist is dit vaak het geval.   Ontmoet men een Vlietinck, een Vantorre, een Vandierendonck, een De Groote er is veel kans dat het vissers zijn.  Het is één grote familie van vissers en op een af andere manier is iedereen familie van mekaar.

Het leven op zee is soms wel eens hard maar op alle schepen heerst er een goede verstandhouding.  Het gaat er soms wel eens ruw aan toe maar uiteindelijk is iedereen bereid om elkaar te  helpen.  Ook mijn zoons hebben jarenlang samen gevaren en er zijn nooit problemen geweest.  Dit is niet evident als men weet dat men 24 uur op 24 uur in een beperkte ruimte met elkaar moet leven.  Maar dit typeert de vissersmentaliteit: samen uit samen thuis.

Samen uit… het ontstaan van de Zeemeermin

We keren terug naar 1929 een tijd waarin zeevissers niet veel van voetbal kenden, maar de voetballers ook weinig wisten over de visserij.  Op een dag in maart kwam het grote Club Brugge spelen tegen Heist.  Een hele gebeurtenis.  Ook een aantal vissers waren van de partij, hoewel ze het spel niet goed begrepen.  Doch een enthousiaste groep supporters sproot er uit voort die zich verenigden in een club met als eerste doelstelling de voetbalsport te leren kennen en verder de voetbalactiviteiten te stimuleren.   Een bestuur werd opgericht en de stichter Maurice De Groote werd de eerste voorzitter.

De 15 tot 20 leden mobiliseerden zich.  Elk viel zijn slager, bakker, kapper lastig om lid te worden.  Zo groeide de club met rasse schreden tot een vereniging van 1400 leden. 

Afbeelding3

Een waardige vereniging vereist een vlag en wimpel.  En niet zomaar een vlag… het is het pronkstuk van Heist geworden.  Ze heeft meerdere eerste prijzen behaald in een vlaggenwedstrijd.  Te Oostende vroeg koningin Astrid de vlag van dichtbij te mogen bekijken.  Onvergetelijk !

Traditiegetrouw – om de kas te spijzen – heeft op carnavalsmaandag  het Bal van de Zeemeermin plaats.  Gepaard gaande met een grote tombola.  We kunnen er prat op gaan dat nooit één glas werd buiten gegooid.  We houden er discipline in.

Op carnavalsdinsdag is er meestal ook de humoristische voetbalmatch: de vissers tegen de plakkers.  Wie gekwetst wordt tijdens de match krijgt een optimale verzorging.  De voorkeurmedicijn is een slok cognac !

Uiteraard zijn er altijd veel gekwetsten…

Ooit werd een match op televisie opgenomen.  Onze  volksvertegenwoordiger, toen nog student, zorgde voor de commentaar.  In ons sappig dialect werd iedere speler met zijn lapnaam genoemd: Piekerulle geeft de bal door aan Rabbedoe,  Heelle ontfutselt hem de bal en speelt hem door naar Fieste maar daar komt de 100 kg wegende Parein opdagen en die geeft een schot naar de goal.  In het doel stond een 62-jarige visser met een enorme schorte aan en steevast belandde de bal in die schorte.  En gelachen werd er…

Naar aanleiding van het 50-jarig bestaan in 1979 werd een groot feest op touw gezet.  Samen met Camiel Vantorre werd alles uitgekiend: tafelschikking, speeches, uitnodigingen, menu’s  Alles netjes bijgehouden in het prachtig handschrift van Maurice die maar tot zijn 11 jaar school gelopen heeft.  Het werd een prachtig feest voor 400 personen (méér konden er niet binnen in Ravelingen).  Aanwezig waren o.a. de gouverneur, de drie burgemeesters van Knokke-Heist… het was een enorme viering.

Visbakkers

Om de vis bij de bevolking bekend en bemind te maken werden begin de jaren zestig de Heistse visbakkers opgericht.  Met een groep van 20 vissers en vissersvrouwen hebben we gedurende 20 jaar de folkloremarkt extra kleur (en geur) gegeven.

Afbeelding4

In de visserskledij van toen waren we een attractie op zich.  Elk had zijn werk.  De mannen bakten in grote pannen de vis en de vrouwen zorgden voor de koffie, de boterhammen, de service.  Weet je hoe je kunt voorkomen dat de vis aanbakt na tee bakbeurten ?  Men moet vis bakken in smout, de vis moet kunnen sudderen en dat gaat alleen met smout.  Moet je maar eens uittesten.

Bij de start konden de toeristen deze lekkernij gratis proeven.  Dit was toen ook goed mogelijk.  We hielden een paar bennes (meestal pladijs = ploaten) van onze schepen opzij.

 In de vismijn moesten toendertijd geen vismijnrechten betaald worden op de vis bestemd voor de visbakkerij.  Wel moesten we wachten tot de verkoop afgelopen was om de vis in handen te krijgen.  Mindere kwaliteit?  Wel in tegendeel.  We legden voor de start van de verkoop briefjes op de bennen met “visbakkers”.  Iedereen wist dat en liet ze gaan. 

Later werd het 50 Belgische frank voor twee visjes, twee boterhammen en één pint bier of een kopje koffie.  We waren niet alleen een vast element van de folkloremarkt in Heist maar we werden ook uitgenodigd naar Koblenz, en diverse plaatsen in Nederland.  Dit samen met de Heistse Klakkertjes die toen zeker 50 leden telden.  

Naarmate we ouder werden bleek het steeds moeilijker onze visbakkersactiviteiten verder te zetten.  We moesten er uiteindelijk mee ophouden.  Maar wekelijks de donderdag zijn de oude visbakkers nog te vinden  in De Schuurleg.   We komen nog regelmatig samen,  gaan nog eens uit eten om de goeie ouwe tijd terug op te halen.  We hebben toch schone tijden beleefd.

Gelukkig is deze traditie hernomen maar de huidige visbakkers zijn nog wat onderbemand.  Ze hebben ook te weinig vuren maar ’t voornaamste is dat ze terug zijn.

Verloren folklore

In de tijd bestond de gewoonte om in november de eerste sprot  of “scharding” naar de gouverneur en de koning te brengen.  Samen met Jef Deroose van “Hand in Hand”  reed ik met een mandje sprot naar het koninklijk paleis te Laken. Dat Maurice  zelfs in aanwezigheid van de koning en de koningin niet verlegen was bewijst zijn volgende uitspraak : “Het zijn er zonder kwik en u wordt er niet van dik !”.

Met heimwee vertelt Maurice over de vroegere zeewijdingen.  De zeewijding was vroeger groter en meer religieus.  Er ging een heuse processie mee gepaard vanaf de kerk doorheen diverse straten tot het Heldenplein.  Veel kinderen namen er aan deel.   De kommunikantjes liepen er met hun witte kleedjes heel Heist was er in betrokken.  Ik volgde altijd vanuit zee met de radiopost de gebeurtenissen op de kade, de stoet, de plechtigheid voor de in zee gebleven vissers. 

We blijven in de visserswereld. Dagelijks doe ik mijn toertje ’s Morgens ga ik meestal naar mijn stamcafé De Scheurleg, de Sportwereld, de Albatros of Den Anker waar ik mijn vrienden-vissers of voetbalsupporters opzoek.  ’s Middags ga ik eten bij Maria, mijn dochter.  ’s Namiddags doe ik hier het een en ander en rond drie uur doe ik nog een toertje.  In een gezellige sfeer worden dan de activiteiten voor de Zeemeermin bedisseld, of voor de bloedgevers (Maurice  is ook daar actief).  Gelet op zijn leeftijd mag hij geen bloed meer geven maar vijf jaar is hij toch door de mazen van het net  geglipt.  Tot zijn 70 was hij vaste klant.

Soms werk ik ook in mijn groentetuin:  Tomaten, snijbonen, zurkel en sla het is bij mij allemaal puur  natuur.  Ik leg ze ook zelf in.  Vis blijf ik ook eten vooral pekelharing maar dan zelf klaargemaakt.  De haring laat ik ontdooien en was ik.  Dan leg ik ze een halve dag in het zout en vervolgens belanden de visjes in azijn met ajuintjes.   Lekker hoor en bovendien gezond !  Wie Maurice ziet moet het wel geloven.

Hij heeft nog andere wijsheden in pacht zoals:  krempende winden en lopende vrouwen zijn niet te betrouwen.  Eén van zijn vele spreuken in de visserstaal.       

Een visser is altijd paraat

Marita van de Vijver

Heyst Leeft
2022
03
006-010
BV
2026-03-17 10:40:24