Vier oude boerderijen in Heist
Marie-José Marten (Eindwerk gidsencursus)
Hoeve Respagne
Heestersstraat 42
De boerderij bevindt zich ten zuidoosten van het meer van Heist (complex Laguna Beach).
De hoeve ligt in de Oudemaarspolder.
De naam verwijst naar één van de vroegere eigenaars namelijk Nicolaas de Respagne eigenaar einde 17e eeuw (1670).
Over deze hoeve is niet zoveel geweten. Zeker is dat daar reeds een boerderij was in 1575. Sedert die datum vermelden de ommelopers de bewoners van de hoeve zoals Jan F. Willems Smet.
Pieter de Muelenaere omstreeks 1575
Cornelis Simoens in 1641.
Pieter Drubbel als pachter in 1667.
Cornelis Fockeday omstreeks 1755.
Bartholomeus Amandels in 1801.
Momenteel wordt de hoeve uitgebaat door de heer Dhondt. De hoeve staat te midden een villawijk.
Het Boerenhof
Reeds in ons boekje 1983 verscheen een artikel van Danny Vantorre over het Boerenhof.
De hoeve is gelegen Koudekerkelaan 30 Heist.
In het midden van de elfde eeuw werd het grootste deel van de schapenweiden tussen de Gentele en het Zwin gewonnen door de aanleg van de Evendijk. Verscheidene moten onder meer de Rugge vielen binnen de nieuwe dijk. De nieuwe polder heette waarschijnlijk de Oostwatering. Tegen de zuidoostflank van de Rugge bouwde men de hoeve die daarna de naam Boerenhof kreeg. Het westeinde van de groententuin van het Boerenhof grensde aan de woning van de pastoor van Koudekerke en verder paalde het Boerenhof ook aan de kerkhofmuur.
Het Boerenhof werd in 1583 gebruikt door Jeroen Gheyle.
In 1623 staat Anthonis Vanhoutte genoteerd als pachter.
Volgens de ommeloper (oud kadasterboek) van de parochie uit 1670 behoorde het Boerenhof aan Paulo Cobrisse en heette de pachter Joos Segers.
In 1737 noteren we Meyere Kornelis als uitbater van het Boerenhof. Na zijn overlijden hertrouwde zijn weduwe Pascasia Vandeweerde met Quintens Jan in 1788. Gedurende twee eeuwen gaat de boerderij over door erfenis naar zoon of dochter tot de openbare verkoop in 1925. In 1896 kwam de heer Goormachtigh als pachter op de hofstede. Hij was gehuwd met Silvia D’Hoore uit Beernem.
Eerder werd steeds de schapenteelt beoefend maar pachter Goormachtigh verbouwde de schaapskooi tot stal voor de hengsten. Hij werkte met twee knechten: De Vestele en Debaene voor wie hij twee werkmanswoningen bouwde.


Ze werden later eigenaar van die woningen. Van 1905 tot 1938 werd hij opgevolgd door zijn zonen Firmin en Theophiel.
In 1925 werd de hofstede openbaar verkocht. Een groot deel van de zaai- en weilanden werd vooral door Heistenaars opgekocht. De heer Firmin Goormachtigh kocht de hofstede en een deel van de landerijen.
Firmin (1875-1958) was gehuwd met Silvie De Graeve. Ze hadden vier kinderen Gerard, Marie-Louise, Emiel en Elisabeth.
Hun zoon Emiel huwde met Maria D’Hondt en baatte de hofstede uit van 1938 tot 1947.
In 1947 werd de boerderij onteigend door de Staat voor de aanleg van de nieuwe spoorweg. Emiel bleef op de hofstede tot 1952. Na de onteigening werd het eigendom van de gemeente Heist die het tien jaar later opnieuw openbaar verkocht.
Voor de openbare verkoop in 1925 werden de gebouwen als volgt omschreven: woonhuis, schuur, paarden- en koeienstal, varkensstal en verdere bouwgerieven, zaai- en weilanden, twee werkmanswoningen en aanhorige gebouwen staande en gelegen in Heyst-aan-zee, Lissewege en Brugge, groot 49 hectaren 5 aren en 19 centiaren zonder grond van gebouwen, zaailand, gras en vette weiden.
Men kan nog steeds zien hoe de drie losstaande vleugels: de schuur, het woonhuis en de stallen rond één binnenplaats zijn opgesteld. De schuur heeft een gedeeltelijk strooien dak. Het woonhuis is met gevelankers gedateerd.
Na het vertrek van Emiel Goormachtigh in 1952 werd het woonhuis omgebouwd tot vergaderzaal alsook de schapen-en paardenstallen in galerijen.
Op 21 oktober 1968 besluit het schepencollege van Heist een aanvraag in te dienen om de hofstede (een Friese hoeve) als beschermd monument te laten klasseren. Het koninklijk besluit werd van kracht op 27 mei 1971.

Heyst leeft zette zich jarenlang in voor de renovatie van de schuur. Omdat dit nu succesvol beëindigd is organiseerde de heemkring een schilderwedstrijd met thema Boerenhof.
Hoeve Oostenhem
Gelegen Westkapellestraat 198 Heist achter de Evendijk.
Momenteel geen landbouwuitbating meer maar een stoeterij.
Geschiedkundige Maurits Coornaert schreef over zijn ouderlijk huis in het boek “Heist en de Eiesluis” het volgende:
Oostenhemhoek was de Oostwinkel en het grondgebied ten zuidoosten. Die bewuste tiendehoek ontleende kennelijk zijn naam aan een hofstede die Oostenhem heette. Ten Oosten van Koudekerke vinden we binnen de Evendijk slechts de hoeve Coornaert die de bedoelde naam kan dragen. We vonden geen enkel bewijs.
De naam Oostenhem vinden we reeds in 1300 terug.
Op heden worden de stallen uitgebaat als pension voor paarden.
Het huis is negentiende eeuws. De hoevegebouwen werden gerenoveerd en zoveel mogelijk in hun oorspronkelijke staat hersteld.
Ook de naam Oostenhem werd behouden.
De Jacobinessenhoeve
Westkapellestraat 291 Heist
Hoeve ligt in de Vardenaarspolder. Wanneer op die plaats voor het eerst een hoeve werd gebouwd is niet geweten. Wel wordt vermeld dat reeds in 1447 de daar gevestigde hoeve toebehoorde aan Lieven van Kortrijk. Volgens lic. Coornaert de oudste gevonden bron.
De hoeve is een tijdje eigendom geweest van het Brugse klooster van de Jacobinessen zelfs voor en na het bestaan van het klooster in Brugge.
Als pachters worden vermeld: Pieter Ghielen ca 1525, Marijn Gheyle ca 1580, Pieter Gheyle ca 1670, Vandevelde ca 1700, Jozef Galle ca 1800.
Aan wie de boerderij later werd verpacht is onbekend.
Bewoner Louis Van Belleghem herinnert zich nog enkele pachters uit de 20ste eeuw:eerst Door Stock, daarna Stroo uit Westkapelle en vervolgens drie generaties Van Belleghem. Louis kwam er in 1934 daarna Alfons en dan Louis.
Langs een wegel bereikt men het erf. Twee in moefen gebouwde pilasters zijn stille getuigen van het verleden.
De linkerhelft van de ijzeren poort dateert uit 1965. De gebouwen liggen op een verhevenheid iets hoger dan de Westkapellestraat.
Het hoofdgebouw gebouwd met moefen (zie foto) is van het langgeveltype. Dit is typisch voor de kuststreek.
Het is duidelijk te zien dat er een hoogkamer of voutekamer is, gelegen boven de kelder
De oude varkensstal van 1920 werd in 1979 afgebroken en vervangen door een nieuwe.
De schuur uit de 18e eeuw met houten gebinten is op 1 december 1999 en afgebrand. Vervangen door een moderne loods met berging en stallen.
